Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Guillaume van der Graft , Vragenderwijs




Dichter: Guillaume van der Graft (pseudoniem van Willem Barnard), Nederland, 15 augustus 1920 (Rotterdam)
Gedicht: Vragenderwijs
Locatie: Kagerstraat 1 (Visser 't Hooft Lyceum), 2334CP Leiden
Sinds: 2009
Let op: Dit gedicht maakt geen deel uit van het project van TEGEN-BEELD.


Nederlands
Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen

ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan

wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom
op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

(Uit: Vogels en vissen, 1954;
en Verzamelde Gedichten, deel I,
Baarn 1982, 328)


Op

Bij de gratie van het vragen

In dit lustrumjaar kwam het gedicht Vragenderwijs (1952) op een muur van de school te staan. Het was een initiatief vanuit de sectie Nederlands van het Visser. In de literatuurlessen speelt het gedicht van Guillaume van der Graft dan ook een niet onbelangrijke rol sinds de hoogtijdagen van 'close reading'. Bij deze vorm van poëzieanalyse ‘proef’ je elk woord van de tekst en dat begint dus met de titel. Wat betekent die? Had er ook kunnen staan: ‘al vragend’. Uit de grammatica kennen we de Vragende Wijs. Is dat hetzelfde als ‘vragenderwijs’? Om achter de betekenis te komen zoek je naar vergelijkbare constructies. 'Spelenderwijs leer je zwemmen’ bijvoorbeeld. Dat wil zeggen: door middel van het spel bereik je het doel van het kunnen zwemmen. Bij Vragenderwijs is dat doel: antwoord vinden op de grote levensvragen: Waarom ben ik hier? Wat is de zin van mijn leven? Of om het met Hella Haasse eens anders te zeggen: Hoe moet ik een mens worden?

Als het antwoord uitblijft, wordt halverwege het gedicht de vraag bijna wanhopig tot twee keer toe gesteld: Wat is er dan? En in de volgende regels komt het antwoord: Jezus. Maar dat staat nergens. Die naam is ver weggestopt. En voor wie toch het antwoord zelf ontdekt, is het een ware Aha-Erlebnis. Ineens zie je hoe in het gedicht het water terugkomt in de man die niet wandelt over het water, maar het water onder zijn voeten dráágt. Je herkent de vogels in de duif die op hem neerdaalde bij zijn doop en die hij dan dráágt op zijn hoofd. De hooghartige bomen uit het begin? Ze worden het kruis dat hij dráágt op zijn rug. Als het gedicht al een pasklaar antwoord geeft, dan is het gelegen in het werkwoord ‘dragen’. En daarover valt dan nog heel wat te bespreken – over die betekenis van het werkwoord ‘dragen’.

Maar de verleiding is groot om voortaan maar liever meteen te zeggen: dat gedicht Vragenderwijs gaat over Jezus. De rest is eigenlijk ballast: zeg dat dan meteen, waarom altijd zo moeilijk doen bij poëzie? In het gedicht gaat het echter juist om ‘moeilijk doen’. De titel geeft het aan: het gaat niet om een ready-made antwoord, maar om het vragen zelf. Door middel van herhaaldelijk, bijna kinderlijk vragen moet het antwoord steeds opnieuw worden opgebouwd – net zoals een ‘close reader’ telkens weer alle woorden van het gedicht doorloopt en op hun waarde proeft ...
  ... om vervolgens aan het eind van de tekst ineens een nieuw zicht te krijgen op het begin. In de woorden van de Engelse dichter Pahlow is er ‘a flash of clear blue light” waarin men alles even haarscherp ziet - en dan is het voorbij … moet je weer opnieuw beginnen. Doorstructurering van het gedicht, heet dat. Iedere keer een nieuwe flits van herkenning. Daarom kan je dus best elke dag weer opnieuw die bekende regels lezen op de oude schoolmuur uit het begin van de 20e eeuw:
“Ik vroeg het aan de bomen …”

Het antwoord bestaat alleen bij de gratie van het vragen. Vraag je niets, dan verliest het antwoord zijn zin. En het doet de dichter ook geen recht. In de orthodoxie heeft men graag antwoorden klaar, maar Van der Graft beweegt zich juist blijkens de titel van een dagboek dat hij bijhield in een verzorgingshuis, telkens tussen ‘orthodox’ en ‘niks’.

Een inmiddels hoogbejaarde dichter, geboren in 1920, met een bewogen leven als theoloog en predikant, bevriend met generatiegenoten als Simon Vinkenoog en Hans Andreus; schrijver ook van ruim 70 liederen in het Liedboek van de Kerken, die in 2007 nog eens zijn eigen bloemlezing samenstelde onder de titel “Praten tegen langzaam water.” Vele 'experimentele' dichters van 1950 hadden iets met de raadselen van het water, dat op zee, in een beek of zelfs in een zwembad telkens weer zo anders klinkt. Je vindt het bij Lucebert op zoek naar "eenvouds verlichte waters," bij Kouwenaar die vuur wil maken uit water of bij Lodeizen voor wie het water "in welbespraakte onrust deint tussen zijn twee oevers", maar een antwoord – nee: het is "verloren in de werkelijkheid." Misschien is Vragenderwijs daarop wel een antwoord. (H.J.C. Schaap)
(Website Visser 't Hooft Lyceum 24 december 2009, Copyright 2010 Visser 't Hooft Lyceum)

Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht