|
|
|
Martinus Nijhoff , Het kind en ik |
|
![]() ![]() |
|
| Dichter Gedicht Locatie Sinds |
|
|
|
|
Het kind en ik Ik zou een dag uit vissen, ik voelde mij moedeloos. Ik maakte tussen de lissen met de hand een wak in het kroos. Er steeg licht op van beneden uit de zwarte spiegelgrond. Ik zag een tuin onbetreden en een kind dat daar stond. Het stond aan zijn schrijftafel te schrijven op een lei. Het woord onder de griffel herkende ik, was van mij. Maar toen heeft het geschreven, zonder haast en zonder schroom, al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom. En telkens als ik even knikte dat ik het wist, liet hij het water beven en het werd uitgewist. (uit: Nieuwe gedichten, Em Querido, Amsterdam) |
The Child and I I wanted to go fishing one day, I felt a little despondent. I made between the cat's tails with a hand an air hole in the ice. Light rose up from underneath out of the black mirror ground. I saw an unsullied garden and a child who sat there. He sat at his writing table writing on a piece of slate. I recognized the word under the chalk; it was one of my own. But then he wrote it again with neither haste nor shyness, that which I in my life never had dreamed to write. And each time that I nodded to show that I knew, he let the water quiver slightly and it was erased. (Translation by Cliff Crego) |
| Links : | |