Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Joke van Leeuwen , Ozo heppie

Joke van Leeuwen, Ozo heppie


Dichter: Joke van Leeuwen, Nederland, Den Haag, 24 september 1952
Gedicht: Ozo heppie
Locatie: Antoinette Kleynstraat 4 (binnen), Leiden
Sinds: ..
Let op: Dit muurgedicht maakt geen deel uit van het project van de stichting TEGEN-BEELD.

Nederlands
Ozo heppie

Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag? 

(Ozo heppie en andere versjes/Joke Van Leeuwen Amsterdam: Querido, 2000.- 48 blz.- ill.)


Op

Achtergrond:

In de hal van de Openbare Basisschool De Stevenshof is door Jan Willem Bruins dit muurgedicht aangebracht in opdracht van de Openbare Bibliotheek Leiden (inmiddels opgegaan in Bibliotheek plus Centrum voor kunst en cultuur).

"Joke van Leeuwen (1952) studeerde aan de Kunstacademie in Antwerpen en woonde een hele tijd in België. In haar kinderboeken schrijft en tekent ze. Haar verhalen en illustraties zijn meestal grappig en bevatten milde maatschappijkritiek. Naast kinder- en jeugdboeken schrijft ze ook proza, gedichten, teksten voor theater en tv, maakt ze illustraties en brengt ze vertelvoorstellingen. Voor haar is een kind geen tweederangsburger. Daarom zijn juist de kinderen in haar boeken de sterke karakters, niet de volwassenen. Het zijn eigenzinnige karakters die een tocht maken in een vreemde wereld. Daarbij ontmoeten ze merkwaardige personen en dingen. Ze heeft tal van prijzen ontvangen, in binnen- en buitenland."


Op

Heppie nooit dat heppieje dat ik hep vandaag?

 Een van de gedichtjes in 'Ozo heppie' van Joke van Leeuwen gaat over een kind dat drie stenen beestjes heeft: 'Een vogeltje. / Een veulentje. / Een varkentje'. De beestjes zijn stukgevallen en het kind probeert ze weer te lijmen. 't Is bijna gelukt', staat er dan. En inderdaad zijn er na zijn lijmpoging wederom drie beestjes, zij het net niet meer dezelfde als voorheen: 'Een volentje. / Een veukentje. / Een vargeltje'. Ik vind dat het kind dat knap gedaan heeft. Een vargeltje is toch maar bijna een vogeltje, of een varkentje! En ook Van Leeuwen verdient een pluim, want met die speels verhaspelde nieuwvormingen brengt ze de ietwat onhandig aan elkaar gelijmde brokken ontroerend humoristisch en concreet in beeld.

Die speelsheid en taalsouplesse, dat gevoel voor humor dat nooit lacht ˇm maar altijd lacht mÚt het kind, is kenmerkend voor alles wat Van Leeuwen schrijft en tekent. Zij heeft dit boekje uiteraard weer zelf ge´llustreerd en dat ze dat heel goed kan bewijzen de Gouden en Zilveren Penseel die zij in het verleden al eens in de wacht sleepte. Het aantal Griffels dat zij eveneens op haar naam heeft gebracht, is onderhand nauwelijks meer te tellen.

'Ozo heppie' bevat zowel nieuw als ten dele al eerder verschenen werk. Zo nam Van Leeuwen onder meer versjes op uit 'Een huis met zeven kamers' en 'Iep!'. EÚn gedicht verscheen eerder in 'Laatste lezers', een bundel volwassenenpoŰzie, en dat bewijst weer eens dat de grens tussen kinder- en volwassenenliteratuur lang niet altijd scherp te trekken is. Overal lijkt het taalplezier voorop te staan. In het titelgedicht bijvoorbeeld zorgen de gehanteerde spreektaal en de ten dele fonetische spelling voor even geinige als verrassende effecten:

'Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?'

Dit luchtige vers ontleent zijn charme vooral aan de dubbelbetekenis van 'heppie', dat afwisselend staat voor 'happy' en 'heb je'. Daar vloeit dan die prachtige vondst van 'dat heppieje' uit voort. Echt een woordje om in te lijsten, zoals je ze wel vaker tegenkomt bij Van Leeuwen. Want laten we wel wezen: 'dat heppieje' klinkt toch veel vrolijker en 'happier' dan 'dat gelukkige' of 'dat blije'. Het suggereert ook meer: het verleent iets dartels aan het geluk of de blijdschap, geeft er iets puurs en prils aan waar volwassenen helaas maar al te vaak overheengegroeid zijn. Daarmee stijgt het gedicht meteen boven het geestige taalspel dat het ˇˇk biedt uit. Het gunt ons een blik op dartel kindergeluk, geluk dat er zomaar, ongemotiveerd, is. Daar hoeft echt geen zonnetje voor te schijnen. Het is een gevoel dat zich kennelijk slecht verstaat met nuchtere vragen als 'wat heppie?'

Gekke fantasiewoorden ('wat sleums'), kindertaal ('stiekelties' voor 'elastiekjes'), spreektaal ('gesnopen'), fonetische spelling ('me sokke sakke so'): het zijn dragende elementen van Van Leeuwens stijl. Niet alle gedichten zijn even interessant, maar fris en lenig zijn ze altijd en natuurlijk smullen kinderen van klankrijke namen als 'Mevrouw De Pauw' of 'Beps, de Beps van Bob en Babs'. Ook denk ik dat een beest met 'wel zeven oren' (met een heerlijke tekening erbij) hen even onweerstaanbaar zal aanspreken als - uit een heel ander genre - het vertederend grappige portret van een hyperactief en dyslectisch jongetje dat niet kan 'blijfe sitte'. En wat te zeggen van de volgende, bijna nonsensicale en niettemin uit het leven gegrepen dialoog? Ozo heppie en andere versjes/Joke Van Leeuwen Amsterdam: Querido, 2000.- 48 blz.- ill.

'Wil je met me naar
toejeweetwel
toejeweetwel?
Wil je met me naar
toejeweetwelwaar?
Ja, ik wil met jou
naar hoeheettut,
naar hoeheettut.
Ja ik wil met jou
naar hoeheettutnou.
Gaan we samen in de dinges
en de weetnietmeerzovlug,
even in de komwatwasset
en dan weer naar huis terug.'

Naast de meer springerige en taalspelige gedichten bevat 'Ozo heppie' enkele klassiek getoonzette verzen, waaronder 'Vluchten', dat mij met zijn onbestemde sfeer sterk aan de verhalen van Belcampo (aan het bekende 'De dingen de baas' met name) deed denken. Mooi van sfeer en observatie is 'Een morgen thuis', over een kind met buikpijn dat een dagje thuis mag blijven. Nu vader en de andere kinderen de deur uit zijn lijkt de stille huiskamer opeens als nieuw. Dat komt 'omdat ik nooit alleen met mama ben / en ik de kamer zo nooit heb gezien. / Het is er zoveel lichter, alles ziet er anders uit. / Je hoort de vliegen zoemen, want er is haast geen geluid. / Ik lig er op de bank zo lekker bij / en mama is vandaag alleen van mij'.

Gedichten dus waarbij je je met recht heppie kunt voelen. Ook als volwassen lezer.

(Peter de Boer in Trouw, 6 januari 2001)

 
Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht