Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Sugawara no Michizane , zonder titel

Sugawara no Michizane


Dichter: Sugawara no Michizane , Japan, 845 - 903
Gedicht: Zonder titel
Locatie: Rapenburg 73 (Hortus), Leiden
Sinds: 22 april 2002 (nummer 82)

Nederlands

Als de wind uit het oosten waait
zend me dan jullie geur
bloesems van de pruimeboom
jullie baas is weg
maar vergeet toch de lente niet!

Japans

Kochi fukuba
nioi okoseyo
Ume no hana
aruji nashi tote
haru na wasureso

Engels

If the east wind blows this way,
Oh blossoms on the plum tree,
Send your fragrance to me!
Always be mindful of the Spring,
Even though your master is no longer there!


Op

Heel bijzonder

Dit is het eerste officiŽle muurgedicht dat niet door Jan Willem Bruins geschilderd werd. Hoewel hij alom geprezen wordt voor zijn vaardigheid de vreemdste lettertekens herkenbaar aan te brengen werd dit Japanse gedicht op vrijdag 19 april 2002 gecalligrafeerd door Chikako Wijsman - Saga.


Op

Uitgezocht door:

Titia van der Eb - Lindeboom.

Ter gelegenheid van de viering van vierhonderd jaar betrekkingen tussen Nederland en Japan, schonk de Universiteit van Nagasaki vorig jaar 155 Japanse 'Ume-heesters' aan de Universiteit Leiden. Enkele hiervan zijn door de Hortus geplant in het vak vlakbij de plek van dit muurgedicht. Ume is de Japanse naam voor de ook in Nederland bekende prunussoort Mume. Dat de Universiteit van Nagasaki juist deze zeer vroeg bloeiende Japanse abrikoos ten geschenke gaf, heeft een speciale reden. De bloem van de Ume is in Japan het symbool voor wetenschap. Deze symboolfunctie gaat terug op het familiewapen van Sugaware no Michizane. Het embleem van de familie Michizane was de Ume. Michizane viel door intriges in ongenade bij de keizer en werd verbannen naar het Zuidelijke eiland Kyushu, ver weg van de hoofdstad Kyoto. Na zijn vertrek brak er een tak van de Ume-boom uit zijn tuin af, en deze tak reisde hem achterna. Dit verhaal wordt in talloze gedichten gememoreerd. Na zijn dood kreeg Michizane eerherstel en tegenwoordig wordt hij nog altijd vereerd als beschermer van de literatuur. Veel heiligdommen zijn aan hem gewijd, en als de examentijd nadert bezoeken scholieren en studenten zo'n heiligdom om bijstand te vragen. De vruchten van de Ume werden vroeger gebruikt als voedsel, medicijn en als conserveringsmiddel voor rijst. In Japan staat de Ume vaak op het dorpsplein en de boom is dus bekend en geliefd bij de Japanse bevolking.


Op

Patroonheilige van de wetenschap op Hortusmuur

In Japan is hij de patroonheilige van de wetenschap. Studenten kopen nog altijd amuletten met zijn afbeelding erop, voordat ze hun toelatingsexamen doen: Sugaware no Michizane (845-903). Naast wetenschapper was hij ook een belangrijke politicus en dichter in de Heian-periode (794-1185). In 901 werd hij onterecht beschuldigd van hovaardij en verbannen. Hij stierf in 903, nadat hij een reeks gedichten schreef waarin hij zich beklaagde over zijn lot en zijn vasthield aan zijn onschuld.

Eén van zijn gedichten siert nu een muur in de Leidse Hortus. Afgelopen maandag werd het (titelloze) gedicht onthuld, dat vrijdag 19 april op de muur is gecalligrafeerd door Chikako Wijsman-Saga (echtgenote van drs. Paul Wijsman, medewerker bij de opleiding Japans/Koreaans). Zij verving voor één keertje de vaste schilder van de muurgedichten, Jan-Willem Bruins. Het gedicht is uitgezocht door Titia van der Eb-Lindeboom.

Het is het tweeëntachtigste in de reeks muurgedichten die de stichting Tegen-Beeld aanbrengt in de binnenstad. Bijna een jaar lang heeft de stichting zich stil gehouden, maar deze maand zijn de kwasten weer uit de schuur gehaald: Bloem, Lucebert, Van Ostaijen, Eielson, Jan Kleingeld, J. Bernlef, Pierre Reverdy, en de Amerikanen Langston Hughes en William Carlos Williams kregen allemaal een plekje op een Leidse muur of gevel.

Dit jaar moeten nog vijf gedichten volgen, en het plan van de stichting is om in 2005 het 101ste en laatste gedicht op de muur te schilderen.

(Christiaan Weijts in de Mare nummer 29, 25 april 2002)


Op

Passie voor Japan en het Von Sieboldhuis

Burgemeester Timmers-van Klink reikte in april en mei koninklijke onderscheidingen uit aan negen inwoners van Oegstgeest. Het Witte Weekblad kijkt in een reeks artikelen met een aantal van hen terug op deze bijzondere, eervolle gebeurtenis.

Deze week met mevrouw T. (Titia) van der Eb-Brongersma. Zij werd op 26 mei benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege haar diverse werkzaamheden op bestuurlijk, organisatorisch en educatief gebied, die voor de samenleving van bijzondere waarde zijn. En dan vooral voor haar onderzoek in Japan en de bijdragen aan de restauratie van de Japanse tuin op landgoed Clingendael en de viering van 400 jaar Nederlands - Japanse betrekkingen. Mevrouw van der Eb-Brongersma is vernoemd naar de Fries-Groningse dichteres Titia Brongersma, die leefde aan het einde van de zeventiende eeuw. Ze werd bekend met haar dichtbundel De Bron-Swaen, maar genoot ook grote faam vanwege haar onderzoek naar de hunebedden.

Titia is afkomstig uit een biologenfamilie. Zoals ze het zelf zegt: 'de peterselie groeit uit mijn oren'. Ze studeerde biologie in Leiden en gaf biologielessen, kooklessen en Nederlandse lessen aan anderstaligen. Een bezoek aan Saporro, Japan, waar haar man op een congres moest spreken, leidde tot een nieuwe wending in haar leven. 'Ik ben de stad gaan verkennen en op een van mijn tochten liep ik een park in en zag allerlei bomen en struiken die ik al uit Nederland kende: Prunus, Forsythia, Aucuba, Kerria, Skimmia, Hortensia. Logisch achteraf, als je je bedenkt dat 70 procent van onze bomen, struiken en planten in onze lanen en parken afkomstig zijn uit het Verre Oosten.' Met haar man bezoekt ze Japan daarna met grote regelmaat. Ze leest er boeken over en in de jaren daarna vergroot ze haar kennis van het land en haar inwoners door ondermeer het volgen van een aantal colleges.

Had u een lintje verwacht? 'Nee, en zeker niet omdat ik nog allerlei zaken waar ik al geruime tijd aan werk nog moet afronden.' Wanneer wist u dat een lintje zou krijgen? 'Tijdens de uitreiking op 25 april waren mijn man en ik nog op vakantie. In het vliegtuig terug naar Nederland vertelde hij me dat.' Weet u wie het lintje heeft aangevraagd? 'Mevrouw Carla Teune, oud Hortulanus van de Hortus Botanicus in Leiden.' Hoe bent u betrokken geraakt bij het onderzoek naar de Hollandse begraafplaats in Nagasaki? 'We hadden daar destijds een flatje, omdat mijn man er onderzoek deed. Op een Chinees fietsje ben ik toen de omgeving gaan verkennen en ben ik op de Hollandse begraafplaats gestuit, die volkomen verwaarloosd was. In de tempel naast de begraafplaats heb ik met een paar woorden Japans en gebaren de sleutel van het hek gevraagd. Ik heb 2 tot 3 uur besteed aan het inventariseren van de graven. Als je daar staat, realiseer je je dat de geschiedenis van de Nederlanders in Japan letterlijk aan je voeten ligt. Ik ben vervolgens de achtergronden van de mensen die daar begraven liggen gaan uitzoeken. Een tijdrovend werk, dat mijn man en mij ondermeer naar Ost-Friesland, Duitsland, leidde. In de achttiende eeuw waren er verhoudingsgewijs veel buitenlanders werkzaam voor de, matig betalende, VOC. Velen van hen vonden hun laatste rustplaats in de Oost. In 2009 vieren we opnieuw 400 jaar betrekkingen met Japan! 'In 2000 herdachten Japan en Nederland dat beide landen elkaar 400 jaar geleden voor het eerst 'ontmoetten'. Met de stranding op de Japanse kust van het Nederlandse schip Liefde (19 april 1600) startte een wonderlijke, soms moeizame uitwisseling tussen twee culturen. In 2009 vieren we dat 400 jaar geleden de eerste handelsovereenkomst met Japan werd gesloten. De shogun gaf in dat jaar de Nederlanders vier handelspassen. Eerst hadden de Hollanders in Hirado een handelsfactorij. Toen de VOC in een gevelsteen de tekst AD 1639 aanbracht (Anno Domini = in het jaar des Heren), werd dat door de Japanners aangegrepen om het gebouw te laten slopen. Het christendom in Japan was namelijk al sinds 1612 verboden. De handelsfactorij werd daarop verhuisd naar het eilandje Deshima in de baai van Nagasaki, waar de Nederlanders alle bewegingsvrijheid verloren. Als zij het bevel echter niet hadden opgevolgd, zou de latere zo belangrijke invloed van Nederland op Japan nooit hebben plaatsgevonden. Vanaf de zeventiende tot halverwege de negentiende eeuw fungeerde Nederland als Japans 'enige venster op het Westen.' Von Siebold en Japan? 'De handelspost Deshima bij Nagasaki fungeerde ook als een belangrijk doorgeefluik van veel, destijds onbekende en nu geliefde planten en bomen. Die vonden vanuit Japan via de Leidse Hortus en via de kwekerij van Von Siebold - gevestigd op de plek waar nu de Sieboldstraat en de Decimastraat liggen - hun weg naar de Nederlandse sierplantenteelt. De Nederlander Philipp Von Siebold (1796-1866) was de vaandeldrager van deze plantenuitwisseling.

In de Hortus Botanicus zijn tegenwoordig nog 14 originele planten die hij geÔntroduceerd heeft te vinden. Ter ere van hem is dan ook een Japanse tuin aangelegd: de Von Siebold Gedenktuin. Je moet je voorstellen dat vandaag de dag ieder schoolkind in Japan leert wie Von Siebold was.

In Leiden staat ook het Von Sieboldhuis. Wie meer wil weten over of zien van Japan raad ik zeker aan het Von Sieboldhuis op het Rapenburg te bezoeken.'

(Eric Kijkuit - 26 augustus 2008 in de editie Oegstgeest van het Witte Weekblad)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht