William Waring Cuney , Charles Parker, 1920-1955 | |||||||||||||
![]() | |||||||||||||
| |||||||||||||
Een-na-laatste muurgedicht in de maak
Bij de keuze van deze ode aan Charlie Parker is niet over één nacht ijs gegaan. Walenkamp en Bruins hebben maandenlang nagedacht en overlegd welk gedicht ze moesten kiezen. Ze werden het lange tijd niet eens. Bruins: "Nu we nog maar één gedicht konden kiezen, was het veel moeilijker om tot een gezamenlijke keus te komen. 'Dan doen we die de eerst volgende keer', konden we nu niet zeggen." De heren hebben gekozen voor een onderwerp waar ze allebei dol op zijn: Jazz. Walenkamp: "Tijdens de zoektocht naar het juiste gedicht, ontdekten we dat we beiden de bundel met dit swingende gedicht over Charlie Parker in ons bezit hadden. De keuze was toen snel gemaakt! En Parker is precies vijftig jaar geleden overleden." Het laatste gedicht, nummer 101 is langer geleden bepaald; het is De Profundis van Garcia Lorca. Er moet alleen nog naar een geschikte locatie worden gezocht. Waring CuneyDe Amerikaanse dichter William Waring Cuney (1906 - 1976) was oorspronkelijk zanger en songwriter. Zijn gedichten horen bij de stroming die wordt aangeduid als de Harlem Renaissance, oftewel de New Negro Movement. Cuney's taalgebruik herinnert aan zijn niet blanke afkomst en heeft het jargon en ritme van het gettobestaan. Op een korte en heldere wijze zet hij zijn teksten neer. In 1960 zijn zijn gedichten voor het eerste gebundeld en wel in Nederland door Paul Breman onder de titel Puzzles. Na gereedkomen is het volledige gedicht na te lezen op www.muurgedichten.nl. (Verschenen op Sleutelstad.nl op 24 april 2005) | |||||||||||||
Een muur vol over jazzgigant Charlie ParkerStichting Tegenbeeld bereikt mijlpaalEn dat is honderd! Honderd muurgedichten in Leiden. Honderd zielenroerselen op steen, honderd hartenkreten. Met dank aan de Stichting Tegenbeeld, die al sinds jaar en dag de Leidse gevels voorziet van poëzie. Op de gevel van het Stadsbouwhuis aan de Langegracht prijkt-ie dan, 'To the blues' van de Amerikaanse dichter Waring Cuney. Muziek tegen een kobaltblauwe achtergrond. Het is een gedicht over de onvolprezen Charlie Parker, de man die zijn saxofoon kon laten huilen en lachen. Een jazzgigant die Ben Walenkamp en Jan-Willem Bruins van de stichting bijzonder na aan het hart ligt. "We hebben een hele tijd lopen zoeken naar een geschikt gedicht", zegt Walenkamp. We hebben samen bedacht dat het honderdste gedicht iets moois moest zijn. Iets bijzonders. Het werd iets gemeenschappelijks uit het verleden. We hebben allebei een verleden in de Twee Spieghels, de jazztijd daar.1 Uiteindelijk kwamen we uit bij een gedicht over Charlie Parker."
Drop A nickel in, Charlie's Dead, Charlie's Gone, But John Burkes Carried on. Wat zoveel wil zeggen als 'Gooi er een kwartje in, Charlie is dood, Charlie is er niet meer, maar John Burkes ging door'. "Misschien is Burkes wel de jukebox", oppert Bruins. "Gooi nog maar eens een kwartje in John Burkes." Hoe het ook zij, de muziek van Parker staat nu te glanzen tegen een diepblauwe achtergrond. Strak en fraai. Het lijkt zo simpel, het schilderen van een gedicht op een paar stenen. Likje verf hier, likje verf daar en klaar-is-Kees. Maar de werkelijkheid is anders. Het verven van deze gevel is nog een hele klus geweest, stelt Bruins, die ook dit keer weer de kwast ter hand nam. "De hele tekst moest twee keer, net als de ondergrond. Om goed te dekken. Voor de hardheid van de letter en de hardheid van de kleur. Deze muur staat pal op het zuiden. Heeft dus extra te lijden. De tekst moet eruit springen, anders vloeit-ie over in het blauw." Zegt de schilder, die onlangs een koninklijke onderscheiding kreeg voor zijn schilderwerk. Al moet hij zijn honderdste gedicht nog op de muur zetten. Want van de huidige verzameling schilderde hij er eentje niet. Walenkamp: "Een Japans gedicht, dat is gedaan door een Japanse kalligraaf. Die kan dat toch net iets beter."3 Nummer honderd-en-een neemt Bruins wel weer voor zijn rekening. Dat is dan tevens het laatste gedicht van de stichting, die ooit bepaalde dat de teller bij 101 zou blijven steken. Walenkamp: "We zouden nog eindeloos kunnen doorgaan." Bruins: "Maar het is wel een keer genoeg." (Herman Joustra in het Leidsch Dagblad van zaterdag 7 mei 2005) 1 Jazz-café, Nieuwstraat 11 Leiden, met nog steeds veel aandacht voor (live) jazz muziek. Het was Ben Walenkamp die in 1971 dit café begon in een voormalige uitdragerij. | |||||||||||||
Muurgedicht 100
Met dit muurgedicht, nummer 100, is de gedichtenreeks op Leidse muren klaar. Het toetje, gedicht nummer 101, staat al vast: De Profundis van Garcia Lorca. Op de avond van 28 juni 2005 worden alle Leidse muurgedichten voorgelezen tijdens een poëzieavond aan de Nieuwe Rijn. Tegelijkertijd verschijnt dan een nieuw boekje met muurgedichten als aanvulling op het eerdere Dicht op de muur. (Jos Damen in Forum, de elektronische nieuwsbrief van de Letterenfaculteit, Jaargang 5, nummer 3 mei/juni 2005) | |||||||||||||
| Links : | |||||||||||||
|
| |||||||||||||