Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

William Waring Cuney , Charles Parker, 1920-1955

Cuney
Dichter: William Waring Cuney, Verenigde Staten van Amerika, 1906-1976
Gedicht: Charles Parker, 1920-1955
Locatie: Langegracht 72 (Stadsbouwhuis), Leiden
Sinds: mei 2005 (nummer 100)


Engels
Charles Parker, 1920 - 1955

Listen, 
This here 
Is what 
Charlie 
Did
To the Blues.
Listen,
That there 
Is what
Charlie
Did
To the Blues. 
This here,
bid-dle-dee-dee
bid-dle-dee-dee
bopsheep
have you any cool?
bahdada
one horn full.
Charlie
Filled the Blues
With
Curly-cues.
That's what 
Charlie
Did
To the Blues. 
Play
That again 
Drop
A nickel in, 
Charlie's
Dead,
Charlie's
Gone,
But
John Burkes 
Carried on. 
Drop
A nickel in, 
Give
The platter 
A spin,
Let's listen 
To what Charlie
Did
To the Blues.

Nederlands
Charles Parker, 1920 - 1955

Luister
Dit
Is wat
Charlie
Deed
Met de Blues.
Luister,
Dat
Is wat
Charlie
Deed
Met de Blues.
Hier man,
doobie-bo-beep
doobie-bo-beep
bopsheep
Ben je cool?
bahdadah
Een volle toetersmoel.
Charlie
Goot de Blues 
Vol 
krul-tonen.
Dat is wat
Charlie 
Deed
Met de Blues.
Speel het
Nog en keer
Gooi 
Er geld in,
Charlie is
Dood,
Charlie is
Weg,
Maar
John Burkes
Ging door.
Gooi
Er geld in,
Draaien
Die
Plaat,
Luister dan
Naar wat Charlie
Deed
Met de Blues.


Op

Een-na-laatste muurgedicht in de maak

Jan Willem Bruins en Ben Walenkamp bij het 100e muurgedicht dat deze dagen wordt aangebracht op het Stadsbouwhuis.

Jan Willem Bruins en Ben Walenkamp bij het 100e muurgedicht dat deze dagen wordt aangebracht op het Stadsbouwhuis.

Momenteel verschijnt op het Stadsbouwhuis aan de Langegracht het een-na-laatste muurgedicht van het Muurgedichtenproject van Stichting TEGEN-BEELD. Het honderdste gedicht is een ode aan de Jazz muzikant Charlie Parker en is geschreven door de zanger/dichter William Waring Cuney. Deze week beklimmen de TEGEN-BEELD heren Jan Willem Bruins en Ben Walenkamp voor de 100e maal de steiger en bakkeleien zij voor de zoveelste keer over hoe en in welke kleur de tekst op de muur moet komen.

Keuze

Bij de keuze van deze ode aan Charlie Parker is niet over één nacht ijs gegaan. Walenkamp en Bruins hebben maandenlang nagedacht en overlegd welk gedicht ze moesten kiezen. Ze werden het lange tijd niet eens. Bruins: "Nu we nog maar één gedicht konden kiezen, was het veel moeilijker om tot een gezamenlijke keus te komen. 'Dan doen we die de eerst volgende keer', konden we nu niet zeggen." De heren hebben gekozen voor een onderwerp waar ze allebei dol op zijn: Jazz. Walenkamp: "Tijdens de zoektocht naar het juiste gedicht, ontdekten we dat we beiden de bundel met dit swingende gedicht over Charlie Parker in ons bezit hadden. De keuze was toen snel gemaakt! En Parker is precies vijftig jaar geleden overleden." Het laatste gedicht, nummer 101 is langer geleden bepaald; het is De Profundis van Garcia Lorca. Er moet alleen nog naar een geschikte locatie worden gezocht.

Waring Cuney

De Amerikaanse dichter William Waring Cuney (1906 - 1976) was oorspronkelijk zanger en songwriter. Zijn gedichten horen bij de stroming die wordt aangeduid als de Harlem Renaissance, oftewel de New Negro Movement. Cuney's taalgebruik herinnert aan zijn niet blanke afkomst en heeft het jargon en ritme van het gettobestaan. Op een korte en heldere wijze zet hij zijn teksten neer. In 1960 zijn zijn gedichten voor het eerste gebundeld en wel in Nederland door Paul Breman onder de titel Puzzles. Na gereedkomen is het volledige gedicht na te lezen op www.muurgedichten.nl.

(Verschenen op Sleutelstad.nl op 24 april 2005)


Op

Een muur vol over jazzgigant Charlie Parker

Stichting Tegenbeeld bereikt mijlpaal

En dat is honderd! Honderd muurgedichten in Leiden. Honderd zielenroerselen op steen, honderd hartenkreten. Met dank aan de Stichting Tegenbeeld, die al sinds jaar en dag de Leidse gevels voorziet van poëzie. Op de gevel van het Stadsbouwhuis aan de Langegracht prijkt-ie dan, 'To the blues' van de Amerikaanse dichter Waring Cuney. Muziek tegen een kobaltblauwe achtergrond.

Het is een gedicht over de onvolprezen Charlie Parker, de man die zijn saxofoon kon laten huilen en lachen. Een jazzgigant die Ben Walenkamp en Jan-Willem Bruins van de stichting bijzonder na aan het hart ligt. "We hebben een hele tijd lopen zoeken naar een geschikt gedicht", zegt Walenkamp. We hebben samen bedacht dat het honderdste gedicht iets moois moest zijn. Iets bijzonders. Het werd iets gemeenschappelijks uit het verleden. We hebben allebei een verleden in de Twee Spieghels, de jazztijd daar.1 Uiteindelijk kwamen we uit bij een gedicht over Charlie Parker."

Het gedicht 'To the blues' van Waring Cuney.

Het gedicht 'To the blues' van Waring Cuney. "De tekst moet eruit springen anders vloeit-ie over in het blauw."

Van de hand van Waring Cuney. Een wel heel muzikaal gedicht. Bruins: "We zagen deze, we zagen de vorm, we herkenden de toonladdertjes." Walenkamp: "Het moet op een zangerige manier worden voorgelezen." Dan spatten de noten van de gevel. Maar zij zadelen de voorbijganger wel met een vraag op. Wie in 's hemelsnaam was John Burkes?2

Drop
A nickel in, 
Charlie's
Dead,
Charlie's
Gone,
But
John Burkes 
Carried on.

Wat zoveel wil zeggen als 'Gooi er een kwartje in, Charlie is dood, Charlie is er niet meer, maar John Burkes ging door'. "Misschien is Burkes wel de jukebox", oppert Bruins. "Gooi nog maar eens een kwartje in John Burkes."

Hoe het ook zij, de muziek van Parker staat nu te glanzen tegen een diepblauwe achtergrond. Strak en fraai. Het lijkt zo simpel, het schilderen van een gedicht op een paar stenen. Likje verf hier, likje verf daar en klaar-is-Kees. Maar de werkelijkheid is anders. Het verven van deze gevel is nog een hele klus geweest, stelt Bruins, die ook dit keer weer de kwast ter hand nam. "De hele tekst moest twee keer, net als de ondergrond. Om goed te dekken. Voor de hardheid van de letter en de hardheid van de kleur. Deze muur staat pal op het zuiden. Heeft dus extra te lijden. De tekst moet eruit springen, anders vloeit-ie over in het blauw."

Zegt de schilder, die onlangs een koninklijke onderscheiding kreeg voor zijn schilderwerk. Al moet hij zijn honderdste gedicht nog op de muur zetten. Want van de huidige verzameling schilderde hij er eentje niet. Walenkamp: "Een Japans gedicht, dat is gedaan door een Japanse kalligraaf. Die kan dat toch net iets beter."3

Nummer honderd-en-een neemt Bruins wel weer voor zijn rekening. Dat is dan tevens het laatste gedicht van de stichting, die ooit bepaalde dat de teller bij 101 zou blijven steken. Walenkamp: "We zouden nog eindeloos kunnen doorgaan." Bruins: "Maar het is wel een keer genoeg."

(Herman Joustra in het Leidsch Dagblad van zaterdag 7 mei 2005)

1 Jazz-café, Nieuwstraat 11 Leiden, met nog steeds veel aandacht voor (live) jazz muziek. Het was Ben Walenkamp die in 1971 dit café begon in een voormalige uitdragerij.
2 Met John Burkes wordt waarschijnlijk John Birks "Dizzy" Gillespie bedoeld. In 1940 ontmoette hij Charlie Parker in Kansas City. Zij ontwikkelden de bebop tijdens nachtelijke jamsessies met Kenny Clarke, Thelonious Monk and Max Roach.
3 Het 82e muurgedicht van Sugawara no Michizane werd op vrijdag 19 april 2002 gecalligrafeerd door Chikako Wijsman - Saga.


Op

Muurgedicht 100

Cuney
Muurgedicht.

Cuney Muurgedicht.

Er is een nieuwe Leidse hoogleraar Amerikaanse geschiedenis. Dat is geen echtpaar, maar Adam Fairclough (zie www.geschiedenis.leidenuniv.nl/index.php3?m=1&c=718). De verse hoogleraar moet even naar de Langegracht wandelen. Op het Stadsbouwhuis is namelijk een gedicht aangebracht van een Amerikaanse dichter, die behoort tot de New Negro Movement (ofwel Harlem Renaissance). Als verbeelding van de lesstof heeft dit gedicht heel wat mogelijkheden. William Waring Cuney (1906-1976) was aanvankelijk liedjesschrijver en zanger. Zijn gedichten werden in 1960 voor het eerst gebundeld in het boekje Puzzles. Het door de Stichting Tegenbeeld gekozen gedicht is een gedicht over de saxofonist Charlie (‘Bird’) Parker.

Met dit muurgedicht, nummer 100, is de gedichtenreeks op Leidse muren klaar. Het toetje, gedicht nummer 101, staat al vast: De Profundis van Garcia Lorca. Op de avond van 28 juni 2005 worden alle Leidse muurgedichten voorgelezen tijdens een poëzieavond aan de Nieuwe Rijn. Tegelijkertijd verschijnt dan een nieuw boekje met muurgedichten als aanvulling op het eerdere Dicht op de muur.

(Jos Damen in Forum, de elektronische nieuwsbrief van de Letterenfaculteit, Jaargang 5, nummer 3 mei/juni 2005)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht