Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Adam Mickiewicz , Bajdary - Het Dal van Bajdaar

Adam Mickiewicz, Bajdary - Het Dal van Bajdaar

Dichter: Adam Mickiewicz, Polen, 1798 - 1855
Gedicht: Bajdary - Het Dal van Bajdaar
Locatie: Haarlemmerweg 5a, Leiden
Sinds: 17 oktober 1998 (nummer 66)
Let op: Tengevolge van de renovatie van de muur is dit gedicht in de zomer van 2010 verdwenen en een jaar later opnieuw aangebracht (hierboven de oude situatie).

Pools
Bajdary

Wypuszczam na wiatr konia i nie szczedze razˇw;
Lasy. doliny, glazy, w kolei, w natloku
U nˇg mych plyna, gina, jak fale potoku;
Chce odurzyc sie, upic tym wirem obrazˇw.
 
A gdy spieniony rumak nie slucha rozkazˇw,
Gdy swiat kolory traci pod calunem mroku,
Jak w rozbitym zwierciedle, tak w mym spieklym oku
Snuja sie mary lasˇw i dolin, i glazˇw.
 
Ziemia spi, mnie snu nie ma; skacze w morskie lona,
Czarny, wydety balwan z hukiem na brzeg dazy,
Schylam ku niemu czolo, wyciagam ramiona,
 
Peka nad glowa fala, chaos mie okrazy;
Czekam, az mysl, jak lˇdka wirami krecona,
Zblaka sie i na chwile w niepamiec pograzy.

Nederlands
Het Dal van Bajdaar

Ik geef mijn paard de sporen en jaag het door de stormen;
Bossen, valleien, rotsen, opvolgend, in een stortvloed
Zij schieten langs mijn benen terwijl ik razend voort moet;
'k Wil mijn geest verliezen, in deze kolk van vormen.

En als 't onwillig paard aan mijn bevel wil tornen,
De bonte wereld kleur verliest in het dodelijk duister,
Zien mijn brandende ogen, als gebroken spiegels ontluisterd
In 't gestorven bos slechts het gekruip van wormen.

Stilte nu, ik vat geen slaap, ik zoek de rust aan 't strand
Donker en krom gebogen raast een golf naar voren,
Ik richt naar haar mijn blik, ik reik naar haar mijn hand,

Dan slaat zij op mijn ogen, 't schuim spoelt in mijn oren;
Ik wacht; als een bootje door een maalstroom overmand,
Heeft nu mijn geest even de herinnering verloren.

(Nieuwe vertaling: Jan van Hulten)

Engels
Bajdary

I whip my horse into the wind and see
Woods, valleys, rocks, tumbling and tussling, agleam,
Flow on and disappear like the waves of a stream:
I want to be dazed by this whirlpool of scenery.

And when my foaming horse will not obey,
When the world grows colorless caught in a dark beam,
Woods, valleys and rocks pass in a bad dream
Across the broken mirror of my parched eye.

Earth sleeps, not me. I jump in the sea's womb.
The big black wave roars as it rushes ashore.
I bend my head, stretch out like a bridegroom

Toward the wave breaking. Surrounded by its roar
I wait till whirlpools drive my thoughts to doom,
A boat capsized and drowned: oblivion's core.

(Translation in Five Centuries of Polish Poetry)


Op

Pools muurgedicht op Leidse muur

De Poolse ambassadeur Wodzynska-Walycka en burgemeester Goekoop onthulden afgelopen zaterdagmiddag in de stromende regen in Leiden een nieuw muurgedicht van de Poolse dichter Mickiewicz. Het vers is door decoratieschilder Jan Willem Bruins van de Stichting Tegenbeeld ter gelegenheid van de Poolse week aangebracht op het pand aan de Haarlemmerweg 5 a.

Het gedicht maakt deel uit van de zogenaamde Krim-sonnetten en is getiteld 'Het dal van Bajdaar'. In het gedicht bezat de ik-figuur zich, hetgeen een vloed van romantische beelden op gang brengt. Het vers eindigt met de regels: 'Hij barst, zijn schuimkraag laat mijn hoofd in chaos toeven:/Ik wacht totdat mijn geest, die vloedomspoelde boot./Vergaat, om een moment vergetelheid te proeven.'

De ambassadeur las het vers voor in haar moedertaal, Cees Goekoop declameerde met veel inlevingsvermogen de vertaling van dit drankgedicht. En toen werden er rode en witte ballonnen opgelaten, waarmee zowel de kleuren van de Poolse als de Leidse vlag het grijze luchtruim kozen.

(Cees van Hoore in het Leidsch Dagblad 19 oktober 1998)


Op

'Okropna Pogoda' begeleidt onthulling van muurgedicht

Kopse kanten van huizen worden soms ontsierd door lelijke reclame-uitingen. In Leiden doen we dat gelukkig vaak anders. Onder het motto 'muurpoëzie' zijn al 66 lege vlakken in de stad verfraaid met opgeschilderde gedichten. Afgelopen zaterdag werd in stromende regen en heftige wind het Krim-sonnet 10: 'Het Dal van Bajdaar' van Adam Mickiewicz (1798-1855) onthuld door burgemeester Cees Goekoop en de Poolse ambassadeur mevrouw Wodzynska-Walycka. De literair verrijkte locatie is de zuidelijke kopse kant aan het pand Haarlemmerweg 5a op de hoek met de Jennerstraat.

Zaterdagmiddag, 13.00 uur. De Hollandse natuur speelt de Poolse cultuur parten. Ongeveer 50 mensen trotseren water en wind om de onthulling van Mickiewicz' Krim-sonnet 10: 'Het Dal van Bajdaar' mee te maken. Een Poolse dame uit Haarlem verzucht ineengekrompen: "Okropna pogoda! (Vreselijk weer!)."

Nog nahijgend van zijn voorafgaande optreden met Leidse Kees voor RTL 5 arriveert burgervader Goekoop tien minuten te laat op de plaats van de Poolse poëzie-plechtigheid. Wellicht een hele omschakeling. En dat in deze barre omstandigheden! Beschermd door een paraplu ontvangen de gerustgestelde organisatoren meester 'Goe'. Het volk begon al te morren. Op een vlak van gebroken wit prijkt het gedicht in zwarte boekdrukletters. De Stichting Tegenbeeld heeft weer haar best gedaan. Ai! Helaas... de laatste regel ontbreekt nog. "Is die eraf gespoeld?", vraagt iemand druilerig. Nou nee, schilders gebruiken voor buiten echt wel watervaste verf. Geen probleem: de componist Franz Schubert (1797-1828) liet zijn bekendste symfonie nr. 8 ook onvoltooid. Deze toondichter had trouwens heel veel met poëzie.

Terwijl regenschermen en ballonnen ongeduldig en onrustig hemelwaarts trekken, draagt mevrouw de ambassadeur Wodzynska-Walycka het gedicht met zachte stem voor. De wind gaat er jammer genoeg met nogal wat woorden vandoor. Prettig dat de tekst nu dan op die muur staat! Burgemeester Cees Goekoop wint het met zijn luide en heldere stem natuurlijk van de wind. Hij declameert de Nederlandse vertaling er waardig en krachtig doorheen: "Ik jaag mijn paard de wind voorbij en spaar geen slagen;In tomeloze drang verglijden langs mijn, zij/Als golven van een stroom, bos, dal en rotspartij/'k Bedrink mij, laat mij door die storm van beelden dragen..."

Prachtige vroeg-romantische poëzie, vakkundig in het Nederlands vertaald. De strekking zou begrepen kunnen worden als het onstuimige en sombere weer in het hoofd, dat ontstaat als gevolg van overmatig drankgebruik. Op het lijf geschreven van alcoholisten en manisch depressieven, maar tevens zeer genietbaar voor iedereen met enig esthetisch gevoel en inlevingsvermogen. In overdrachtelijke zin staat het paard dikwijls voor het menselijke gevoel, dat wordt opgezweept om vervolgens ontembaar te raken. De ruiter vormt het beeld van het verstand, dat wanhopig probeert het razende gemoed te beteugelen.

Een levenslied en toch geen smartlap! Interpretaties blijven vanzèlfsprekend subjectief en vervangbaar door andere. Daarom is het nogal sneu dat bij dit Poolse muurgedicht de Nederlandse zetting (nog?) op de bakstenen ontbreekt. Er zou best plaats zijn geweest voor "cursieve vertalingen" onder elke oorspronkelijke versregel. Maar misschien toont dat niet mooi. De beschikbare ruimte schijnt te schaars voor twee versies naast elkaar of dat oogt dan mogelijk weer te vol.

De rode met witte ballonnentrossen kunnen worden losgelaten. Een zwiepende zuidwesten wind jaagt hen omhoog. Bomen dreigen de vluchtige bollen op te vangen, maar even later zweven ze als twee molecuulmodellen in de hemel. De bezoekers worden uitgenodigd om hun uitwendige natheid binnen aan te vullen met vocht voor inwendig gebruik. Het gemengd Poolse en Nederlandse gezelschap sopt eendrachtig naar het voormalige Burgerweeshuis aan de Hooglandsekerkgracht voor een hapje, een drankje en een praatje.

Zo vieren wij hier in Leiden de verrijking van een muur met buitenlandse literatuur! Een stijlvol gebaar naar onze Poolse neven en nichten. Leiden bevestigt vandaag opnieuw haar reputatie als stad die vriendelijk is voor vreemdelingen.

(Paul Plaizier in het Leids Nieuwsblad 20 oktober 1998)


Op

Poëzie in Groenoord

Op zaterdag 17 oktober 1998, een winderige en druilerige dag, werd in Groenoord het door de stichting Tegenbeeld aangebachte muurgedicht 'Bajdary' onthuld. Het gedicht, aangebracht door Jan Willem Bruins, siert de muur van het pand op de hoek van de Haarlemmerweg en de Jennerstraat. De onthulling werd verricht door de toenmalige burgemeester van Leiden Cees Goekoop en de Poolse ambassadeur in Nederland, Wodzynska-Walycka. Bij de ceremonie kozen tientallen rode en witte balonnen (de kleuren van zowel Polen als Leiden) het luchtruim.

Hoewel er regelmatig auto's met Poolse kentekens in de wijk te vinden zijn, zullen niet veel buurtgenoten kunnen ontcijferen waarover het muurgedicht van de Poolse dichter Adam Mickiewicz (1798-1855) gaat. Kort samengevat is het een parade van romantische beelden, die het gevolg zijn van overmatig drankgebruik van de ik-figuur in het gedicht. 'Bajdary' is het tiende sonnet in de Krim-cyclus van Mickiewicz.

Op de site van de Stichting Tegenbeeld is een nieuwe Nederlandse vertaling van het sonnet te vinden, van de hand van Jan van Hulten. Vooralsnog is dit de enige uiting van de Stichting Tegenbeeld in de wijk Groenoord. Wellicht is er in de geplande nieuwbouw op het EWR/Slachthuisterrein nog een blinde muur te vinden die ruimte zou kunnen bieden aan een muurgedicht. Elders in Leiden, aan de Maredijk en de Oude Vest, bevinden zich nog twee Poolse muurgedichten.

(Gert-Jan Masurel op de website van de Werkgroep Historie Groenoord; toevoeging september 2004)


Op

Gedichten op muren

Oktober 1998. Een stromende regen op een zaterdagmiddag. Een klein gezelschap in afwachting van de komst van burgemeester Goekoop en van de Poolse ambassadrice in Den Haag. We bevinden ons op de hoek van de Haarlemmerweg en de Jennerstraat. Hier wordt op de laatste dag van de Poolse Culturele Week ter gelegenheid van de viering van Tien Jaar Stedenband Leiden-Toruń een muurgedicht onthuld van de 19de-eeuwse Poolse nationale dichter Adam Mickiewicz. Het is een van de Krimsonnetten.

Twaalf jaar later, oktober 2010. Het lukt mij contact te krijgen met de bewoner-eigenaar van het pand met de
muur waarop het gedicht stond afgebeeld. Stond, want ergens in de zomer is het plotseling verdwenen. De
nieuwe eigenaar van nr. 5A legt me uit dat de muur dermate poreus en gammel was geworden, dat niet
alleen gevaar was ontstaan voor ernstige lekkages, maar ook voor voorbijgangers vanwege vallend gesteente. De muur is nu weer stevig en egaal blank. Er is geen bezwaar tegen het opnieuw aanbrengen van het Poolse
muurgedicht. Daar zijn zelfs plannen voor. Ik neem contact op met Ben Walenkamp van de Stichting Tegen-Beeld. Die vertelt me dat het opnieuw kalligraferen van het sonnet op de agenda staat voor 2011. Ook zal er, ook bij andere muurgedichten in de stad, een nieuw, hufterbestendig bord met de vertalingen in Nederlands en Engels worden aangebracht.

Ben heeft een jaar of wat geleden eerder contact gehad met ondergetekende en andere vertegenwoordigers van onze Stichting en hij begint spontaan over de mogelijkheid dat de Stichting Tegen-Beeld een Nederlandstalig muurgedicht in Toruń zal verzorgen. Ik ben het helemaal met dit idee eens en beloof hem steun en medewerking van onze kant. Bij deze dan. Want het een Ún het ander kosten geld. Als alle kosten worden meegerekend en in rekening zouden worden gebracht, kom je per gedicht op een bedrag tussen de 1.500 en 2.000 euro. Nu werkt de Stichting Tegen-Beeld grotendeels op basis van een team van vrijwilligers, de schilder krijgt per gedicht slechts een gedeeltelijke betaling, van de gemeente Leiden is er een kleine restauratiesubsidie, Fonds 1818 is sponsor, meestal draagt ook de eigenaar van het gebouw zelf iets bij, maar toch.

Een bescheiden financiŰle ondersteuning vanuit de achterban van de stedenbandliefhebbers aan de herplaatsing van het gedicht op de Haarlemmerweg zou zeer welkom zijn. En wat dacht de lezer van het gedicht “Denkend aan Holland Zie ik brede rivieren Traag door oneindig laagland gaan”, van Marsman. Of: “Ik ging naar Bommel om de Brug te zien, Twee overzijden, Een minuut of Tien”, van Nijhoff. Of een ander aansprekend
gedicht op de muur in hartje Toruń? Ook daar is geld voor nodig, een variant op bovenstaande berekening. In kleine kring is al vergaderd over steun vanuit de Stedenbandstichting. Vandaar nu en de komende tijd een wervingsactie.

Stort uw bijdrage aan het project gedichten op muren op het bankrekeningnummer van de Stichting Stedenband Leiden-Toruń (48 78 029 t.n.v. STG Stedenband Leiden-Torun), onder vermelding van “muurgedichten”. De binnengekomen gelden zullen in een verhouding van 1 : 2 ten goede komen aan de herplaatsing van het gedicht op de Haarlemmerweg en een reservering voor plaatsing van een Nederlandstalig gedicht in Toruń.

(Gerard J. Telkamp in de Nieuwsbrief Stedenband Leiden - Toruń, nummer 2, december 2010 )

 
Op
 
Herstel muurgedicht

Een aantal van de muurgedichten wordt geleidelijk aan hersteld. En bij Jan Willem Bruins betekent dat meestal een compleet nieuwe uitvoering. Zo ook in dit geval. Dit muurgedicht was vanwege het herstel van de muur over geschilderd en is in de zomer van 2011 opnieuw aangebracht. Hieronder de situatie voor en na: 


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht