Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Anoniem: Hebban olla vogala nestas hagunnan

Anoniem


Dichter: Anoniem, Nederland, ca. 1100
Gedicht: Hebban olla vogala nestas hagunnan
Locatie: Rapenburg 70-74, Leiden (Trappenhuis van "de oude UB")
Sinds: 1999 (nummer 71)

Nederlands
Hebban olla vogala nestas hagunnan

Hebban olla uogala nestas hagunnan
hinase hic enda thu
uuat unbidan uue nu

Nederlands

Alle vogels zijn met hun nesten begonnen
behalve ik en jij.
Waar wachten wij nog op?

Nederlands

Iedereen doet het met iedereen,
behalve ik en jij,
komt er nog wat van?

(vert. K. Schippers)

Engels
Have all birds started their nests

Have all birds started their nests
except me and you
so what are we waiting for?

Duits

Alle Vögel haben mit ihren Nestern begonnen
außer mir und dir.
Worauf warten wir noch?

Nederlands

Hebben alle vogels nesten begonnen
behalve ik en jij;
wat wachten wij nu?

(vert. Gerrit Komrij)


Op

Uit de Geschiedenis van het Nederlands

In de middeleeuwen, toen men nog met pennen uit vogelveren schreef, was het gebruikelijk dat de schrijvers hun nieuwe pennen uitprobeerden op een bladzijde van een boek, waarmee ze zich net bezig hielden.

In 1932 werd door een Engelse geleerde in een bibliotheek in Oxford een los stuk perkament ontdekt dat gebruikt was om een boekband te verstevigen en waarop naast een Latijnse handschrift ook een versje in het OudNederlands als zogenoamde "probatio pennae" is vereeuwigd.

Deze korte tekst is geschreven door een West-Vlaamse monnik omstreeks 1100 in de abdij van Rochester in het graafschap van Kent in Engeland toen hij zijn nieuwe pen in gebruik nam en blijkbaar iets opschreef, wat hem net door het hoofd schoot. Om zijn tekstje voor anderstaligen begrijpelijk te maken, schreef hij woord voor woord de Latijnse vertaling erboven:

quid expectamus nunc 
abent omnes volucres nidos inceptos nisi ego et tu
hebban olla vogala nestas hagunnan 
hinase hi(c) (e)nda thu 
uu(at) unbida(n) (uu)e nu
"Alle vogels zijn met hun nesten begonnen 
behalve ik en jij.
Waar wachten wij nog op?"

De geschiedenis van de Nederlandse taal begint dus met een vers over de liefde. De letters tussen haakjes zijn reconstructies die met behulp van blauwfilter en een sterke lamp werden gemaakt om de al verbleekte oude inkt zichtbaar te maken. De auteur is weliswaar onbekend, maar uit de spelling blijkt dat hij uit West-Vlaanderen afkomstig was, omdat hij "problemen" met de klank /h/ had (hic in plaats van ic). Tegenwoordig is dit nog steeds een bijzonder verschijnsel in West-Vlaanderen. De abdij van Rochester als schrijfplaats wordt herkend door het feit dat deze abdij toen intensieve relaties met de West-Vlaamse adel onderhield. (vgl. De Vries, 1993: 11f)


Op

'Hand vrouw achter oudste Nederlands'

De oudst bekende Nederlandse tekst is geschreven vanuit het perspectief van een vrouw. Dat concludeert hoogleraar Frits van Oostrom van de Universiteit Utrecht na de tekst te hebben vergeleken met contemporaine minnepoëzie uit andere talen. De tekst luidt: 'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu' (Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij; wat wachten wij nu?). Sinds het in 1932 in Oxford opdook, werd altijd aangenomen dat de ik-figuur een man was.

Mediëvist Van Oostrom heeft nu belangrijke overeenkomsten ontdekt tussen het Nederlandse fragment, dat voor 1100 werd opgeschreven door een West-Vlaamse benedictijn in de abdij van Rochester in Kent, en contemporaine vrouwenliederen uit het toen moorse Spanje. ,,Die vrouwenliederen werden geschreven in het Arabisch of Hebreeuws, maar de laatste strofe was vaak in de volkstaal, het Spaans. Die strofen bevatten net als de Nederlandse tekst natuurbeelden en handelen over persoonlijke liefdesrelaties.''

Van Oostrom vond strofen die wat inhoud betreft erg lijken op de Nederlandse tekst, zoals: 'Mijn lief je bent mijn buur, je huis staat naast het mijne en toch vermijd je mij?' en 'Mooie dageraad, zeg mij waar kom je vandaan? Waarom bemin je een ander en mij niet?'. Ook in Middellatijnse gedichten over de liefde van vrouwen voor mannen stuitte Van Oostrom op vergelijkbare strofen. ,,Er is steeds sprake van een monoloog, waarin klagerig of verlangend tot een geliefde wordt gesproken.''

Frank Willaert, hoogleraar oudere Nederlandse letterkunde aan de universiteit van Antwerpen, noemt de theorie van Van Oostrom ,,plausibel''. ,,Deze conclusie zal door vakgenoten zeer serieus worden genomen.''

Van Oostrom weet niet of 'hebban olla vogala' ook is geschreven door een vrouw. ,,Het is al erg mooi dat het een vrouwenstem is.'' Van Oostrom zal zijn theorie publiceren in een geschiedenis van de Middeleeuwse Nederlandse literatuur, die in 2006 verschijnt.

(Ward Wijndelts in de NRC van 5 april 2004)


Op

Sigmund

Sigmund van Peter de Wit

(Peter de Wit in de Volkskrant van 10 april 2004)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht