Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Ida Gerhardt , Code d'Honneur

Ida Gerhardt


Dichter: Ida Gerhardt, Nederland, 1905 - 1997
Gedicht: Code d'Honneur
Locatie: Cleveringaplaats 1 (singelzijde), Leiden
Sinds: 24 maart 2001
Let op: Dit gedicht maakt geen deel uit van het project TEGEN-BEELD.
Let op: Bij de renovatie van de buitenmuren van het Lipsius gebouw in september 2005 is dit muurgedicht overgeschilderd, maar in juli 2006 opnieuw aangebracht.

Nederlands
Code d'Honneur

Bezie de kinderen niet te klein: 
Zij moeten veel verdragen -  
eenzaamheid, angsten, groeiens pijn 
en, onverhoeds, de slagen. 
  
Bezie de kinderen niet te klein: 
Hun eerlijkheid blijft vragen, 
of gij niet haast uzelf durft zijn. 
Dàn kunt ge 't met hen wagen. 
  
Laat uw comedie op de gang 
- zij weten 't immers tòch al lang! - 
Ken in uzelf het kwade. 
  
Heb eerbied voor wat leeft en groeit, 
zorg dat ge het niet smet of knoeit. - 
Dan schenk' u God genade.

(Uit: Sonnetten van een leraar, Assen 1951)


Ehrenkode

Schau zu den Kindern, nicht zu klein
Sie müssen viel ertragen:
Wachstumsschmerz und Angst und Einsamsein
Und – unerwartet – schlagen.

Schau zu den Kindern, nicht zu klein:
Ihr´ Ehrlichkeit lässt immer fragen,
Ob Du nicht wagst, du selbst zu sein.
Dann kannst du es mit ihnen wagen.

Lasst laufen euere Komödie:
Sie wissen es ja doch schon lange, siehe!
Erkennt das Böse, in euch selbst versenket.

Habt Ehrbiet vor dem Leben, Wachstum
Beschmutzt es nicht, dreht es nicht krumm:
Dann Gott mit Gnade euch beschenket.

(übersetzt von Wolfgang Look, Berlin, 12.5.2009)


Op

Uitgezocht door:

Professor Lammert Leertouwer, van 1991 tot 1997 rector magnificus aan de Leidse Universiteit. Hij was erg geliefd bij de studenten. Bij zijn afscheid zou hij van de studentenverenigingen een muurgedicht naar keuze krijgen. Leertouwer koos voor het sonnet Code d'Honneur van Ida Gerhardt. Het gaat, aldus Leertouwer, over "de essentie van het onderwijsschap".

De stichting TEGEN-BEELD was uiteindelijk niet bereid het aanbrengen van het muurgedicht te verzorgen. De stichting staat er om bekend zijn eigen keuzes te willen maken voor wat betreft gedicht, locatie en uitvoering. Het resultaat is dat het muurgedicht pas op 24 maart 2001 kon worden onthuld in een sobere uitvoering, verzorgd door de Leidse kunstenaar Hendrik Ribot, volgens het bij het originele muurgedicht aangebrachte bordje tevens Genius muurschilderingen (Zie ook zijn website). Ribot heeft ook de her-schildering in juli 2006 verzorgd.


Op

Tegenbeeld weigert studenten te steunen met gedicht

Muurgedicht voor oud-rector universiteit Leertouwer onthuld

Vier jaar na dato is de ereschuld van de Leidse studentenverenigingen ingelost. Professor Lammer Leertouwer, van 1991 tot 1997 Rector magnificus aan de Leidse universiteit, kreeg eindelijk zijn cadeau van zijn studenten. Afgelopen zaterdag werd, op de muren van het LAK-gebouw bij het houten bruggetje over de Witte Singel, het afscheidsgeschenk onthuld. Op de witte muur prijkt daar nu, in grote zwarte letters (het werk van de kunstschilder Hendrik Ribot), een gedicht van Ida Gerhardt: "Code d'Honneur".

De studenten die hun voormalig rector toespraken toonden zich blij en beschaamd. Blij om hun geliefde rector weer te ontmoeten en te mogen toespreken. Beschaamd omdat het vier jaar duurde, voordat zij professor Leertouwer hun cadeau konden overhandigen. Leertouwer had destijds, op verzoek van de studenten, het gedicht van Ida Gerhardt zelf uitgezocht. Niet omdat het haar beste gedicht was, wel omdat de inhoud hem zeer aansprak, lichtte hij zaterdag toe. Leertouwer beschouwt het gedicht, dat vraagt om begrip van docenten voor hun studenten, als een "eerbetoon aan iedereen die zich inspant voor het onderwijs".

Tegenbeeld

De Stichting Tegenbeeld, verantwoordelijk voor vele muurgedichten in de hele stad, kon zich om onduidelijke redenen niet vinden in de keuze van Leertouwer. Leertouwer en de studenten hielden voet bij stuk: het moest "Code d'Honneur"worden en niets anders. Het gevolg van deze patstelling was dat de Stichting Tegenbeeld hun toezegging om het gedicht aan te brengen op een muur van de Leidse universiteit, niet nakwam. De studenten, bekomen van de schrik van deze "aantasting van het vrije woord", moesten zelf op zoek naar een sponsor en een schilder. Dat duurde lang, heel lang, voordat zij hun belofte konden nakomen. "Gelukkig bepalen wij zelf wat wij schilderen op onze muren", stelde Leertouwer tevreden vast. Het was een mooi ceremonieel, op een zonnige dag en met veel stemmige woorden. De studenten spraken van een "ereschuld die werd ingelost"en over de bezieling van de oud-rector voor onderwijs en studentenzaken. Leertouwer zei dankbaar en trots te zijn om, zoals het theologen betaamt, verschillende redenen. Trots vanwege de plaats van het gedicht: aan de voet van het bruggetje dat studenten en docenten gebruiken op weg naar de universiteitsbibliotheek. Trots vanwege het belang van de boodschap: een steun in de rug aan alle docenten die het vuurtje tussen student en docent blijven aanwakkeren. En tot slot: trots op het doorzettingsvermogen van zijn studenten. De tegenwerking die zij hadden ervaren bij het realiseren van hun cadeau zag Leertouwer als een bewijs van hun veerkracht.

Toen was het tijd voor de onthulling. De kleinzoon van Leertouwer liet een bel klingelen. Er klonk trompetgeschal ("Viva Academica"). Het scherm over het gedicht verdween. Er waren applaus en champagne. Het strijkje was in aantocht. De Leidse studenten en docenten, binnen en buiten de universitaire gemeenschap, kunnen het gedicht vanaf nu tot zich nemen: "Bezie de kinderen niet te klein, zij moeten veel verdragen …".

(Brigitte Elburg in de Leidse Post van 28 maart 2001)


Op

ERESCHULD STUDENTEN INGELOST: WELKOM CODE d'HONNEUR

Eindelijk lente was het afgelopen zaterdag, toen een SELECT gezelschap, aangevoerd door TWEE RECTORES MAGNIFICO, zich langs de LEIDSE SINGELS begaven teneinde een ERESCHULD van vier jaar geleden alsnog in te lossen...Toen immers besloot de LEIDSE STUDENTENSAMENLEVING om, los van een GROOTS afscheidsfeest, de scheidende rector LAMMERT, een gedicht naar keuze aan te bieden...

Vandaag was het eindelijk zover... en het werd. . .IDA GERHARDT met 'Code d'Honneur'. Een gedicht waarover Lammert vertelde dat hij het speciaal had uitgezocht voor IEDEREEN die zich INSPANT voor het ONDERWIJS. En onder TROMPETGESCHAL en het GAUDEAMUS werd het, recht tegenover de Universiteitsbibliotheek, onthuld door KLEINZOON IJSBRAND, die daarna rustig verder las in zijn NEVERENDING STORY.

En nu hangt er dus, BOVEN het toeziend oog van Professor HUIZINGA, een PRACHTGEDICHT. Met regels als: Bezie de kinderen niet te klein: Zij moeten veel verdragen. En zorg dat ge het niet smet of knoeit. Inderdaad een goed advies aan alle UNI-docenten!

Maar eerst BLOEMEN in de LENTEZON voor LIES en JOAN, de beide EGA-RECTORES. En ROZE CHAMPAGNE voor DOUWE, onze SPLINTERNIEUWE rector. En voor JULIA, de moeder van IJSBRAND. En natuurlijk ook voor -kent u ze nog- SAM, JEROEN en MIKKEL. ANNELIES en PETRA. Allemaal inititiatiefnemers van toen, en inmiddels uitgerust met een WERELDBAAN dankzij de universitaire gemeenschap! Zij drongen allen aan op een LEUK STUK, oftewel een LEUKE column. Wel, nadat wij terug gewandeld waren naar QUINTUS voor een AFZAKKERTJE, en aldaar opnieuw met VOLLE TEUGEN genoten van o.a. het bijzondere gezelschap durfde ondergetekende dat niet meer te beloven...HIPS!

(Pink Meltzer in de Mare van 29 maart 2001)


Op

Mieke Koenen: "Vreselijk"

De poëzie van Gerhardt is tweezijdig, stelt Koenen. ‘Soms heel plechtstatig, alsof er een boodschap wordt gepredikt. Dan is ze vaak niet op haar best. Haar beste gedichten zijn sober.‘ Koenen vindt het Gerhardt-gedicht Code d‘honneur op de zijgevel van het LAK-gebouw dan ook minder geslaagd: ‘Het is zo verkondigend, ik vind het vreselijk! Dat had eruit gemoeten. Ze heeft over haar leraarschap zoveel mooiere gedichten geschreven. Neem bijvoorbeeld ‘Eindvergadering‘, waarin ze leraren in de lerarenkamer die clichématig over leerlingen praten vergelijkt met beesten in een terrarium: ‘Suf hokt de ziel in een verdord karkas‘. Dat muurgedicht is sentimenteel, zoetig, op de knieën. Mensen vragen vaak aan mij of ik weet hoe het daar gekomen is. Zo‘n betuttelend gedicht, dat hoort niet op een letterenfaculteit.‘

(Uit ‘Ze voelde zich haar hele leven miskend’ in de Mare van 16 mei 2002)


Op

Steigers aan de waterzijde van het Lipsiusgebouw met 'het verdwenen gedicht'. (foto: Jesca Zweijtzer)

Steigers aan de waterzijde van het Lipsiusgebouw met 'het verdwenen gedicht'. (foto: Jesca Zweijtzer)

Verdwenen gedicht

Op het Lipsius is sinds kort aan de voorzijde een gedicht aangebracht, maar trouwe bezoekers weten dat er al veel langer een ander gedicht het gebouw sierde: aan de waterzijde. Je kon dit gedicht lezen vanaf het bruggetje. Rechtsonder het gedicht hing een kop van Johan Huizinga.

Die kop is goed terecht gekomen, namelijk in het Johan Huizinga-gebouw, maar waarom is toch dat gedicht verdwenen ? Dat vroegen veel verontwaardigde gebruikers van het Witte Singel – Doelencomplex zich af.

Bij de opknapbeurt van de buitenkant van het Lipsius moesten bijna alle geverfde vlakken opnieuw behandeld worden. Soms was vervanging van de platen aan de buitenkant noodzakelijk, soms was het oppervlak sterk vervuild geraakt in de loop van de tijd. Dat gold ook voor het deel waar het gedicht op was aangebracht.

Maar niet getreurd: het gedicht komt terug, en wel zoals het er oorspronkelijk ook op is aangebracht. Daartoe zijn de initiatiefnemers inmiddels benaderd. Bij wijze van voorbode zijn nu steigers aangebracht.

(Mededeling in Forum Jaargang 6, nummer 3, mei 2006)


Op

Hendrik Riebot schildert eerste regel van de vierde 
														strofe.(foto: Jesca Zweijtzer)

Hendrik Riebot schildert eerste regel van de vierde strofe.
(foto: Jesca Zweijtzer)

Het gedicht van Ida Gerhardt is (bijna) terug!

Halverwege juni is er beweging te zien op de steiger die al sinds een aantal weken tegen de achterzijde van het Lipsius geplaatst staat. De schilder, Hendrik Riebot (die het gedicht ook de eerste keer op deze muur schilderde), is inmiddels aan de eerste regel van de vierde strofe bezig als hij gespot wordt door de fotograaf. Anderhalve week kost het om het minutieuze werk netjes af te ronden. Hoewel de renovatie ons gebouw wel heeft opgeknapt, is het er voor muurgedichtschilders niet beter op geworden. “Een moeilijke muur, door de structuur die ze erop hebben aangebracht,” is het oordeel van Riebot. Des te meer waardering daarom, voor de hernieuwde verfraaiing van ons betonnen pand.

(Mededeling in Forum Jaargang 6, nummer 3, mei 2006)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht