|
| ||
|
| ||
Ranggawarsita , serat Kalatidha - Een duistere tijd | ||
![]() | ||
|
Dichter Gedicht Locatie Sinds | ||
serat Kalatidha Amenangi jaman édan ewuh-aya ing pambudi mèlu édan nora tahan yèn tan milu anglakoni boya keduman mélik kaliren wekasanipun dilalah karsa Alah begja-begjané kang lali luwih begja kang éling lawan waspada |
Een duistere tijd (de zevende strofe) Leven in een tijd vol dwaasheid vergt het uiterste van de mens Met de dwazen meedoen is onverdraaglijk maar als je niet doet wat allen doen schiet je aandeel je voorbij en kom je van de honger om Gelukkig wil de Heer het zo: hoe voorspoedig ook zij die vergeten voorspoediger nog zijn zij die op hun hoede blijven (vert. Bernard Arps) | |
Uitgezocht door:
"De voordracht maakt de poëzie van Indonesië, veel meer dan in het westen, tot een uitvoerende kunst, een performance. De gedrukte teksten en vertalingen die u in deze bundel aantreft zijn daardoor in feite een magere afspiegeling van de essentie van de traditionele poëzie. De teksten worden pas tot leven gewekt door een stem die zingt met bepaalde timbres, ritmes en melodieën. De voordracht van traditionele poëzie wordt soms begeleid met muziekinstrumenten; in sommige gevalen hoort er ook dans bij. Soms wordt de voordracht verzorgd door specialisten, vaak ook om beurten door willekeurige aanwezigen die de kunst van de poëzievoordracht beheersen. De voordracht vindt plaats tijdens bijeenkomsten waarbij wordt gegeten en gedronken, gepraat, gelachten of gehuild, bijeenkomsten die vaak een nacht lang duren." En meer in het bijzonder over dit gedicht: "Een van de bloeiperioden van de Javaanse literatuur had haar centrum in de middenjavaanse hofstad Surakarta vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw tot het einde van de negentiende eeuw. De bekendste auteurs waren de zogenaamde pujangga, hofgeleerden en dichters in dienst van de vorst. De laatste die de officiële titel van hofdichter, pujangga dalem, mocht dragen was Radèn Ngabèhi Ranggawarsita (1802 - 1873). Het I.I.C. is ook verantwoordelijk voor de keuze van het muurgedicht Aku - Ik van Chairil Anwar. | ||
Een duistere tijd (Kalatidha)Uit sporen van Indië en Indonesië in Leiden (blzd. 43): In de Kalatidha uit de dichter zijn verontrusting over de toekomst vanwege de "dwaze tijden"die zijn uitgebroken. De strofe is in Javaans schrift op de muur geschilderd. De klacht lijkt van alle tijden te zijn. Kalatidha (Een duistere tijd)De grootheid van het rijk is nu volledig uit het oog verloren Alle orde is vervallen, omdat niemand het voorbeeld geeft Hij die de dichtertaal beheerst, wordt omstrengeld door verdriet Laagheid verspreidt zich alom, het beeld der mensheid is vervaagd De wereld verstoord, door moeilijkheden overstroomd.................. Leven in een tijd vol dwaasheid vergt het uiterste van een mens. Met de dwazen meedoen is onverdraaglijk, maar als je niet doet wat allen doen, schiet je aandeel je voorbij en kom je van de honger om. Gelukkig wil de Heer het zo : hoe voorspoedig ook zij die vergeten, voorspoediger nog zijn zij die op hun hoede blijven." (gepost op: zondag 01 mei 2005 - 14:10:47 door Tan Toan Hok op de website van PvdA Leiden) | ||
| Links : | ||
|
| ||