Terug Home Opvolgend muurgedicht

Charles Baudelaire , À une passante

Charles Baudelaire , À une passante

Dichter: Charles Baudelaire, Frankrijk, 1821-1867
Gedicht: À une passante
Locatie: Zoeterwoudsesingel 55, Leiden
Sinds: april 2003 (nummer 87)

Frans
À une passante

La rue assourdissante autour de moi hurlait.
Longue, mince, en grand deuil, douleur majestueuse,
Une femme passa, d'une main fastueuse
Soulevant, balançant le feston et l'ourlet ;

Agile et noble, avec sa jambe de statue.
Moi, je buvais, crispé comme un extravagant,
Dans son oeil, ciel livide où germe l'ouragan,
La douceur qui fascine et le plaisir qui tue.

Un éclair... puis la nuit ! - Fugitive beauté
Dont le regard m'a fait soudainement renaître,
Ne te verrai-je plus que dans l'éternité ?

Ailleurs, bien loin d'ici ! trop tard ! jamais peut-être !
Car j'ignore où tu fuis, tu ne sais où je vais,
Ô toi que j'eusse aimée, ô toi qui le savais !

(uit: Les Fleurs du Mal. Œuvres complètes. Pléiade 1961, pp. 88-89)

Nederlands
In het voorbijgaan

De straat omgaf mij met haar daverend kabaal en
Lang, slank, in diepe rouw ging mij een vrouw voorbij,
Verheven in haar smart; met fraaie hand liet zij
De zoom van haar gewaad opzweven en weer dalen,

Op snelle benen en met statueske grootheid.
En uit haar ogen, loden lucht waar storm ontspringt,
Dronk ik verkrampt, bevangen als een zonderling,
Zoetheid die fascineert, genot dat tot de dood leidt.

Een bliksemflits... en toen de nacht! ­ Vluchtige schone
Wier blik mij één moment met levenskracht beloonde,
Zal ik je in het eeuwig leven pas weer zien?

Elders, ver weg van hier! Te laat! Of nooit misschien!
Ik weet niet waar jij vlucht, jij niet waar ik zal gaan,
Vrouw die ik had bemind, vrouw die dat hebt verstaan!

(vert. Peter Verstegen in Baudelaire, De bloemen van het kwaad, G.A. van Oorschot)

Engels
In Passing

The traffic roared around me, deafening! 
Tall, slender, in mourning - noble grief - 
a woman passed, and with a jewelled hand 
gathered up her black embroidered hem; 

stately yet lithe, as if a statue walked . . . 
And trembling like a fool, I drank from eyes 
as ashen as the clouds before a gale 
the grace that beckons and the joy that kills. 

Ligthening . . . then darkness! Lovely fugitive 
whose glance has brought me back to life! But where 
is life - not this side of eternity? 

Elsewhere! Too far, too late, or never at all! 
Of me you know nothing, I nothing of you - you 
whom I might have loved and who knew that too!

(vert. Richard Howard)


Op


Uitgekozen door:

Leo van Maris, oud-docent Frans bij de Universiteit Leiden en vertaler vanuit het Frans (o.a. Rousseau, Goncourt, Perec en op het ogenblik Stendhal), die in 1996 Ben Walenkamp 'n keer op straat aangesprak en hem voorstelde ook het gedicht 'À une passante' van Baudelaire op een muur te zetten.

Zoals hij vertelt: "Charles Baudelaire is een van de grootste Franse dichters, van wie er in Leiden nog geen gedicht op de muur stond. 'À une passante' leek me bijzonder geschikt. De ik-figuur in het gedicht komt een voorbijgangster tegen, kijkt haar aan en weet dat ze elkaar bemind zouden hebben. Vanaf een muur krijgt het gedicht een bijzondere functie. Het beschrijft een situatie in een stad, waar het langs elkaar heenlopen tot de orde van de dag behoort. Voorbijgangsters én voorbijgangers zien nu een prachtig gedicht dat ook op hen van toepassing zou kunnen zijn. De omslag in het sonnet met de woorden 'Un éclair...' en ook de laatste regel vind ik bijzonder indrukwekkend."

Later werd deze keuze ook door Hetty Leydekkers gedaan. De signatuur van Van Maris ontbreekt nog, maar zal binnenkort toegevoegd worden.

(26 mei 2003)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht