Pablo Neruda , XXIV - Testamente II | ||
![]() | ||
| Dichter Gedicht Locatie Sinds |
||
XXIV Testamento (II) Dejo mis viejos libros, recogidos en rincones del mundo, venerados en su tipografía majestuosa, a los nuevos poetas de América, a los que un día hilarán en el ronco telar interrumpido las significaciones de mañana. Ellos habrán nacido cuando el agreste puño de leñadores muertos y mineros haya dado una vida innumerable para limpiar la catedral torcida, el grano desquiciado, el filamento que enredó nuestras ávidas llanuras. Toquen ellos infierno, este pasado que aplastó los diamantes, y defiendan los mundos cereales de su canto, lo que nació en el árbol del martirio. Sobre los huesos de caciques, lejos de nuestra herencia traicionada, en pleno aire de pueblos que caminan solos, ellos van a poblar el estatuto de un largo sufrimiento victorioso. Que amen como yo amé mi Manrique, mi Góngora, mi Garcilaso, mi Quevedo: fueron titánicos guardianes, armaduras de platino y nevada transparencia, que me enseñaron el rigor, y busquen en mi Lautréamont viejos lamentos entre pestilenciales agonías. Que en Maiakovsky vean cómo ascendió la estrella y cómo de sus rayos nacieron las espigas. (Uit: Canto general Pablo Neruda) |
XXIV Testament (II) Mijn oude boeken, verzameld in uithoeken van de wereld, vereerd in hun statige typografie, laat ik na aan de nieuwe dichters van Amerika, aan hen die op een dag de betekenissen van morgen zullen spinnen op het schorre, onderbroken weefgetouw. Zij zullen geboren zijn wanneer de woeste vuist van dode houthakkers en mijnwerkers een ontelbaar leven zal gegeven hebben om de verwrongen kathedraal te reinigen, de dolle korrel, de vezel die onze gretige vlakten strikte Dat zij de hel raken, dit verleden dat de diamanten verpletterde, en dat ze de graanwereld verdedigen met hun lied, geboren in de boom van het martelaarschap. Over de beenderen van de stamhoofden, ver van ons verraden erfgoed, in volle lucht van volkeren die alleen hun weg gaan, gaan zij het standbeeld bevolken van een lang, zegevierend lijden. Dat ze zoals ik mijn Manrique, mijn Góngora, mijn Garcilaso, mijn Quevedo beminnen: ze waren titanische wachters, wapentuigen van platina en besneeuwde doorzichtigheid, die me strengheid leerden, en dat ze in mijn Lautréamont de oude klachten zoeken tussen verderfelijke doodsstrijd. Dat ze in Majakovski zien hoe de ster oprees en hoe uit haar stralen aren ontstonden. (Vert. Bart Vonck) |
XXIV Testament (II) I leave my old books, collected in corners of the globe, venerated in their majestic typography, to the new poets of America, to those who'll one day weave tomorrow's meanings on the raucous interrupted loom. They'll have been born when the rough fist of dead woodcutters and miners has given a countless life to clean the crooked cathedral, the demented kernel, the filament that entangled our avid plains. Let them touch hell, this past that crushed the diamonds, and let them defend the granary worlds of their song whatever grew on the tree of martyrdom. Upon the chieftains' bones, far from our betrayed legacy, in the open air of nations that stand alone, they'll fill the statute of a long victorious suffering. Let them love as I loved my Manrique, my Góngora, my Garcilaso, my Quevredo: they were titanic guardians, platinum armor and snowy transparancy, who taught me precision, and let them seek in my Lautréamont old laments amid pestilential agonies. In Maiakovsky let them see how the star climbed and how spikes of grain were born of this thunderbolts. (Vert. Jack I Schmitt uit Canto General 1991, |
'Cees bedankt'Burgemeester Cees Goekoop heeft gistermiddag de Chileense ambassadeur L. Rodrigues een omvangrijk gedicht van de Chileense dichter Pablo Neruda aangeboden. Het vers is door Jan Willem Bruins en Ben Walenkamp aangebracht op een blinde muur in de Pieterskerkchoorsteeg. De muur maakt deel uit van de de lingeriezaak Hunkemöller aan de Leidse Breestraat. In de tekst is de tekst: 'Cees bedankt' verwerkt. Goekoop kwam tot het plan om dit vers cadeau te doen aan de Chileense ambassadeur na een symposium over Pablo Neruda in Leiden. "Eigenlijk moet ik de Stichting Tegenbeeld bedanken", zei hij na de presentatie. "Dankzij die stichting breidt de poëzie zich als een inktvlek uit over Leiden." (Leidsch Dagblad 18 november 1998) | ||
Muurgedicht van Neruda met ode aan Cees GoedkoopHet 67e muurgedicht in Leiden is geschreven door de Chileense dichter Pablo Neruda. 'Testamente II', zo heet dit gedeelte uit Neruda's 'Canto Generale' waarin de mythische geschiedenis van Amerika in 320 gedichten en 2000 verzen verwoord wordt. In het bijzijn van de Chileense ambassadeur onthulde de Leidse burgemeester Cees Goekoop dit gedicht afgelopen dinsdagmiddag op de muur van Hönkemüller aan de Pieterskerkchoorsteeg. Voor de keuze van het gedicht en de uitvoering op (bak)steen zorgde opnieuw de Leidse stichting TEGEN-BEELD. Een bijzondere hulde was er daarbij voor de scheidende burgemeester Goekoop. 'Cees bedankt', zo is bij wijze van grap door medewerkers van deze Stichting in een afwijkende kleur als een soort puzzel door de woorden van Neruda heen te lezen. (Nieuwsweek 21 november 1998) | ||
Gedicht door Corien Groot BotmanPIETERSKERKCHOORSTEEG Elke dag probeert ze me te winnen Laat je werk toch liggen, sufferd, hijgt ze Roept het door mijn open raam naar binnen Wind of regen, dag en nacht, nooit zwijgt ze Lachen, doet ze, huilen, schelden, minnen Met de woorden van Neruda stijgt ze Moeiteloos omhoog. Ze móet haar zin, en Aandacht. Wat ze wil, dat krijgt ze Steeg, mijn steeg- je lokt me naar beneden Hoor ik je, dan moet ik je betreden Trillend lig je, smachtend wacht je 'k dacht dat je nooit zou komen, lach je Pakt mijn hand en neemt mij kirrend mee Steeg, mijn steeg- toe, voer me naar de Bree! (ingezonden voor de gedichtenwedstrijd | ||
| Links : | ||
|
| ||