Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

János Pilinszky , A mélypont ünnepélye

János Pilinszky , A mélypont ünnepélye
Dichter: János Pilinszky, Boedapest, Hongarije, 25 november 1921 - 27 mei 1981
Gedicht: A mélypont ünnepélye
Locatie: Rijnsburgerweg 144, Leiden
Sinds: oktober 2004 (nummer 97)

Hongaars
A mélypont ünnepélye

Az ólak véres melegében
ki mer olvasni?
És ki mer
a lemen? nap szálkamezejében,
az ég dagálya és
a föld apálya idején
útrakelni, akárhová?

Ki mer
csukott szemmel megállani
ama mélyponton,
ott, ahol
mindíg akad egy utolsó legyintés,
háztet?,
gyönyörü arc, vagy akár
egyetlen kéz, fejbólintás, kézmozdulat?

Ki tud
nyugodt szívvel belesimúlni
az álomba, mely túlcsap a gyerekkor
keservein s a tengert
marék vízként arcához emeli

(Uit: Szálkák [Splinters], 1971-1972)

Nederlands
Feest van het dieptepunt

In de bloedige warmte van de kotten,
wie durft nog te lezen?
En wie durft
in het splinterveld van de ondergaande zon,
tijdens de vloed van de hemel en
de eb van de aarde nog
op reis te gaan, waar ook heen?

Wie durft
met de ogen dicht stil te houden op het dieptepunt,
daar
waar zich altijd nog weer
een laatste wuiven voordoet,
een dak,
een beeldschoon gelaat of desnoods een hand,
een hoofdknik, handgebaar?

Wie durft zich met een
gerust hart weg te laten zinken in
de droom die over het bittere leed der kinderjaren heenspoelt
en de zee als een
handkom water naar je gezicht tilt?

(Vert. en nawoord Erika Dedinszkyin, Krater, Vianen, Kwadraat, 1984)


Op

Achtergrond

Na de roerige tijd van 1956 verloor het thema 'Hongarije' steeds meer van zijn nieuwswaarde. Toch verdween de interesse, door de historische gebeurtenis gewekt, niet helemaal. Vanaf de jaren zestig verbeterden langzaam de literaire contacten tussen Nederland en Hongarije, met als resultaat dat er steeds meer kennis kwam over elkaars cultuur en dat steeds meer representatieve klassieke en moderne literatuur in Hongaarse en Nederlandse vertaling verschenen.

De karige dichtkunst van János Pilinszky (1921-1981) viel bij de Nederlandse lezers goed in de smaak. Pilinszky houdt zich in zijn gedichten verre van actuele politieke vraagstukken. Toch valt ook over zijn gehele oeuvre de schaduw van traumatische politieke gebeurtenissen. Zijn oorlogservaringen als krijgsgevangene in Duitsland, waar hij de verschrikkingen van de concentratiekampen meemaakte, drukten een onuitwisbaar stempel op zijn werk.

Zijn dichtbundel Krater verscheen in 1984 in het Nederlands. De recensenten slaagden erin tot de kern van de compacte poëzie van Pilinszky door te dringen: 'Tenmidden van de traditioneel nogal barokke, sterk door volkspoëzie beďnvloede Hongaarse literatuur lijkt Pilinszky een vreemde eend in de bijt. Het gaat Pilinszky om de essenties en om dat tot uitdrukking te brengen, gebruikt hij geen woord te veel.' Hij werd vergeleken met Gerrit Achterberg.

(Uit 'Hongaarse literatuur in Nederland' van Agnes de Bie-Kerékjártó in Ablak, tijdschrift voor Centraal Europa, uitgave april 2001)


Op

Muurgedicht officieel onthuld

De Hongaarse Ambassadeur Gábor Szentvány spreekt zijn blijdschap uit over het muurgedicht.

De Hongaarse Ambassadeur Gábor Szentvány spreekt zijn blijdschap uit over het muurgedicht.

Zaterdagmiddag 27 november is muurgedicht nummer 97 officieel onthuld door de Ambassadeur van Hongarije. Op de Leidse Rijnsburgerweg, hoek Merelstraat heeft Stichting TEGEN-BEELD onlangs het 97e muurgedicht in de serie van 101 muurgedichten gerealiseerd. Het gedicht 'A mélypont ünnepélye' van de Hongaarse dichter János Pilinszky (1921-1981) staat zowel in het Hongaars als in het Nederlands op de muur. De Hongaarse Ambassadeur heeft in gezelschap van zijn Cultureel Attaché de gedichten onthuld. Daarbij werd een toast uitgebracht op de gedichten, op Hongarije, op Stichting TEGEN-BEELD en op de bewoners van de Volgelwijk.

(Chris de Waard op de website van Sleutelstad.nl
27 november 2004)


Op

Gedichten van de lijster

Hongaars gedicht met vertaling aan het begin van de Lijsterstraat

In de vorige Praatvogel kon worden gemeld dat er nu een muur in de wijk versierd was met een gedicht. Hoe mooi dan ook, dat telde niet mee met de officiële reeks van 101 muurgedichten in Leiden, die door de stichting Tegen-Beeld worden gekozen en geschilderd. Als project gaat dat in de eerste helft van 2005 afgesloten worden tijdens de 7e Openlucht Poëziemanifestatie aan de Nieuwe Rijn.

Jan Willem Bruins legt de laatste hand aan de Nederlandse vertaling van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

Jan Willem Bruins legt de laatste hand aan de Nederlandse vertaling van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

Laat de Vogelwijk nu nog net gekozen worden om gedicht nummer 97 te dragen! In deze november kon men de kunstschilder Jan Willem Bruins op een steiger aan het werk zien aan het begin van de Lijsterstraat. Eerst op de zijmuur van Rijnsburgerweg 144, erna ertegenover op de zijmuur van Rijnsburgerweg 146. De ‘muur-eigenaars’, de families Aalders-de Lange en Versloot-Zandbergen, hadden snel hun toestemming verleend. En nu staan ze er dan: een gedicht in het Hongaars van Pilinszky en de Nederlandse vertaling ervan aan de overzijde. Ze zijn respectievelijk uitgevoerd in creme letters op een blauw-grijze achtergrond en in blauw-grijze letters op een creme achtergrond, beide mooi aangepast aan de tint van de huismuren en zo ongeveer 3˝ bij 5 meter.

Plechtige inwijding

Op zaterdagmiddag 27 november was er een plechtigheid ter plekke om het gedicht in te wijden. Het was trouwens de geboortedag van de 23 jaar geleden gestorven dichter. Op de stoep verzamelde zich een gezelschap van ongeveer 20 mensen. De Hongaarse Ambassadeur Gábor Szentvány was er met zijn Culturele Attachée. Raadslid Liesbeth Hesselink vertegenwoordigde de burgemeester (het was kort dag voor de voorbereiding geweest). Leden van de Vereniging Hongaren in Nederland waren er en enkele persfotografen. En vanzelfsprekend waren er Vogelwijkers. Er werd in het Engels gesproken namens de stichting Tegen-Beeld en de wijk, namens de Hongaarse Republiek en de gemeente Leiden.

De Ambasadeur zei onder meer dat hij voortaan met landgenoten op weg tussen Den Haag en Schiphol even een kleine omweg langs het muurgedicht zou maken.

Deze maanden loopt de landelijke Culturele Manifestatie “Hongarije aan Zee”. De mede-organisator daarvan, mevrouw Susan Jegesi, las het gedicht voor in het Hongaars, gevolgd door een declamatie door Elisa Bosman van het wijkcomité, die de Nederlandse vertaling ten gehore bracht. Tot slot maakten Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins van Tegen-Beeld de muureigenaren Aalders-deLange en Versloot-Zandbergen officieel ‘deelgenoot’van het Leidse project door ieder een gekalligrafeerde tekst van hun muurgedicht te beloven. Erna een gezellig drankje binnenshuis, achter de muur met Pilinszky in vertaling en als gast van Margreet Zandbergen.

Daar bleek weer hoe serieus de Hongaren hun nieuwe lidmaatschap van de Europese Unie nemen en hoe blij ze zijn met de erkenning daarvan in de vorm van een gedicht van een van hun grootste dichters, dat nu op muren in een Hollandse woonwijk prijkt.

De Stichting Tegen-Beeld

De Hongaarse versie van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

De Hongaarse versie van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

In oktober 1992 verscheen het eerste gedicht van de reeks. Dat was op de muur van de Kloksteeg. Een gedicht van de Russin Marina Ttsvetajeva, uiteraard in kyrillische letters. Begin 2005 zal er dus een afsluiting zijn met nummer 101, een gedicht van de Spaanse dichter Garcia Lorca:”De profundis”.

Het unieke project, door professor Kitty Zijlmans aangeduid met “de stad als gedicht”, trok van meet af aan veel belangstelling. Men kan er veel over lezen in www.muurgedichten.nl/toelichting.html; in het mooie fotoboekje “Dicht op de muur”, uit 1996 over de eerste 43, en in het vervolg fotoboek dat bij de afsluiting in 2005 gaat verschijnen.

Het bestuur van de stichting Tegen-Beeld kreeg afgelopen 2 oktober als erkenning de erepenning in goud van de gemeente Leiden.Wandelroutes langs de muurgedichten zijn uitgezet en worden door binnen- en buitenlanders gevolgd. De gemeente Leiden en de vele wijken hebben er iets bijzonders bijgekregen. Naast de 101 poëmen, die door de stichting zijn gekozen, is er in onze stad een veertigtal andere, die er al eerder waren of die uit eigen keuze meededen, geďnspireerd door het project. Zoals bijvoorbeeld het gedicht van Gerrit Achterberg op de tuinmuur van onze Merelstraat 41, op initiatief van de familie Greven-Sluis en te zien vanaf de Nachtegaallaan. In totaal zijn er dus zo’n 140 en het is niet uitgesloten dat er in de toekomst nog vele zullen volgen.

Muurgedichten behoren in zekere zin tot een oude, Leidse traditie. Op de gevel van het stadhuis in de Breestraat bracht al vóór 1600 Jan van Hout een gedicht aan ter herinnering aan het Leids beleg en waarin hij het jaartal 1574 en de 129 dagen beleg in de tekst verstopte. Ook op de goot van de panden hoek Hoogstraat/Nieuwe Rijn staat sinds 1766 een spreuk.

Regie

De stichting Tegen-Beeld is vooral aktief door Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins. Die houden ook een strakke regie over het project. Zij vooral zijn het die plaats, gedicht en uitvoering bepalen. Zij bekennen ook best wat eigenzinnig en tegendraads te zijn. Hun rode draad is: gedichten die zij zelf bijzonder vinden. Die gaan vaak over taal zelf , over dichterschap of kleur. Veel buitenlandse gedichten zijn er bij; zo’n 70 tegenover 30 Nederlandse (ofschoon in het totaal van 140 er ongeveer 60 in het Nederlands zijn). Dat totaal is verspreid over wel 30 talen; uiteraard is er dan een Nederlandse en soms ook een engelstalige vertaling bij te vinden. Over dat geheel vindt men een tiental andere schriftsoorten dan onze europees-latijnse letters. Er is Grieks(3 x), Japans(3 x), Chinees(1 x) etc. De lettertypen worden steeds gewisseld door Jan Willem Bruins die ze verder uit de losse pols penseelt. ‘Vormgedichten’, die waarbij de letters en woorden in een ander patroon staan dan regels in coupletten, vergen een apart ontwerp. Zo bijvoorbeeld en gedicht in de Indiaanse taal Cree op de Nieuwe Rijn 22, waar de tekst uitloopt in een kromme staart van enkele letters. Slechts bij uitzondering komt er een afbeelding bij te pas, zoals een waterlelie bij een gedicht van Frederik van Eeden. Wel zijn er vaak bijzonder kleurgebruik en andere vormen van ondergrond dan een rechthoekige bladzij. Het gedicht en zijn vertaling aan het begin van onze Lijsterstraat vertonen elk aan twee hoeken een donkerder rand, waardoor de suggestie ontstaat van diepte, als een blad los op de muur.

Het gedicht nummer 97

De Nederlandse vertaling van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

De Nederlandse vertaling van A mélypont ünnepélye (foto: Hans Dirken).

In Leiden is er maar één gedicht in het Hongaars: dat in de Lijsterstraat, hoek Rijnsburgerweg. En het is ook uniek dat de vertaling ervan in even grote uitvoering de overkant van de straat siert. Het is het gedicht “A mélypont ünnepélye (Feest van het dieptepunt)”, dat de Boedapester János Pilinszky in 1972 in zijn bundel “Szálkák (Splinters)” publiceerde. De vertaling door Erika Dedinszkyin verscheen in de bundel “Krater” in 1984.
Het gedicht zal door de meeste lezers moeilijk worden gevonden en niet opwekkend. Bij herhaald lezen kan men er de mooie zinnen en diepere betekenissen in gaan ontdekken en waarderen. De dichter Pilinszky wordt als een der belangrijkste van Hongarije na de tweede wereldoorlog beschouwd.
 

De dichter Janós Pilinszky (1921-1981) heeft tussen 1946 en 1976 een zestal gedichtenbundels gepubliceerd; dat is betrekkelijk weinig voor een zo beroemde poëet. Hij studeerde in Boedapest rechten, literatuur en geschiedenis zonder een diploma te behalen. Zijn ervaringen als krijgsgevangene en in een concentratiekamp aan het einde van de tweede wereldoorlog vormen de basis van zijn dichtkunst. Zijn gedichten worden vaak “metafysisch” genoemd of “ethisch-religieus” en gelden als moeilijk vertaalbaar. Het gaat bij hem vaak over de strijd tegen de zinloosheid van het leven.Zijn woorden zijn karig, geen woord teveel en zijn stijl lijkt veel op die van de Hongaarse volkspoëzie. Hij was een bewonderaar van de schrijver Dostojevski, de schilder Vincent van Gogh en van de filosofe Simone Weil. Hij publiceerde veel in roomskatholieke tijdschriften, kreeg vele prijzen en verbleef korte tijd in de USA en Engeland. Van zijn gedichten zijn er verscheidene voor muziekcomposities geschreven en uitgevoerd, onder meer “Oratorium voor een concentratiekamp”. Zijn poëzie wordt wel eens vergeleken met die van Gerrit Achterberg. Toevallig zijn Achterberg en Pilinszky op Vogelwijkse muren nu ook ruimtelijk bij elkaar gekomen. We mogen blij zijn met die bijzondere accenten in onze wijk.

(Hans Dirken in 'De Praatvogel' op de website van de Vogelwijk, december 2004)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht