Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Multatuli , Wie niet ...

Multatuli, Wie niet ...


Dichter: Multatuli (ps. Eduard Douwes Dekker), Nederland, 1820 - 1887
Gedicht: Wie niet ...
Locatie: Nonnensteeg 1 - 3, Leiden
Sinds: 11 april 1995
Let op: Dit kunstwerk maakt geen deel uit van het project van de stichting TEGEN-BEELD.

Nederlands
Wie niet ...

Wie niet verbaasd staat over de kennis van professor Veth
heeft geen verstand van kennis.

(Multatuli, Volledige Werken III, Amsterdam 1951, blz. 444)


Op

Uitgezocht:

door Paul van der Velde. Hij was nog maar net begonnen met zijn biografie van Veth en zag dit als een middel om toch al eer aan Veth op zijn honderste sterfdag te betuigen: "Toen is mijn plan opgenomen in het kader van de lustrumviering van de universiteit en is met een toespraak van mij op 11 april 1995 onthuld. Veth overleed op 14 april 1895. Tevens was er in de UB een tentoonstelling over zijn wetenschappelijk werk waarvan ook een klein boekske is vervaardigd."

Paul van der Velde promoveerde op woensdag 15 november 2000 bij prof.dr.mr. C. Fasseur op "Een Indische liefde. P.J. Veth (1814-1895) en de inburgering van Nederlands-IndiŽ".

In het persbericht stond:
'Wie niet verbaasd staat over de kennis van prof. Veth heeft geen verstand van kennis', zei Multatuli. Pieter Johannes Veth (1814-1895) was de ontdekker van Multatuli en zelf ook een begenadigd auteur. Veth behoorde tot de liberale intellectuele voorhoede van de negentiende eeuw die grote invloed op de ontwikkeling van Nederland heeft uitgeoefend. Zijn recensie van Multatuli's Max Havelaar in het toen toonaangevende tijdschrift De Gids gaf de stoot tot Multatuli's bekendheid. Veth had een grote naam als IndiŽ-kenner en popularisator van de kennis over Nederlands-IndiŽ. Hij droeg eraan bij dat Nederlands-IndiŽ onderdeel werd van de Nederlandse identiteit. Paul van der Velde beschrijft in dit proefschrift het strijdbare leven van Veth en zijn passie om Nederlands-IndiŽ als volwassen partner aanvaard te krijgen. Veth was de schrik van conservatief Nederland en gold internationaal als een Nederlands meest vooraanstaande geleerden. 'Een Indische liefde' geeft een mooi en omvattend beeld van deze uitzonderlijke negentiende-eeuwer.

Uit de inleiding van het proefschrift:
Tijdens de herdenking van die sterfdag in april 1995 werd ter ere van hem een plaquette onthuld. Die werd toepasselijk aangebracht op het gebouw aan de Nonnensteeg in Leiden dat als een broedplaats van AziŽ-studies beschouwd kan worden, met instellingen als het Instituut Kern, de Research School CNWS en het International Institute for Asian Studies (IIAS). Toen die het gebouw betrokken, werd er een discussie gevoerd of het niet het P.J. Veth-gebouw gedoopt moest worden. In het universiteitsblad Mare verscheen een artikel onder de titel 'Wie is die Veth?'. Daaruit bleek dat bij een klein aantal bewoners grote weerstand bestond tegen dat idee omdat ze klaarblijkelijk niet wisten wie hij was. Ik hoop ondermeer dat hiaat in hun kennis met deze studie te vullen.

Onder de plaquette staan veelzeggende woorden: "Wie niet verbaasd staat over de kennis van Prof. Veth heeft geen verstand van kennis." Deze uitspraak van Multatuli dreef mij tijdens het schrijven van deze biografie onophoudelijk voort. Ik kon mij geen mooier motto voor dit boek wensen.


Op

Gemaakt door:

Constance Francis van Duinen, Hollandia, Nieuw-Guinea, wonende in Rotterdam. Zij werkt als beeldend kunstenaar en maakt twee- en driedimensionaal werk, performances en installaties. Zij gaf de volgende toelichting bij haar kunstwerk op de muur van het gebouw van de "Opleiding Talen en Culturen van Zuid- en Centraal-AziŽ":

Mijn varaan heet Quasivaraan en is onderdeel van een serie waarin ik dezelfde quasivaraan steeds in een andere hoedanigheid laat zien. Een Quasivaraan is een dier uit verre dromen. Soms is het een soort hagedis, een kruipend monster, soms een liefelijke salamander. Soms is hij gedrongen, in elkaar gedrukt, dan weer is hij langgerekt, bestaat hij uit losse stukken. Vaak is hij bijna onherkenbaar opgegaan in zijn omgeving, wordt zelfs een landschap of bestaat hij uit verspreide stukken. Hij bespookt me. Waar ik ook kom, verschijnt de Quasivaraan. Nooit zomaar ineens, maar stukje voor stukje, zoals toen bij de Hortus in Leiden of in dat Herenhuis in Rotterdam en toen weer in Vlaardingen. Het enige dat hij van mij vraagt is een geschikte plek waar ik hem achter kan laten.

Meer nog dan het reptiel beschikt de Quasivaraan over het wonderlijke vermogen uit zijn vel te kunnen stappen. wonderlijk, omdat hij na de gedaanteverwisseling onveranderd blijkt. Hij kleedt zich uit, zonder zich ooit te hoeven aankleden. De oude gedaante blijft achter als een perfecte afdruk, nu echter leeg en vormeloos, zonder ondergrond. Uit je vel stappen is bijna zoiets als je van je schaduw ontdoen. Het is nu de kunst de lege huid te prepareren, de schaduw te vangen en hier en daar vast te leggen.

Echte varanen hebben een tamelijk spitse kop en lange nek, een in verhouding dikke romp, gespierde en van scherpe klauwen voorziene poten en een ook zwaar gespierde staart, waarmee de grotere soorten gevaarlijke slagen kunnen uitdelen. De familie heeft ook kenmerken die aan slangen doen denken, zoals de intensief gebruikte, lange, gespleten tong, het sissen bij agressie, het onvermogen de staart te doen afbreken en het bezit van beweeglijke vierkantsbeenderen, waardoor grote prooi zonder kauwen doorgeslikt kan worden. Levende dieren, maar ook kadavers en eieren worden gegeten.

Tot de varanen behoort ook de grootste nog levende hagedis. Het is de ruim 3 meter lang wordende komodovaraan (Varanus komodoensis), die slechts voorkomt op enkele kleine eilanden bij Flores, waaronder Komodo. De wetenschappelijke wereld hoorde eerst in 1912 van hun bestaan, toen de toenmalige directeur van 's lands Plantentuin te Buitenzorg (nu Bogor) erin slaagde samen met de bevolking vier komodovaranen te vangen en levend naar Buitenzorg te transporteren.


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht