Een graf voor Marinus van der Lubbe

De gedenksteen voor Marinus van der Lubbe bij de Morschpoort te Leiden.

De gedenksteen voor Marinus van der Lubbe bij de Morschpoort te Leiden.

Marinus van der Lubbe, de Leidse metselaar die op 27 februari 1933 tegen Hitler protesteerde met het in brand steken van de Berlijnse Rijksdag, werd op 24-jarige leeftijd via een speciaal voor hem ontworpen wet terechtgesteld. In de geschiedschrijving wordt hij afgedaan als een 'warhoofd', of blijft hij naam- en identiteitsloos. Ook zijn lichaam werd anoniem begraven, op dubbele diepte.

De stichting ´Een graf voor Marinus van der Lubbe' (opgericht in januari 1998) wilde verandering brengen in dit gangbare beeld en Van der Lubbe de (rust)plaats geven die hem toekomt. Van september 1998 tot september 1999 vonden hiertoe tal van activiteiten plaats, met als brandpunt de plaatsing van een drietal gedenkstenen: in Leipzig op het graf (op 13 januari 1999, de dag waarop Marinus van der Lubbe negentig jaar zou zijn geworden), in Leiden, en in Berlijn.

In de geest van de volksjongen Van der Lubbe, zou de stichting de gedenkstenen het liefst bekostigd willen zien uit 'de dubbeltjes en kwartjes van de arbeiders'. Onder de titel 'De pet van Rinus' hebben diverse manifestaties plaatsgevonden: om geld in te zamelen voor een waardig graf, maar vooral ook om de kwesties die Marinus van der Lubbe door zijn leven en dood aan de orde stelde opnieuw aan te wakkeren.

Beeldende kunstenaars Ron Sluik en Reinier Kurpershoek, samenwerkend onder de kunstenaarsnaam Sluik/Kurpershoek, kregen de opdracht het grafmonument te maken. Op hun verzoek is het monument ontworpen en gemaakt door Letters in Steen uit Utrecht (zij zijn in samenwerking met Jan Kleingeld ook verantwoordelijk voor ander werk in Leiden, zoals plaquetten van Van Siebold, gedenkplaat Jan Schipper en de baksteen belettering en keermuur van het Leids Gemeentearchief).

De eerste gedenksteen werd op het Südfriedhof in Leipzig geplaatst op 13 januari 1999; een tweede gedenksteen (zie foto) werd geplaatst bij de Morschpoort in Leiden, de geboortestad van Van der Lubbe, op 27 februari 1999; een derde steen, die geplaatst zou moeten worden in Berlijn, de stad van de Rijksdagbrand, zorgde voor veel commotie en werd in 2000 uiteindelijk geplaatst op het terrein van het Deutsches Theater.

Elk van de stenen bevat een deel van het gedicht 'Schoonheid, schoonheid wat ooit was', één van de twee aan Van der Lubbe toegeschreven gedichten. De volledige tekst luidt:

Groter
Dichten eenmaal.
Ik geloof een gedicht. Ik geloof
Over, schoonheid wat eens was
En ik denk, dat zoiets zijn zal
Arbeid.
Een eenheid
Door jou alleen
Is alles, wat is.
 
Schoonheid, schoonheid, wat ooit was.
Dan nergens heen,
Blijf eraf, blijf eraf.
't Is al kristal en pracht.
Ook leven zelf.
Waar nu nog heen.
Maar o, alles is arbeid,
Het mag, het mag.
 
Dan niet meer hoog
Dan niet meer laag.
Geen slecht,
Geen goed.
Geen kwaad.
Alles is schoon, en strijdt daarvoor.
In alles en met alles.


Op

Bonbons in de vorm van aanmaakblokjes

Begin Van der Lubbe-manifestatie in Leiden

Marinus van der Lubbe staat 11 september in Leiden centraal tijdens de manifestatie 'De pet van Rinus, I'. De organisatoren willen hiermee geld bijeenbrengen voor een driedelig kunstwerk ter ere van de Leidse metselaar, die in 1934 in Leipzig zijn hoofd verloor onder de valbijl na te zijn veroordeeld voor brandstichting in het gebouw van de Duitse Rijksdag. De manifestatie krijgt een landelijk karakter. Ook Den Haag, Amsterdam, Eindhoven, Enschede en Den Bosch doen mee aan 'De pet van Rinus'.

In de kelder van het Gravensteen in Leiden wordt op 11 september om half vijf een installatie onthuld van het kunstenaarsduo Sluik/Kurpershoek. Daarbij komt het thema schuld/onschuld aan de orde. In het Leidse Van der Lubbehofje wordt daarna met zwier het laken voor Van der Lubbe's gedicht 'O, Arbeid' weggetrokken.

Leidenaar Ben Walenkamp en Carola van der Heyden van de stichting Tegenbeeld zijn twee van de drijvende krachten achter de manifestatie, net als de stichting 'Een graf voor Van der Lubbe'. Walenkamp: "Het wordt prachtig, echt waar! Allemaal van bom-bom achter de grote trom. 's Middags trekken we vanaf het Pieterskerkhof achter een muziekkorps of een drumband aan naar het Van der Lubbehofje. Allemaal heel plechtig dus. Er zijn twee gedichten van Marinus bekend: een in het Duits en een in het Nederlands. Dat Nederlandse gedicht komt op een van de muren in het Van der Lubbehofje te staan en zal die avond worden onthuld. Op de plek waar het komt bevindt zich nu nog gaas. Dat wordt weggehaald maar zal naderhand weer keurig over het gedicht heen worden gespannen. Die symboliek zien we wel zitten, ja."

"Het gedicht heet 'O, Arbeid'. Van der Lubbe stuurde het op 7 april 1933 aan een vriend in Leiden. De tekst luidt als volgt: 'Niet de partijen/Leven of sterven. Niet de stellingen/Winnen of verliezen. Niet de woorden/Het is alles een. Niet het zijn/Recht of waarheid/Blijf alles het zelfde. Zonder arbeid is er geen.' Nadat het vers aan den volke is getoond zal het koor 'De Stem des Volks' uit Leiden een aantal socialistische liederen ten gehore brengen. Daarna trekken we naar het Volkshuis aan de Apothekersdijk, waar belangstellenden kunnen smullen van een speciale Van der Lubbe-maaltijd: hutspot met Tsjechische kip. En zoals Salzburg zijn Mozartkugeln heeft, krijgt Leiden op die dag zijn vurige Van der Lubbe-bonbons. Bonbons in de vorm van aanmaakblokjes. Afsluitend is er een discussie over Van der Lubbe. Met de stelling: 'Van der Lubbe als grenzenloze Europeaan'."

"Waarom ik dit allemaal doe? Tja, ik voel wel enige verwantschap met Van der Lubbe. Dat anarchistische van hem bevalt me wel. Vroeger was ik nogal fel, maar nee, nu zou ik het stadhuis toch niet meer zo gauw in brand steken. Je wordt ouder en hoeft jezelf niet meer zo te laten gelden; ik kijk 's morgens één keer in de spiegel en bah, dan heb ik het wel gezien. Maar voor zo'n manifestatie over Van der Lubbe krijg je me wel mee. Blaaskaken zijn er hier genoeg, maar we moeten in Leiden meer trots zijn op de eenvoudige jongens."

(Cees van Hoore in het Leidsch Dagblad van zaterdag 8 augustus 1998)


Op

Programma 11 september 1998

16:30 Gravensteen, Pieterskerkhof 6: Opening 'Pet van Rinus 1' door Mr. C.H. Goekoop, tevens opening van de installatie 'In storm gerust (IV)' van Sluik/Kurpershoek in de kelders van het Gravensteen. Het duo Ron Sluik en Reinier Kurpershoek houdt zich bezig met historie en werkelijkheid op het snijvlak van schuld en onschuld. Sinds 1993 brengen ze met diverse installaties een eerbetoon aan Marinus van der Lubbe.

17:30 Wandeling naar het Van der Lubbehofje.

17:45 Onthulling van het gedicht 'O, Arbeid' van Marinus van der Lubbe op een muur in het Van der Lubbehofje. Met zang van de vereniging Stem des Volks.

18:30 Wandeling naar het Leids Volkshuis.

19:00 'Marinus van der Lubbe maaltijd' in het Leids Volkshuis, Apothekersdijk 33A. Verzorgd door beeldend kunstenaar en kok Fredie Beckmans, met vertoning van de documentaire 'Waarde kameraad' van Ruud de Heus uit 1967.

20:15 - 22:00 Debat 'Marinus van der Lubbe: held/anti held'. Een discussie over o.a. de laatste rustplaats van Marinus van der Lubbe, met o.a. Jan Laurier, Martin Schouten, Cees Walle en Jaak Slangen.

De 'Pet van Rinus 1' is een initiatief van de stichting 'Een graf voor Marinus van der Lubbe' in samenwerking met het Leids comité Marinus van der Lubbe, Stichting TEGEN-BEELD, het Leids Volkshuis en Cultureel Centrum de X. Met dank aan de gemeente Leiden.

(Uit een pamflet van de stichting 'Een graf voor Marinus van der Lubbe')


Op

'We zijn hier voor een bijzonder mens'

Een droef ritme trekt door de stad. Twee jonge trommelaars slaan op djembé en leiden een lange stoet voetgangers langs de Leidse grachten. Hun bestemming is het Van der Lubbe Hofje aan de Middelstegracht. Daar wordt het 62ste muurgedicht getoond: 'O, Arbeid' van de Leidse metselaar Marinus van der Lubbe (1909-1934) die in 1933, uit protest tegen Hitler's machtstoename, de Berlijnse Rijksdag in brand stak.

Vereniging 'Stem des Volks' zingt de 'Internationale'. Kramp jaagt door de handen van de percussionisten en zo vreemd is dat niet. Zij begonnen hun plechtige spel al vóór het Gravensteen. Daar opende burgemeester Cees Goekoop gistermiddag de 'Pet van Rinus 1'.

"Wij zijn hier voor een bijzonder mens. Een Einzelgänger, die helemaal vanuit zichzelf streed en constant in aanraking kwam met het gezag. De burgemeester van toen was geen vriend van hem", zo begint Goekoop het Marinusjaar. In de kelder aan Het Gerecht bekijken de vele geïnteresseerden het kunstwerk dat Ron Sluik en Reinier Kurpershoek vervaardigden. Vier monitoren vertonen het intacte parlementsgebouw, op de koude grond ervoor ligt een stapeltje turf en helemaal vooraan bedekken acht doorzichtige platen bedden van as.

In het Volkshuis wordt 'Marinus' lievelingsmaal' opgediend. Vooraf wat schuurpapier met een bolletje nootmuskaat dat je kunt opsnuiven als een drug, daarna een stevige Leidse stamppot. In een afrondende forumdiscussie doen wethouder Jan Laurier, biograaf Martin Schouten en kunstenaar Sluik hun zegje over een stelling als: "Moet Van der Lubbe een herbegrafenis in Leiden krijgen of niet?"

Sluik hierover: "Als je hem uit Leipzig weghaalt, is Duitsland een luis uit zijn pels kwijt." Als de nabestaanden hem ook met rust willen laten, zal dat zo'n vaart niet lopen. Deze geslaagde 'Leidse manifestatie' probeerde in elk geval een bijgesteld beeld te schetsen van een legende die in de Morsstraat werd geboren.

(Door Sabine van den Berg in het Leidsch Dagblad van 12 september 1998)


Op

Gedenksteen voor Marinus van der Lubbe in Leiden

Enkele oude Leidenaren menen het zich te kunnen herinneren. De 18-jarige Marinus van der Lubbe elke zaterdag op de hoeken van de straten. Hij roept de arbeiders op om te staken, in opstand te komen tegen de veel te lage lonen. Die politieke gedrevenheid wordt hem enkele jaren later noodlottig en bezorgt hem een belangrijke rol in de wereldgeschiedenis. Binnenkort ...

(Lenneke Hoope in het Rijn en Gouwe van 22 februari 1999)


Op

Gedenksteen van der Lubbe tegen wil stadsbestuur Berlijn

De Leidse stichting Een graf voor Marinus van der Lubbe trekt zich niets aan van het besluit van het stadsbestuur van Berlijn om de gedenksteen voor de Leidse metselaar te weigeren. De stichting plaatst de steen toch op 27 februari, op een nog onbekende plek in de Duitse stad. Die dag is het 67 jaar geleden dat Van Der Lubbe de Rijksdag in brand stak uit protest tegen de nazi's. De ...

(Het Rotterdams Dagblad van 12 januari 2000)


Op Terug Home Opvolgend onderwerp