Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Jan Eijkelboom , O

Jan Eijkelboom, O

Dichter: Jan Eijkelboom, Nederland, 1 maart 1926 - 27 februari 2008
Gedicht: O
Locatie: 4e Binnenvestgracht/Gerestraat, Leiden
Sinds: 1996 (nummer 40)

Nederlands
O

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.


Maar nee, wat bij mij ingaat
moet bezinken, 
verdicht zich tot een sprake-
loos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.


Op

Van voorlichter tot ereburger van Dordrecht

Ode aan een levende dichter: Jan Eijkelboom

Op 1 maart [2001] wordt Jan Eijkelboom 75 jaar. Verreweg de meeste jaren van zijn leven heeft hij in Dordrecht doorgebracht. De stad leeft in zijn veel geprezen gedichten. Op 3 maart viert de Dordtse ereburger zijn verjaardag met een literair samenzijn. Het draagt niet toevallig de titel Stad in poëzie.

"Vannacht heb ik mijn laatste gedicht geschreven", zegt hij, terwijl hij in zijn werkkamer naar een stalen archiefkast loopt. "Ook dat gaat weer over de stad, en het water, want die twee zijn met elkaar verbonden. Ik schreef het voor een vriend." Jan Eijkelboom vouwt een velletje papier open en leest hardop:

De Merwede 

We moeten het er maar mee doen,
Richard, met dit gelijkmatige water,
deze vertraagde snelweg.

De schipper in zijn verstelbare fauteuil
draait allang geen rad meer in `t rond,
verheft zich hydraulisch boven kisten als huizen

ziet de restanten riet over het hoofd
waarin wij in voorwereldlijke kano's
soms scholen voor onweer of om degene

die voor ons zat gelegenheid te geven
het hoofd in onze ontvankelijke schoot te leggen;
de dronkenschap van gekneusde biezen

die je dan overviel. O, bring me
to the river, opnieuw en opnieuw.

Het velletje wordt weer zorgvuldig terug gevouwen. Dan, zonder opkijken: "Ik hoor bij deze stad. In beperkte zin ben ik een stadsdichter, een dichter in Dordt."

Terugkeer

Jan Eijkelboom is zijn leven lang in de buurt van Dordrecht gebleven. Weliswaar in Slikkerveer geboren en tot zijn tweede levensjaar in Papendrecht opgegroeid, sleet hij verreweg de meeste jaren van zijn leven in de stad. Hij ging wel eens weg, om iedere keer weer terug te keren. Vijf jaar militaire dienst, waaronder een periode in Indonesië ten tijde van de zogeheten Politionele Acties. Hij schreef er verhalen over, kortgeleden gebundeld en uitgebracht in Het Krijgsbedrijf, zijn prozadebuut.

Hij maakte ook een uitstapje naar Amsterdam, waar hij politicologie studeerde en adjunct-hoofdredacteur werd van Vrij Nederland. In 1967 kwam hij terug naar Dordrecht, de stad waar zijn vader ooit in de gemeenteraad de Anti-Revolutionaire Partij vertegenwoordigde. Vaders meningen botsten regelmatig met de socialistische opvattingen van zijn zoon.

Eerste gemeentelijke voorlichter

Jan Eijkelboom kreeg een betrekking waar weinigen in Dordt nog weet van hebben. "Ik werd de eerste gemeentelijke voorlichter", zegt hij. "Ik had één man personeel en dat was ikzelf. Ik wist niet goed wat ik moest doen en begon nota's minder ambtelijk van stijl te maken. De eerste teach-inns heb ik georganiseerd, dat was toen mode. Daar werd vooral veel geroepen. Verder moest ik ontvangsten organiseren, zoals voor Beatrix, toen nog prinses. Verder heb ik aan Kees Buddingh' de opdracht gegeven zijn `Ode aan Dordrecht' te schrijven."

Journalist

Maar de journalistiek trok, dat vond hij interessanter. Na een korte periode op de kunstredactie van HetVrije Volk te hebben gewerkt, werd hij gevraagd om hoofdredacteur van dagblad De Dordtenaar te worden. "Het is een van de weinige zaken waar ik spijt van heb gekregen. Een middenstadskrant. Alle winkeliers die een nieuwe toonbank hadden, moesten in de krant. Ik kon er niet goed uit de voeten."

De terugkeer naar Het Vrije Volk was evenmin geheel geslaagd. Hij werd er redacteur buitenland, redacteur van de opiniepagina en ten slotte herschrijver van andermans teksten. "Welbeschouwd heb ik een omgekeerde carrière gekend", zegt hij glimlachend.

Dichter

Het dichterschap bleek het meest bij hem te passen. Na zijn succesvolle debuutbundel `Wat blijft komt nooit terug', uit 1979, verschenen nog zes dichtbundels. Hij is onlangs begonnen met het schrijven van kinderverhaaltjes, over Dikkie Dwarrel. Zijn zoontje Gijs, met zijn `geïnspireerde dwaasheid', staat model. Zolang lichamelijk of geestelijk gebrek hem niet hindert, zal Eijkelboom doorgaan met werken. "Ik heb nauwelijks pensioen opgebouwd", zegt hij. "Ik werk omdat ik anders droog brood zou eten. Bovendien zou ik doodgaan als ik niet werk."

Columns

Zijn columns voor de Stadskrant vormen een andere bescheiden bijdrage aan zijn oudedagsvoorziening. Maar hij schrijft ze niet in de eerste plaats voor het geld. "Ik geef commentaar op alles wat er in deze stad gebeurt. Maar ik wil geen jeremiërende tegenstander van alles zijn. Je moet oppassen voor het 'gif van de weemoed', zoals ik wel eens in een gedicht heb geschreven. Onlangs heb ik een column geschreven over Stadspolders. Daar kwam ik voor het eerst. Het staat er al twintig jaar. Ik meed de wijk, dacht dat de polder verpest was. Maar ik was er, en zag toch iets anders. Het is netjes gedaan. En er is goddank iets bewaard gebleven. De Loswal, hij ligt even slordig bij als vroeger."

Hij beaamt milder te zijn geworden in zijn oordeel. Eijkelboom: "Vroeger was ik militanter. Zo ben ik helemaal niet tegen een toren op het Statenplein. Als het maar een mooie toren is, en het karakter van Dordt bewaard blijft."

Wat is het karakter van Dordt?Eijkelboom, zorgvuldig formulerend: "De combinatie van de oude stad aan de rivier en de drukte van de rivier zelf. Delft en Utrecht zijn ook mooi. Maar die steden liggen aan dood water, wij aan stromend."

Schoonheidsfoutjes

Het zijn, zoals hij zelf zegt, jeugdherinneringen die hem in de stad houden. "Voor mezelf merk ik niet dat ik ouder wordt", zegt hij. "Geestelijk en lichamelijk voel ik me sterk. Ruim een jaar geleden heb ik darmkanker gehad. Geen minuut heb ik getwijfeld of ik het zou halen. Pas achteraf hoorde ik dat van de 100.000 gevallen per jaar er 40.000 sterven. Dan schrik je wel. Maar ik voel me nu uitstekend. Goed, ik ben iets sneller moe. Ook was ik al doof. En af en toe moet ik een bril opzetten. Dat is alles wat mij mankeert.

Midden in het leven

Hij staat, ook dankzij zijn veel jongere vrouw en jonge kinderen, midden in het leven. "Ik betrap me er wel op dat ik opkijk, als een mooie vrouw aan komt lopen. Je wilt toch je beste beentje voor zetten. Als je daarmee ophoudt, kun je het wel schudden. Dan is het afgelopen. Ik heb me nooit jonger voorgedaan als ik ben, echt waar. Maar de dood hoop ik wel zo lang mogelijk uit te stellen. Ik hoop oud te worden, onder niet al te barre omstandigheden, alleen al voor mijn vrouw en kinderen. En als het dan gebeurt, gebeurt het. De dood boezemt me geen angst in."

(Frits Baarda in de Stadskrant Dordrecht van februari 2001)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht