Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Cees van Hoore , Avond op het land

Cees van Hoore


Dichter: Cees van Hoore , Nederland, 1949
Gedicht: Avond op het land
Locatie: Kiekendiefhorst 1, Leiden
Sinds: september 2000 (nummer 75)


Nederlands
Avond op het land

Sloten vol groene paletten: uit elk duimgat
steekt een in gele verf gedoopte kwast.

Overhemden juichen op een achtererf. De wind
haalt zijn grove kam door het gras.

Achter een venster worden gezichten schoksgewijs belicht.
Alsof ze naar een reeks explosies staren.

Gelaten vreet vee, de kop naar beneê. De verte 
is bepluimd met sproeiers die de aarde laven.

Een haas richt zijn oren. Het is de indiaan niet
die uit mijn jeugd geslopen komt.

Huiswaarts fiets ik. Zwijgend.
Zo komen er nooit vliegen in mijn mond.

Engels
Country evening

Ditches filled with green palettes; from each thumb grip
Sticks a brush dipped in yellow paint.

Shirts whoop in a back yard. The wind
Rakes its coarse-toothed comb through the grass.

Behind a window faces are lit up by fits and starts
As if they sit staring at a string of explosions.

Resigned, cattle feed, heads down. The far distance
Is plumed with sprinklers that slake the earth.

A hare points its ears. It is not the indian
Who comes stalking from my youth.

I cycle home. Mute.
This way flies never get into my mouth.

(Vert. Rick van Vliet)


Op

Dichter en journalist

In het Leidsch Dagblad van zaterdag 16 september 2000 werd een foto van dit Muurgedicht opgenomen. Het onderschrift luidde: "De stichting Tegen-Beeld is alweer aan het 75ste muurgedicht toe. Een muur van een flat aan de Kiekendiefhorst in de Slaaghwijk is opgesierd met het gedicht 'Een avond op het land' van de Leidse dichter, schrijver en journalist Cees van Hoore."

Als journalist schrijft Cees van Hoore over cultuur voor de Geassocieerde Pers Diensten (GPD). In het Leidsch Dagblad heeft hij bijvoorbeeld diverse malen geschreven over de Muurgedichten. Op deze site zijn daarvan opgenomen:

Op

Op weg naar 100 muurgedichten

Een muur van een flat aan de Kiekendiefhorst in de Slaaghwijk is verfraaid met het gedicht 'Een avond op het land', geschreven door de Leidse dichter, schrijver en journalist Cees van Hoore. Inmiddels is ook het 76e gedicht onthuld, een Surinaams/Hindoestaans gedicht kreeg een plaatsje in de Sperwerhorst. "Er komen minstens 100 gedichten op muren", aldus Ben Walenkamp van de Stichting TegenBeeld "Wij zouden daar dit jaar mee rond zijn, maar zijn wat achterop geraakt".

(Het op zondag 24 september 2000)


Op

Gedichten op de muur [1]

Leiden laat zich lezen als een stad vol poëzie. In de afgelopen acht jaar heeft Stichting TEGEN-BEELD meer dan zeventig gedichten geschilderd op gevels in binnenstad en buitenwijken, en er komen nog steeds nieuwe bij. Er is bij dit project gekozen voor poëzie uit alle windstreken, en vooral: voor de oorspronkelijke taal van de gedichten, soms voorzien van een vertaling. Zo'n gedicht in een andere taal laat iets zien van de cultuur waaruit het voortkomt. Door al die gedichten van verschillende achtergronden in de stad naast elkaar te plaatsen, hoopt TEGEN-BEELD het respect voor die andere culturen te vergroten. Maar bovenal lieten de bedenkers zich leiden door de poëzie.

Door de manier waarop de gedichten op de muur zijn geschilderd, ontstaat er vaak een bijzondere wisselwerking tussen woord, beeld en plaats. Neem nu de bloemenschildering bij het gedicht 'Avond op het land' van Cees van Hoore. De gele lis en lisdodde zijn hier een directe weergave van wat er op de fietstocht door de avondlijke polder te zien is. Het effect wordt nog versterkt als je na het lezen om je heen kijkt: het gedicht staat op een muur aan de rand van de Merenwijk, vlak langs de begroeide rand van een lange rechte vaart.

(Marleen van der Weij in Onze Taal 2000 - 11)


Op

"Iedereen wordt na zijn dood mooier"

Leidenaar Cees van Hoore over nieuwe roman 'Zo'n Vader'

LEIDEN - Coen Polack

"Ik wilde een portret schetsen van een man in het naoorlogse Den Haag die moet knokken voor zijn vreten en die vrij wil zijn." Vijftien jaar na het verschijnen van zijn roman debuut publiceerde de Leidse schrijver, dichter en journalist Cees van Hoore vorige maand zijn tweede roman 'Zo'n Vader'. Het is een boek geworden over dood, liefde, Den Haag en de jaren '50.

In de roman beschrijft een zoon het leven van en met zijn vader. Het is een liefdevol portret van een ambitieuze, soms harde en driftige arbeider, die ondanks de moeilijke en arme tijd waarin hij leeft, vol verlangen en humor in het leven staat. "Ik laat van deze man niet alleen de onvolkomenheden zien, maar ook zijn goede kanten. De zoon oordeelt niet over zijn vader, dat heb ik natuurlijk bewust zo gedaan. Ik wil laten zien dat eigenlijk iedereen na zijn dood mooier wordt dan hij was. Dat is één van de grondgedachten van dit boek."

Het boek speelt voornamelijk in de jaren '50. Van Hoore: "Je hoort wel eens zeggen dat mensen zich vormen naar de omgeving waarin ze leven. De harde persoonlijkheid van de vader in het boek is gevormd door het Haagse arbeidersmilieu in een tijd waarin de oorlog nog als een soort slagschaduw over alles heen lag. Ik heb geprobeerd in de taal het ritme en het timbre van die tijd weer te geven. Het was een kleurloze, zwart-witte tijd. Er lag een soort laag van antracietgruis over alles heen."

De vader in het boek is vooral een Hagenaar. Van Hoore: "Den Haag is een maffe stad. Het is bijvoorbeeld harder, onvriendelijker dan Amsterdam. Als je in Den Haag een kroeg binnen stapt wordt je meteen aangekeken met zo'n blik van 'wat moet jij hier nou'. Als je de mensen leert kennen dan zijn ze een stuk vriendelijker dan je op het eerste gezicht zou zeggen. De vader in dit boek is ook zo. Hij is hard, hij neemt geen blad voor de mond en als hij begint te schelden dan vliegen, typisch Haags, de ziektes je om de oren. Maar ik laat tegelijkertijd zien dat er ook heel veel liefde in hem zit, dat hij een zachtere kant heeft die onder de oppervlakte ligt."

De vader voelt zich in zijn gezinsleven geketend. Zijn gedachten dwalen bij het minste af naar Wenen, waar hij in de Tweede Wereldoorlog te werk was gesteld. Dat waren voor hem de jaren dat hij echt leefde, daar was hij Wener onder de Weners, daar was de actie.

"Voor veel Amsterdammers en Hagenaars was de oorlog een manier om te vluchten. Het was avontuur. In de jaren voor de oorlog heerste er een verpletterende verveling. Als je thuis kwam van het werk dan at je wat, daarna staarde je naar het behang totdat je er gezichten in ontdekte en je ging naar je bed. De oorlog betekende voor veel mannen dat ze dat benauwde bestaan konden ontvluchten. Daar moet je natuurlijk niet mee aan komen bij mensen die hun halve familie zijn verloren in de oorlog."

'Zo'n Vader' kent geen strakke overkoepelende verhaallijn. In de loop van de 38 korte hoofdstukken krijgt de lezer een beeld van de vader, van de rest van het gezin en van de omgeving en de tijd waarin het boek speelt. "Het is een lappendeken. Aan de hand van een aantal pregnante situaties moet duidelijk worden waar het om gaat. Ik wil niet alles uitschrijven. Je moet niet alles zo letterlijk willen duiden en verklaren en uitleggen. Je kunt geen voetnoten aanbrengen bij een gevoel dat je wilt overbrengen."

"Daarentegen is niets slechter dan het rechtstreeks op papier pletteren van gevoel. Je moet objectieve, nuchtere afstand bewaren tijdens het opschrijven. Je merkt het bijvoorbeeld als je iemand wilt typeren, zeker iemand die heel dicht bij je staat, dat het verrot moeilijk is om tot de kern door te dringen. Het is net alsof je tv kijkt en met je neus vijf centimeter van de beeldbuis bent gaan zitten. Dan zie je alleen maar gekleurde puntjes. Ik heb ontdekt dat de meeste rake beschrijvingen pas komen bij enige afstand. Heel vaak ontstaat die afstand pas als iemand er niet meer is. Zo heb ik dat ook bij het beschrijven van mijn vader gehad."

Van Hoore's eigen vader is deels te herkennen in de vader in het boek. "Het is half fictie, half feit. Mijn vader was iemand die ook tirades kon houden over wat hem dwarszat. Iemand die geen gezag accepteerde. In het eerste hoofdstuk beschrijf ik dat de as van de vader in zee wordt verstrooid. Dat heb ik bijvoorbeeld zelf meegemaakt. Dan sta je daar op een boot met een koker as in je handen. Dat vond ik heel raar. Het is voor mij een van de aanleidingen geweest om aan dit boek te schrijven."

In 1988 publiceerde Van Hoore een boekje onder de titel 'Dat trekt wel bij - Bespiegelingen van een aanstaande vader' waarin hij de overpeinzingen bij het vaderschap op papier zette. Van Hoore heeft niet het gevoel dat hij voor 'Zo'n vader' tegenovergesteld te werk is gegaan. "Ik vind het heel moeilijk om dat zo te zien, omdat ik nog steeds het gevoel heb dat ik slechts in de vermomming van 'vader' rondloop. Ik voel me nog te veel kind om volledig vader te kunnen zijn. Ik bekijk het allemaal vanuit hetzelfde, opzettelijk naïeve perspectief. Ik wil me kunnen blijven verwonderen over wat ik meemaak."

'Zo'n Vader' verscheen bij Uitgeverij Podium. Prijs €14,90.

(Leidsch Dagblad 6 april 2002)


Op

Een mooi portret

Het Letterkundig Museum in Den Haag richt een eregalerij in van portretten van (dode) dichters en schrijvers. Ongeveer 300 geschilderde portretten van Nederlandse schrijvers vanaf 1750 zullen er straks te zien zijn. Circa 100 komen uit de eigen collectie. Het museum zoekt nog naar andere portretten en werft bij schrijvers, erfgenamen en musea.

Naar eentje hoeft directeur Anton Korteweg niet verder te zoeken. De Leidse dichter, schrijver en journalist Cees van Hoore is zojuist vereeuwigd door stadgenoot Willem Breddels. De presentatie van het portret had plaats in het stamcafé van beide kunstenaars, De Bonte Koe.

Voor een gemêleerd gezelschap van collega's - we ontwaarden in de drukte onder anderen NRC-adjuncthoofredacteur John Kroon en Jan Kuys en Gerard van Putten van het Haarlems Dagblad - vrienden en bekenden hield oud-journalist Willem Schrama een geestige toespraak. Daarin hield hij het werk van Van Hoore tegen het licht als mede dat van Mulder, pardon Breddels.

De verspreking zij Schrama natuurlijk vergeven, het was de komische noot in een verder wervend praatje dat recht deed aan beide heren. Nooit geweten trouwens dat Van Hoore al veertien boekjes en bundeltjes op zijn naam heeft staan.

Het schilderij, het moet gezegd, leek niet alleen sprekend, maar ademde als het ware ook de geest van de schrijver uit. Breddels, die vertelde vier weken naar Canada te gaan om daar eens lekker bij te komen van de vermoeienissen en, om nieuwe inspiratie op te doen, was- Van Hoore goedgezind geweest. Want leek het nou maar zo, of bezit het portret wat meer haar dan Van Hoore in werkelijkheid nog op zijn schedel heeft?

De pretoogjes waren in elk geval buitengewoon goed getroffen. De dichter Van Hoore verloochende zich niet en had, bij wijze van dankwoord, een kwatrijn gemaakt, een vers van vier regels. Dat ging zo:

Ik heb het niet op bijeenkomsten te mijner ere
Wie ben ik dat voor mij de kroeg wordt afgezet?
Drank wist bescheidenheid. Hoe kan het verkeren!
Ik kijk mij ernstig aan. Ik ben een mooi portret!

(In de rubriek Cocktail van het Leidsch Dagblad van 13 mei 2004)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht