|
| |
|
| |
Chris Abani , Ode to Joy | |
![]() | |
|
Dichter Gedicht Locatie Sinds |
|
Ode to Joy John James, 14 Refused to serve his conscience up to indict an innocent man handcuffed to chair; they tacked his penis to the table with a six inch nail and left him there to drip to death 3 days later Risking death; an act insignificant in the face of this child's courage we sang: Oje wai wai, Moje oje wai, wai.* Incensed they went on a killing rampage Guns knives truncheons even canisters of tear-gas, fired close up or directly into mouths, will take the back of your head off and many men died singing, that night. Notes caught, surprised, suspended as blows bloodied mouths clotting into silence. (Uit: Christopher Abani, Kalakuta Republic, |
Ode aan de vreugde John James, 14, weigerde zijn geweten te verkopen om een onschuldige aan te geven. Vastgebonden aan een stoel; ze nagelden z'n penis aan de tafel met een spijker van vijftien centimeter en lieten hem daar achter druppend tot de dood 3 dagen later. De dood riskerend - een onbetekenende daad bij de moed van dit kind - zongen we: Oje wai wai, Moje oje wai, wai.* Gebelgd ondernamen ze een moordtocht. Geweren messen knuppels zelfs traangasgranaten dichtbij of direct in monden ontstoken, zullen je achterhoofd eraf blazen en velen stierven zingend die nacht. Noten bij verrassing gegrepen, wachtend terwijl klappen bebloede monden tot stilte stolden. (Vert. Jabik Veenbaas; |
*Oje wai wai, Moje oje wai, wai zijn woorden uit het Igbo. Het zijn kreten die in oorlogstijd door krijgers worden geuit (Voetnoot bij de vertaling van het gedicht). | |
AchtergrondChris Abani (Nigeria, Afikepo, 1966) begon al jong te schrijven en publiceerde totnogtoe twee romans, 'Masters of the Board' (Delta, 1985) en 'Sirocco' (Swan, 1987). Verder schreef hij enkele toneelstukken en twee gedichtenbundels, getiteld 'Kalakuta Republic' (Saqui, 2000) en 'Daphne’s Lot' (Red Hen Press, 2003). In juni 2003 verscheen in Nederlandse vertaling een selectie uit zijn werk bij uitgeverij Wagner & Van Santen onder de titel 'Maar mijn hart is onvergankelijk'. Zijn boeken brachten Abani meteen in conflict met het repressieve Nigeriaanse bewind. Hij was nog maar achttien jaar toen men hem arresteerde en in het gevang wierp, uit ergernis over de inhoud van zijn eerste roman. Na zes maanden kwam hij vrij, om de strijd onmiddellijk voort te zetten. Als lid van een ‘guerilla-theatergroep’ voerde hij kritische stukken op voor de deuren van openbare gebouwen. Dit leidde opnieuw tot zijn arrestatie, en nu werd hij opgesloten in 'Kiri Kiri', een van de zwaarst bewaakte gevangenissen van het land. Abani legt in veel van zijn gedichten getuigenis af van zijn gevangeniservaringen. Hij vertelt door welke hel hij ging in uren van eenzame opsluiting. Hij beschrijft hoe de gevangenen seksuele relaties met elkaar aangaan, op zoek naar wat warmte, maar ook hoe die gedwongen seksuele contacten sommigen tot waanzin drijft. Hij verhaalt hoe medegevangenen meedogenloos worden geëxecuteerd door dronken bewakers die uit zijn op een verzetje. Het mooist is misschien het vers waarin hij het uur van zijn vrijlating schildert: 'Koude, zoete Coca-Cola prikkelt je / tot tranen toe.' Het zijn gruwelijke beelden die Chris Abani voor ons oproept. Maar aan de noodzaak ervan hoeft niemand te twijfelen. Abani behoort tot de dichters die stem geven aan Nigeria’s diepgevoelde verlangen naar vrijheid. (Jabik Veenbaas in Literair tijdschrift Revolver) | |
| Chris Abani over verhalen uit Afrika | |
|
| |
In dit zeer persoonlijke praatje zegt de Nigeriaanse schrijver Chris Abani dat “wat we weten over hoe te zijn wie we zijn” uit verhalen komt. Hij zoekt naar het hart van Afrika door haar gedichten en vertellingen, zijn eigen vertellingen inbegrepen. (TED Ideas worth spreading, juni 2007) | |
| Links : | |
|
| |