Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Jan van Hout , Vruntschap - Vriendschap

Jan van Hout, Vruntschap - Vriendschap


Dichter: Jan van Hout, Nederland, 1542 - 1609
Gedicht: Vruntschap - Vriendschap
Locatie: Buitenruststraat 1, Leiden
Sinds: 1995 (nummer 33)


Nederlands
Vruntschap

Vruntschap gemaect // in schijn bedeckt,
     Vergaet soubijt
     Als comt de noot,
En schielic laect. // Mer die verwect
     Wert, in een tijt
     Van angste groot
Als elc een waect, // en noot deurbrect
     Geen leet, noch spijt,
     Noch storm, noch stoot
Haer wortel raect //.  Mer onbevlect
     Blijft, boe langh't'lijt
     Jae naer de doot.

(1575. IIen December.
Tot een gedencteycken, vande geduyrige ende onveranderlicke vruntscappe, mitten Hooch-geleerden, Eedelen, Erntfesten, Joncheer Johan vander Douz, Heer tot Noortwyc, bij tyden vande tweede belegeringe der stadt Leyden, in de uyterste hongernoot en sterfte gemaect es dit gestelt bij mij, Jan van Hout.)


Op

Jan van Houtbrug

De 'Jan van Houtbrug' met daarachter de laatste rest van de middeleeuwse stadsmuur: muurtoren 'Oostenrijk'.

De 'Jan van Houtbrug' met daarachter de laatste rest van de middeleeuwse stadsmuur: muurtoren 'Oostenrijk'.

Notaris, dichter en stadssecretaris Jan van Hout (1542 tot 1609) heeft zijn sporen in Leiden duidelijk nagelaten. In 1562 werd hij benoemd als klerk van de Leidse secretarie. Van 1564 tot zijn ontslag in 1569 en van 1573 tot zijn dood in 1609 was hij stadssecretaris van Leiden. Tijdens het beleg van Leiden steunde hij burgemeester Van der Werf op standvastige wijze. Vanaf 1573 was Van Hout niet alleen secretaris van het curatorium van de Leidse Universiteit, maar ook beheerder van de stadsdrukkerij. Van Hout verdedigde humanistisch-renaissancistische ideeŽn en pleitte voor het gebruik van Nederlands op de universiteit. Het gebruik van zijn moedertaal was zijn stokpaardje. Als Stadssecretaris was hij ook een voorvechter van modernere vormen van armenzorg.

Van Hout staat ook te boek als de eerste die in zijn poŽzie de klassieke jambe gebruikte. Veel van zijn werk ging helaas verloren, maar 'Der Stadt Leyden Dienst-Bouc' (1602), met daarin lofzangen als 'Opt ontset van Leyden' en 'Leydens verlossinge van de Burggraven' bleef bewaard. Verder zijn dichtwerken als 'Vruntschap gemaect in schijn bedect' (1575) en 'Onrymich vreuchdenliedt der Stadt Leyden' (1594), naar aanleiding van het bezoek van prins Maurits aan Leiden, nog bewaard gebleven. In 1596 schreef Van Hout het toneelstuk 'Loterijspel' voor 'De Witte Acoleyen', de rederijkerskamer.

Leiden is Jan van Hout nooit vergeten. Hier en daar kom je zijn naam, wandelend door de stad, nog steeds tegen. Zoals op de naar hem genoemde Jan van Houtbrug, gebouwd in 1923 en aan de Jan van Houtkade, met de karakteristieke oude muurtoren 'Oostenrijk', daterend uit het einde van de vijftien-de eeuw. Van de hand van Jan van Hout is de vergulde tekst boven de linkerpoort van het stadhuis. De tekst beeldt het jaartal 1574 uit, terwijl het aantal hoofdletters het aantal dagen van het beleg van Leiden voorstelt.

In 1988 werd de naar hem vernoemde vereniging opgericht, een vriendenvereniging van het Leids Gemeentearchief. Initiatiefnemers waren de toenmalige gemeentearchivaris drs. T.N. Schelhaas en hoogleraar Rechtsgeleerdheid professor mr. H.W. van Soest. Het doel van de vereniging Jan van Hout was de band tussen het gemeentearchief van Leiden en zijn gebruikers te versterken, met het accent op de geschiedenis van Leiden en de regio.

(Annetta van Blitterswijk in de rubriek 'Ouwe Leidse' in het Leids Nieuwsblad van 12 oktober 2004)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht