Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Sjota Roestaveli , De ridder in het pantervel



Dichter: Sjota Roestaveli, GeorgiŽ, Roestavi, ca. 1172 - Jeruzalem, 1216
Gedicht: De ridder in het pantervel
Locatie: Witte Rozenstraat 1, Leiden
Sinds: mei 2010


ვეფხისტყაოსანი

თუ საწუთრომან დამამხოს, ყოველთა დამამხობელმან,
ღარიბი მოვკვდე ღარიბად, ვერ დამიტიროს მშობელმან,
ვეღარ შემსუდრონ დაზრდილთა და ვერცა მისანდობელმან, -
მუნ შემიწყალოს თქვენმანვე გულმან მოწყალე-მლმობელმან.

მაქვს საქონელი ურიცხვი, ვერვისგან ანაწონები,
მიეც გლახაკთა საჭურჭლე, ათავისუფლე მონები,
შენ დაამდიდრე ყოველი ობოლი, არას მქონები:
მიღვწიან, მომიგონებენ, დამლოცვენ, მოვეგონები.

შოთა რუსთაველი,
მე-12 საუკუნე, საქართველო

 

Nederlands
De ridder in het pantervel

Als het lot , dat allen treft,
Ook mij zal treffen,
Zal ik sterven als vreemdeling in een vreemd land.
Mijn moeder zal niet om mij kunnen wenen,
en zij die ik grootgebracht heb zullen mij niet in mijn lijkwade kunnen wikkelen, en mijn vertrouweling ook niet.
Moge dan uw barmhartige, milde
hart mij genadig zijn.

Ik heb talloze bezittingen
Die niemand kan wegen;
Geef de kostbaarheden aan de armen;
Geef de slaven de vrijheid;
Maak iedere wees
Die niets heeft rijk;
Zij zullen mij dankbaar zijn, zij zullen zich mij herinneren,
zij zullen mij zegenen, ik zal voortleven in hun herinnering.

Šota Rustaveli, 12-e eeuw, GeorgiŽ
(vertaling Carl Hinrich Menze, 2011)

Engels
The Man in the Panther's Skin

If Fate, the destroyer of all,
destroy me,
an orphan I shall die travelling,
unmourned by parent,
nor will those who brought me up, nor the friend whom I trust, enshroud me;
then indeed will your merciful, tender heart have pity on me.8

I have countless possessions weighed by none:
Give the treasure to the poor,
free the slaves;
enrich every orphan without means; they will be grateful to me,
remember me,
bless me;
I shall be thought of.

Shota Rustaveli, 12th century, Georgia
(translated by Marjory Scott Wardrop, 1912)


Op

Uitgezocht door:

Leuk voor de cultuurliefhebbers: bij de verbouwing van de woning aan de Witte Rozenstraat 1 had de bewoner speciaal een gevelvlak gecreŽerd voor het aanbrengen van een muurgedicht. Helaas voor de natuurliefhebbers bleek de gemeente vervolgens bereid tot het kappen van een mooie grote populier in parkje Oud Hortuszicht (er worden overigens wel drie bomen van nader te bepalen soort herplant), waardoor het gevelvlak zichtbaar werd.  En toen deed de organisatie van het Eerste Georgisch Cultuurfestival in Nederland – Festival IBERIA – het voorstel om ter gelegenheid van dat festival ook een Georgisch gedicht aan te brengen. De keus van het gedicht was eenvoudig: 'De ridder in het pantervel' is niet alleen het bekendste werk van Sjota Roestaveli,  maar het behoort vandaag de dag tot de klassiekers van de Georgische literatuur. Het wordt zelfs gezien als het nationaal epos van GeorgiŽ."

Aanbrengster van dit gedicht is Dali de Graaf - Ubilava, directeur en artistiek leider van het festival IBERIA. Als haar signatuur koos zij voor deze gestileerde Georgische zon (afbeelding rechts):  "In het Georgisch is er een oude uitdrukking: “Iberia gabrtskindeba”, “Iberia komt uit de schaduw en begint te stralen”. Ik wil dat de Georgische cultuur, vol van tradities, passie, talenten en schoonheid, - de cultuur waar ik zo veel van hou - hiťr uit de schaduw zal kunnen komen en hiťr zal beginnen te stralen."


Op

Onthulling Georgisch muurgedicht

De danseressen van het gezelschap Rustavi poseren voor het nieuwe muurgedicht

De danseressen van het gezelschap Rustavi poseren voor het nieuwe muurgedicht

Zondagmiddag 13 juni 2010 werd het Georgisch muurgedicht onthuld door de ambassadeur van GeorgiŽ Z.E. de heer Shota Gvineria tezamen met Dali de Graaf - Ubilava, directeur en artistiek leider van het festival IBERIA dat van 12 tot 20 juni in Leiden wordt gehouden. En let op: Iberia is een oude naam voor GeorgiŽ en het festival zit vol Georgische cultuur.. Het muurgedicht is een deel uit het het veel langere  'De ridder in het pantervel' van Sjota Roestaveli. Aanwezig bij de plechtigheid waren ook de leden van het ensemble Rustavi, die de avond tevoren een prachtige voorstelling hadden gegeven in de Leidse schouwburg.

Rustavi  werd opgericht in 1968 door Anzor Erkomaishvili, een zanger en folklorist uit een beroemde Georgische muzikale familie die teruggaat tot zeven generaties. Sinds de oprichting heeft Rustavi met veel succes opgetreden in meer dan 50 landen van de wereld.
Erkomaishvili's visie was om de etnische grenzen van de regionale stijlen te doorbreken met het uitvoeren van etnografisch authentieke muziek vanuit alle delen van GeorgiŽ. 

Liederen en dansen over oorlog en vrede, spectaculaire kostuums, de unieke stijl van de  Georgische polyfone zang en rijke stemmen karakteriseren de optredens van Rustavi. Het mannenkoor is befaamd om hun intense zang met overlappende, voortdurend in beweging zijnde betoverende harmonieŽn. Rustavi staat ook het uitvoeren van perfect vertolkte nationale en diverse traditionele dansen in zeer fraaie kostuums.

(13 juni 2010)
 
 


Op

Foute vertaling of verkeerde gedicht?

Het bewuste bordje

Het bewuste bordje

Op het bordje bij het muurgedicht blijken onjuiste vertalingen te staan. Het zou moeten gaan om de verzen 802 en 803 van 'De ridder in het pantervel' van Sjota Roestaveli, maar de vertalingen corresponderen daar niet mee.
Of waren de vertalingen goed maar staan de verkeerde verzen op de muur? Met dit schrift maakt dat natuurlijk eigenlijk niet veel uit. Wordt vervolgd?

Voor de volledigheid de vertalingen volgens het bordje:
Al dat geen plek waardig is
 in Uw koninklijke schatkamers,
Benut het voor het bouwen van bruggen,
voor tehuizen voor de ontheemde wees,
Laat Uw hand niet spaarzaam zijn,
verdeel mijn rijkdom vrijelijk,
U bent als geen ander;
verzacht de vlammen die mij verteren.

Bericht over mij zal U niet bereiken;
ik verplicht mijn ziel aan Uw genade.
Mijn schrijven getuigt van de waarheid,
ik vermag misleiden noch vleien,
Het Kwade zal mij niet doen dwalen,
ik weersta zijn verleiding.
Bid dus voor mij, en vergeef mij,
want als ik moet sterven, het zij zo.


(Vertaling Rick van Vliet)
All that is deemed unworthy of a place
in your kingly storehouse,
Use for the building of bridges,
of homes for the homeless orphan,
let not your hand be sparing,
freely distribute my treasure,
There is non other but you,
so assuage the flames that consume me.

Tidings of me will not reach you;
I commit my soul to your mercy.
True are the words of my letter,
I would not dissemble or flatter,
The Evil One shall not seduce me,
I will resist his temptations.
Pray for me, then, and forgive me,
for if I perish, I perish.


(Translation David M. Lang)

(20 juni 2010)


Op

Vervolg op "Foute vertaling of verkeerde gedicht?"

Ruim een jaar na het aanbrengen van de verzen van Roestaveli heeft Carl Hinrich Menze ten aanzien van de vertaling de handschoen opgepakt. Hij schrijft:

Ik ga uit van de Georgische coupletten die op de muur staan . Het zijn inderdaad twee coupletten uit het Middelgeorgische (12e eeuw) epos Vepxistqaosani , ‘De ridder in het pantervel’. In de on-line versie van het TITUS-project zijn het de verzen 802 en 803. Maar de vertalingen die ik heb gevonden, en kennelijk ook die welke het muurgedichtenproject heeft gevonden, gaan uit van versies met een andere nummering (ik heb wel eens gelezen dat er versies met coupletten meer en/of minder zijn) of hebben zelf een andere nummering verzonnen. De coupletten die op de muur staan zijn bijvoorbeeld in de Engelse vertaling van Marjory Scott Wardrop genummerd als 783 en 784.

Deze vertaling is erg letterlijk, maar toevallig meen ik bij haar juist in “onze” coupletten toch een fout aan te treffen. In een Franse vertaling  dragen ze nummer 793 en 794. Een Russische vertaling  heeft geen nummering. De vertaling van David M. Lang heb ik niet kunnen vinden, maar de coupletten die op de webstek staan (“All that is deemed unworthy of a place in your kingly storehouse”) (aldaar uiteraard genummerd 802 en 803, doordat men op nummer gezocht heeft) corresponderen met TITUS 804 (“raca tkventvis ar varg iqos ..”) en 805 en met Scott Wardrop 785 (“Whatever is not worthy …”) en 786.

Ik ben gaan proberen de coupletten die op de muur staan zelf te vertalen (zwaar spiekend vooral bij Scott Wardrop) en heb nog een paar vermoedelijke fouten bij haar ontdekt . Ik heb ook wel ergens een commentaar gelezen dat haar vertaling nog altijd de beste is “ondanks zekere gebreken”. De beste zeker omdat zij zo letterlijk is, de Franse en de Russische vertalingen zijn veel vrijer, dat is onvermijdelijk doordat zij zich aan het rijmschema van het origineel (aaaa) houden en ook in versmaat zijn. Maar er zitten dus wel fouten in. “those who brought me up” voor dazrdilta is zeker fout , de participia op –il- zijn passief. Dus dat moet zijn ‘those who were brought up [scil. by me]’ (op dit punt zijn de Franse en de Russische vertaling het met mij eens). ɣaribi betekent in modern Georgisch ‘arm’ en in ouder Georgisch ‘vreemd, vreemdeling’(het is een leenwoord uit Arabisch ɣarÓb ‘vreemd, vreemdeling’, mogelijk via het Turks of Perzisch). Een betekenis ‘orphan’ (‘wees’) kan ik verder nergens vinden, en is hier op het eerste gezicht ook niet van toepassing (ťťn regel verder is zijn moeder kennelijk nog in leven) . “Arm” is kennelijk ook niet de bedoeling, hij is juist aan het regelen wat er met zijn onmetelijke rijkdommen moet gebeuren . Mšobeli (-man is de ergatiefuitgang), vertaald als ‘parent’(‘ouder’), kan theoretisch denk ik ook wel een vader zijn, want het werkwoord waarvan het afgeleid is kan ook in wat abstracter zin ‘voortbrengen’ betekenen. Maar de centrale betekenis is ‘baren’, zo wordt het bijvoorbeeld gebruikt in de term ɣvtismšobeli ‘theo-tok-os, “God-baarster”, Moeder Gods’ en ook in ons kwatrijn maakt de vermelding van haar wenen het extra aannemelijk dat het zijn moeder is.


De vertalingen onder de foto van het muurgedicht zijn aangepast. Hier staat nu de nieuwe vertaling door Carl Hinrich Menze met de bijpassende vertaling van Marjory Scott Wardrop.

(7 augustus 2011)


Op

Leids kijkje in Georgische cultuur

De Georgische ambassadeur onthult het muurgedicht

De Georgische ambassadeur onthult het muurgedicht

De first lady van GeorgiŽ, Sandra Saakasjvili–Roelofs, opende dit weekend de eerste editie van Festival Iberia. Zaterdagavond introduceerde zij de folkloristische muziek- en dansgroep Rustavi bij het schouwburgpubliek. Gistermiddag onthulde zij een Georgisch muurgedicht bij de speeltuin aan de Witte Singel

Ben Walenkamp, de man achter alle Leidse muurgedichten, kan zaterdagochtend niet uitslapen. Onder het nieuwste muurgedicht, eentje in de Georgische taal, moet namelijk nog een bordje worden bevestigd. Zondag zal de Georgische presidentsvrouw Sandra Roelofs het komen onthullen. Alles wordt in gereedheid gebracht om het Georgische cultuurfestival, dat tot en met 20 juni duurt, te laten slagen.

Initiatiefneemster van het festival, Dali de Graaf-Ubilava, is een vrijwilligster van Georgische komaf. Zij spreekt al sinds 2008 met de gemeente Leiden over het festival. Ze richtte Stichting ArtEcho op en verzamelde onder die paraplu mensen om zich heen met wie ze het festival kon realiseren. Loco-burgemeester Jan-Jaap de Haan, die samen met haar en Sandra Roelofs op het podium van de Leidse Schouwburg staat om de aftrap van het festival te verzorgen, spreekt zijn bewondering uit over het doorzettingsvermogen van de vrijwilligster. Ze wist immers voldoende subsidies en sponsors te werven, en een heleboel helpende handen te mobiliseren, om haar droom waar te maken.

Na deze openingswoorden is de beurt aan muziek- en dansgezelschap Rustavi dat zaterdagochtend samen met de presidentsvrouw op Schiphol was onthaald in Nederlandse klederdracht. De Georgische dans show opent met strakke passen en wervelende sprongen. De mannen dansen hier, naar traditioneel gebruik, op de teenpunten van hun zwarte laarzen en de vrouwen bewegen sierlijk met hun armen en handen. Ook de karakteristieke pruikachtige mutsen en dolken ontbreken niet aan de kostumering van de heren. De dames dragen sluiers, lange vlechten en bloemen in het haar.

Geregeld geeft de zaal, die uit een gemengd publiek van Nederlanders en GeorgiŽrs bestaat, de flitsende dansers een open doek je. Terecht want het gezelschap danst fenomenaal. Ook de vier muzikanten die op trommels slaan en accordeons bespelen, kunnen op een stevig applaus rekenen, net als de acht zangers die a capella de meerstemmige Georgische liederen vertolken. Na afloop is er nog een feest in de schouwburg en zo wordt de eerste festival dag uitgeluid.

De onthulling van het muur¨gedicht vestigt de dag erna de aandacht op enkele middeleeuwse versregels uit het epische werk 'Ridder in pantervel’, geschreven door de Georgische dichter Shota Rustaveli. Het festival omvat verder nog Georgische schilderkunst, in verschillende Leidse galeries te zien, een wijnproeverij en een filmvertoning in het Kijkhuis. Het ligt in de bedoeling dat het festival jaarlijks in Leiden terugkeert. Dat is afhankelijk van het slagen van de komende week. De Graaf-Ubilava hoopt in elk geval dat het Nederlandse publiek op deze manier alvast kennismaakt met de Georgische cultuur. Volgens Sandra Roelofs, die ook beschermvrouw van het evenement is geworden, zal het festival een kijkje geven in de 'indrukwekkende cultuur' die zij al zo goed kent.

(Sabine van den Berg op 14 juni 2010 in het Leidsch Dagblad)

Naschrift 1: De bedoeling was dat Sandra Roelofs zelf het gedicht zou onthullen. Zij was echter verhinderd! De onthulling is daarom gedaan door de ambassadeur van GeorgiŽ, Shota Gvineria.

Naschrift 2: Anne van der Veen was niet tevreden over de vertegenwoordiging van de gemeente Leiden bij de onthulling van het muurgedicht en schreef wethouder De Haan: De stichting Tegen-beeld heeft in samenwerking met het festival Iberia op de zijgevel van Witte Rozenstraat 1 een muurgedicht aangebracht van de middeleeuwse dichter uit GeorgiŽ Shota Rustaveli. Het gaat om een passage uit zijn meeste bekende werk Ridder in pantervel. Dit muurgedicht is op 13 juni jl. ingewijd door de ambassadeur van GeorgiŽ. Oorspronkelijk zou dit muurgedicht worden ingewijd door mw. Sandra Roelofs, vrouw van de President. Op het laatste moment bleek zij echter verhinderd. Ik heb het sterke vermoeden, dat dit komt, doordat het gemeentebestuur bij deze inwijding schitterde door afwezigheid. Bij de inwijding werd namens de gemeente Leiden het woord gevoerd door raadslid Pieter Kos, die echter inhoudelijk niets bleek te weten van de Georgische cultuur.
Ik vind dit toch een blamage voor de gemeente Leiden, welke stad toch mede door de aanwezigheid van de Universiteit wordt geacht internationaal georiŽnteerd te zijn. Wellicht kunt u alsnog uw excuses aanbieden aan de ambassadeur van GeorgiŽ en kunt u hem alsnog uw waardering geven voor de cultuur van GeorgiŽ !


Op

Links    :
 
Op Terug Home Opvolgend muurgedicht