|
| ||
Salvador Espriu , Pluja - Regen | ||
![]() | ||
| Dichter Gedicht Locatie Sinds Let op | ||
Pluja No ve d'ennloc. Partir? No hi ha paraula màgica que trenqui aquest costum de l'ull, aquest silenci sonor de dards. La primavera, el luxe dels anys i de la lumm. Ara es perdia en el camí vençut. Les esperances han mort a temps. Tot és de nou perfecte al llarg de la buidor: la lenta pluja no va a cap banda. |
Rain It comes from nowhere. Leave? There's no magic word that can break this monotone, the staring, the sonorous silence like that of arrows. The spring, and the abundance of years and of light, lie lost on the road behead. The expectations died away completely in the end. Once again everything is utterly in a vacuum: the slow rain is going nowhere. (vert. James Brockway) |
Regen Het komt van nergens. Weggaan? Er is geen toverwoord dat deze sleur doorbreekt, het staren, de sonore stilte als van pijlen. De lente, en de overvloed aan jaren en aan licht, liggen verloren op de afgelegde weg. De verwachtingen doofden op den duur volkomen. Opnieuw is alles volmaakt in de leegte: de trage regen gaat nergens heen. (vert.Kees Bakker |
De natuur verdringt de cultuur letter voor letterOp de hoek van de Telderskade en de Rijn en Schiekade staat een huis. Een huis met een witte muur. Gezien vanaf de Rijn en Schiekade maakt het huis deel uit van een rijtje woningen dat schuin oploopt naar de Wouterenbrug. Dat is dat smalle steile ding over de Trekvliet naar de Jan van Goyenkade. Met de fiets een moeilijk te nemen obstakel. Vooral als het nat is. Ga je de bocht om en kijk je vanaf de Telderskade tegen de zijkant van het huis aan, dan wekt het de indruk niet tot een rijtje te behoren, maar daar moederziel alleen te staan. Op het hellend vlak tot aan de spoorlijn Leiden - Utrecht valt er naast het huis namelijk een flink gat. Dat idee wordt nog versterkt omdat er ook aan de overkant niets staat. De lege ruimte daar is opgevuld met gras en wat bomen en struiken. Een parkje in de dop. Het is vanuit dat groen dat je een goed zicht hebt op die blinde zijmuur van het huis. Dat moet ook Ben Walenkamp geconstateerd hebben toen hij daar op een lentedag toevallig met zijn fiets even halt hield. 'Hé, gave muur voor een gedicht', hoorde een voorbijganger de man van de Stichting Tegenbeeld half-hardop mompelen. Een maand of wat later had Leiden weer een paar strekkende meter openbare kunst in zijn bezit. Het gedicht in kwestie heet Pluja - regen. Het is van hand van Salvador Espriu :1913-1985) en het is gesteld in een taal die maar weinigen in Nederland zullen begrijpen, het Catalaans. Het wordt gesproken in de Spaanse provincie Catalonië met als hoofdstad Barcelona. Zoiets als het Fries bij ons. Alleen heeft het een sterkere lading. Waar ze in Heerenveen immer gedwee achter Den Haag en Oranje aan hobbelen daar voelen de Catalanen zich al eeuwen achtergesteld bij het machtige Madrid, de hoofdstad waar ze de dienst uit maken. Het liefste was Catalonië morgen nog onafhankelijk. De spraak als bindmiddel om zich te onderscheiden van de gehate vijand. Het is overigens niet zomaar dat dit gedicht daar in dat stille stukje van de stad juist in die taal is verschenen. Want je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar het Catalaans en het Leids - Dat schept toch een band. Het is immers nog maar een paar eeuwen geleden dat de Spaanse machthebber - lees de Madrileen - hier voor de poorten lag om de bewoners uit te hongeren en ze het juk op te leggen. Dat laatste is ze uiteindelijk niet gelukt. In Catalonië zijn ze daar best jaloers op. Kregen zij dat ook maar voor elkaar. Als steuntje in de rug voor Catalonië daarom daar dat vers. Dat overigens letter voor letter moet wijken voor de klimop die alsmaar verder om de hoek komt kijken. De pen is machtig - volgens het spreekwoord zelfs machtiger dan het zwaard. Maar tegen de wortels van de natuur is echt helemaal niets bestand. Zelfs cultuur niet. (Leidsch Dagblad 1 december 1999) | ||
| Links : | ||
|
| ||