Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Jan van Hout , Men was in groot verdriet

Jan van Hout, Men was in groot verdriet


Dichter: Jan van Hout, Nederland, 1542 - 1609
Gedicht: Men was in groot verdriet
Locatie: Vliethoek, Leiden (t/o Rapenburg 102)
Sinds: 1577 (ren 1940)
Let op: Dit gedicht maakt geen deel uit van het project van de stichting TEGEN-BEELD.

Nederlands
Men was in groot verdriet

Men was in groot verdriet, 
Want Eten wasser niet, 
En 'tvolck van honger schreyden. 
Ten laetst Godt nedersiet, 
En sondt deur dese VLIET, 
Broot, Spijs, en dranck in LEYDEN.

Nederlands
Men was in groot verdriet

Men was in groot verdriet,
Want eten was er niet,
En 't volk van honger schreide.
Ten laatst God neder ziet,
En zond door deze Vliet
Brood, spijs en drank in Leiden.

Engels
And all were much distressed

And all were much distressed
For there was naught to eat,
And the people from hunger cried.
Then at last God looked down,
And sent through this VLIET,
Bread, food and drink to LEYDEN

Duits
Man hatte großen Kummer

Man hatte großen Kummer
Denn Essen gab es nicht,
Und das Volk schrie vor Hunger.
Zuletzt sah Gott hernieder,
Und schickte durch die VLIET,
Brot, Speis und Trank nach LEIDEN


Op
Uit ZO VEEL' LETTERS, ZO VEEL DAGEN van Frans Mensonides

Een bloemlezing uit twee eeuwen poëzie ter herdenking van Leidens Ontzet op 3 oktober 1574

Men was in groot verdriet (toegeschreven aan Jan van Hout)

Tijdens de festiviteiten van 1577 werd in een kademuur van de Sint Jeroensbrug, op het kruispunt van de Vliet en het Rapenburg, een herdenkingssteen ingemetseld met de volgende tekst:

Men.VVas.in.groot.verdriet.
VVant.eten.VVasser.niet.
En.t'Volc.Van.hunger.schreiden.
Ten.laetst.God.Neder.siet.
En.zunt.devr.deze.Vliet.
Broot.spiz.en.dranck.in.Leiden.

De tekst van het gedicht is met gouden letters in de steen aangebracht. Enkele letters zijn onderstreept; achterelkaar gelezen vormen zij de datum van het Ontzet: 'drie october'. Het gedicht wordt door Pelinck toegeschreven aan stadssecretaris van der Hout.

Pelinck heeft in de archieven van ene Cornelis van Aecken ook de tekst van het randschrift ontdekt, dat op de herdenkingssteen in de loop van de eeuwen onleesbaar was geworden: 'Zuuct en vint hier tuer daer van tijt dagh maent en jaer'. Ofwel: 'Zoek en vind hier het uur; daar van tijd, dag, maand en jaar', een beetje mysterieuze tekst, daar op de steen alleen dag en maand staan aangegeven.

In 1940 werd de gebarsten, verweerde steen vervangen door een nieuw exemplaar. Bij de restauratie van de Sint Jeroensburg in de jaren zestig is deze nieuwe steen opnieuw ingemetseld, zodat hij tot de dag van heden te lezen is (althans voor wie beschikt over een boot).


Op

Jan van Houtbrug

De 'Jan van Houtbrug' met daarachter de laatste rest van de middeleeuwse stadsmuur: muurtoren 'Oostenrijk'.

De 'Jan van Houtbrug' met daarachter de laatste rest van de middeleeuwse stadsmuur: muurtoren 'Oostenrijk'.

Notaris, dichter en stadssecretaris Jan van Hout (1542 tot 1609) heeft zijn sporen in Leiden duidelijk nagelaten. In 1562 werd hij benoemd als klerk van de Leidse secretarie. Van 1564 tot zijn ontslag in 1569 en van 1573 tot zijn dood in 1609 was hij stadssecretaris van Leiden. Tijdens het beleg van Leiden steunde hij burgemeester Van der Werf op standvastige wijze. Vanaf 1573 was Van Hout niet alleen secretaris van het curatorium van de Leidse Universiteit, maar ook beheerder van de stadsdrukkerij. Van Hout verdedigde humanistisch-renaissancistische ideeën en pleitte voor het gebruik van Nederlands op de universiteit. Het gebruik van zijn moedertaal was zijn stokpaardje. Als Stadssecretaris was hij ook een voorvechter van modernere vormen van armenzorg.

Van Hout staat ook te boek als de eerste die in zijn poëzie de klassieke jambe gebruikte. Veel van zijn werk ging helaas verloren, maar 'Der Stadt Leyden Dienst-Bouc' (1602), met daarin lofzangen als 'Opt ontset van Leyden' en 'Leydens verlossinge van de Burggraven' bleef bewaard. Verder zijn dichtwerken als 'Vruntschap gemaect in schijn bedect' (1575) en 'Onrymich vreuchdenliedt der Stadt Leyden' (1594), naar aanleiding van het bezoek van prins Maurits aan Leiden, nog bewaard gebleven. In 1596 schreef Van Hout het toneelstuk 'Loterijspel' voor 'De Witte Acoleyen', de rederijkerskamer.

Leiden is Jan van Hout nooit vergeten. Hier en daar kom je zijn naam, wandelend door de stad, nog steeds tegen. Zoals op de naar hem genoemde Jan van Houtbrug, gebouwd in 1923 en aan de Jan van Houtkade, met de karakteristieke oude muurtoren 'Oostenrijk', daterend uit het einde van de vijftien-de eeuw. Van de hand van Jan van Hout is de vergulde tekst boven de linkerpoort van het stadhuis. De tekst beeldt het jaartal 1574 uit, terwijl het aantal hoofdletters het aantal dagen van het beleg van Leiden voorstelt.

In 1988 werd de naar hem vernoemde vereniging opgericht, een vriendenvereniging van het Leids Gemeentearchief. Initiatiefnemers waren de toenmalige gemeentearchivaris drs. T.N. Schelhaas en hoogleraar Rechtsgeleerdheid professor mr. H.W. van Soest. Het doel van de vereniging Jan van Hout was de band tussen het gemeentearchief van Leiden en zijn gebruikers te versterken, met het accent op de geschiedenis van Leiden en de regio.

(Annetta van Blitterswijk in de rubriek 'Ouwe Leidse' in het Leids Nieuwsblad van 12 oktober 2004)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht