Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Piet Paaltjens , Immortelle IX (1)

Piet Paaltjens , Immortelle IX : Nieuwe Rijn 64


Dichter: Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt), Nederland, 1835 - 1894
Gedicht: Immortelle IX
Locatie: Nieuwe Rijn 64, Leiden
Sinds: 14 februari 1987
Let op: Dit gedicht maakt geen deel uit van het project van de stichting TEGEN-BEELD.

Nederlands
Immortelle IX

Op `t hoekje van de hooigracht
En van den Nieuwen Rijn,
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.

En halverwegen tusschen
De Vink en de Haagsche Schouw,
Daar brak hij, zes weken later zoowat,
Den eed van vriendentrouw.

(Immortellen, 1850-1852)


Op


Uitgezocht:

En aangebracht door "Leiden weer gezellig" en de Leidse Studenten Vereniging Minerva op 14 februari 1987.

Stöxen van "Leiden weer gezellig" beloofde al lang geleden om ook het tweede kwatrijn van het gedicht van Piet Paaltjens aan de Rijndijk aan te brengen. Letterlijk zei hij: "Ik heb beloofd, dat halverwege de Rijndijk ook het tweede couplet zal worden aangebracht." (p. 66 van het boekje Voorkeurstemmen uit 1990). Wanneer zal hij deze oude belofte inlossen?

Noot: Niet door St÷xen, maar door Van der Valk Hotel Leiden met Restaurant Het Haagsche Schouw is in 2008 alsnog Immortelle IX gecompleteerd. Ga kijken bij de Haagsche Schouw.


Op


Hier heeft gewoond

Piet Paaltjens (François Haverschmidt), dichter-predikant, 1835-1894. Leiden (Z.H.), Nieuwe Rijn 64, hoek Hooigracht. Aan Hooigrachtzijde steen met de volgende tekst: "Piet Paaltjens 1835-1894. Op 't hoekje van de Hooigracht / en van den Nieuwen Rijn / daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang / mijn boezemvriend zou zijn."

Dit versje schreef Piet Paaltjens, pseudoniem van François Haverschmidt (ook wel HaverSchmidt), over zijn studententijd in Leiden, waar hij zich voorbereidde op het ambt van predikant. Hij vervolgde:

En halverwege tussen
de Vink en de Haagse Schouw,
daar brak hij, zes weken later zowat,
den eed van vriendentrouw.

Maar die laatste vier regels ontbreken op de steen, die immers op dat speciale hoekje (Hooigracht/Nieuwe Rijn) betrekking heeft. Wie inzicht wil krijgen in de Leidse topografie kan ook elders bij Paaltjens zijn licht opsteken, want hij heeft heel wat locaties, althans in de oude binnenstad, in zijn verzen verwerkt.

Zijn hele studententijd, van 1852 tot 1858, woonde Haverschmidt boven een doodbidder op de Hogewoerd 63. Ook daar is een gedenksteen aangebracht met zijn pseudoniem en genoemde jaartallen. Omdat bij opvallend snel liep, kreeg hij de bijnaam 'haas'. 's Middags plachten François en zijn vrienden te eten bij Váter Muller in de Breestraat, waarna ze al snel in een kroeg belandden. Ook op feesten kwam hij graag. Daar bespeelde hij de Turkse trom of declameerde hij beurtelings vrolijke en droevige balladen.

Een typisch trekje van de romanticus of eerder nog melancholicus die hij was. Enerzijds gebukt onder zwaarmoedigheid en anderzijds geneigd daarmee de spot te drijven. Zijn voornaamste bundel, waarin ook die verbroken eed van vriendentrouw is opgenomen, heet dan ook Snikken en Grimlachjes.

Na zijn theologische studie in Leiden was Haverschmidt dominee in Foudgum en Raard (Friesland), Den Helder en Schiedam, waar hij verreweg het langst op de kansel heeft gestaan: van 1864 tot zijn dood op 19 januari 1894. Het was geen natuurlijke dood. Zijn depressies, gevoegd bij toenemende twijfels omtrent het geloof en nog verergerd door het overlijden van zijn vrouw (1891), liepen ten slotte uit op zelfmoord.

(F.G. de Ruiter in de rubriek "Hier heeft gewoond" in het NRC Handelsblad van 21 maart 2001)


Op


Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht