Lyriek in Leiden (2000)

De aankondiging van <I>Lyriek in Leiden</I>.

De aankondiging van Lyriek in Leiden.

Leiden zit vol poŽzie. Van het hoekje van de Hooigracht en de Nieuwe Rijn tot een flat in de Merenwijk, in smalle steegjes en aan pleinen, op allerlei plaatsen in de stad vind je dichtregels en gedichten. In voorgaande eeuwen hebben vele dichters hun stempel gedrukt op de stad. Al vanaf het eind van de zestiende eeuw oefent de universiteit een grote aantrekkingskracht uit op talentvolle schrijvers die voor kortere of langere tijd in de stad verblijven. Buitenlandse dichters brachten een bezoek aan Leiden; anderen zijn hier geboren, opgegroeid, gestorven.

Al deze dichters zijn samengebracht bij Lyriek in Leiden. Een avond lang worden in de openlucht in het hart van de stad gedichten gelezen of gezongen van dichters die in de vijf voorbije eeuwen op een of andere manier met Leiden verbonden zijn geweest. Bijvoorbeeld van Jan van Hout, stadssecretaris van Leiden tijdens het beleg in 1574, wiens gedicht over het ontzet te lezen staat op het stadhuis. Van Piet Paaltjes, de student-dichter uit de negentiende eeuw, die met zijn Snikken en Grimlachjes de almanakken van zijn vereniging opluisterde. Van de Franse dichter Verlaine, die in 1892 een bezoek aan Leiden bracht. Of van de jonge Sahro Mohamed Ahmed, die kort geleden een regionale dichtwedstrijd won. De gekozen dichters vormen een heterogeen en internationaal gezelschap, en dat is duidelijk te horen op deze avond, waar de gedichten in verschillende talen worden voorgedragen.

Het is de derde keer dat Stichting tegen-beeld een dergelijke openluchtmanifestatie organiseert. In 1998 begon het met De Mei in Mei, waarbij verschillende Leidenaren elk een deel van de Mei van Herman Gorter voorlazen. En in het volgende jaar werden tijdens de Sessions of Passion de 154 sonnetten van William Shakespeare door ruim 50 mensen gelezen, voorgedragen en gezongen. Op 6 juni 2000, in het millenniumjaar, wordt teruggeblikt op vijf eeuwen 'Leidse' poŽzie. Het is niet toevallig dat juist Stichting Tegen-Beeld, bekend van de muurgedichten, de bedenker is van deze poŽzie-voorleesavonden, die inmiddels zijn uitgegroeid tot een nieuwe traditie. Het idee achter de beide projecten is immers hetzelfde: poŽzie de aandacht geven die ze verdient, door haar voor iedereen toegankelijk te maken.

De grote populariteit van de geveldichten bewijst dat Tegen-Beeld in zijn opzet slaagt. Hoe vaak blijf je niet op een wandeling of fietstocht door de stad even stilstaan om een gedicht te lezen en het op je te laten inwerken? Dat is precies wat Tegen-Beeld wil bereiken: mensen aan het denken zetten door ze een ander, onverwacht beeld te laten zien. Bewust is bij het geveldichten-project gekozen voor gedichten uit alle windstreken, die in hun oorspronkelijke taal op de muur worden geschilderd. Onbegrijpelijk, vinden sommigen; maar juist door de vreemde taal en het andere schriftbeeld geven de gedichten een rijke verbeelding van verschillende culturen.

Een manifestatie als Lyriek in Leiden benadrukt eens te meer dat poŽzie iedereen aan kan spreken. Daarom ook is er gekozen voor een opzet waarbij veel mensen betrokken zijn: door ideeŽn aan te dragen, door het gedicht van hun favoriete schrijver voor te lezen, door te zingen en te spelen en door te luisteren. Al deze mensen vormen in het centrum van Leiden ťťn lange zomeravond het kloppend hart van de poŽzie.

Marleen van der Weij
Stichting Tegen-Beeld


Op

'Leidse' poŽzie schalt over de gracht

De poŽzie ligt op straat. En schalt op 6 juni over het water van de Nieuwe Rijn. Die dag vormen de Koornbrug en een dekschuit in de gracht de podia voor een avondvullende poŽziemanifestatie in de openlucht. Vier uur achtereen declameren ruim vijftig sprekers op uitnodiging van de Leidse Stichting Tegen-Beeld uit het werk van dichters die de afgelopen vijf eeuwen op de een of andere manier met Leiden verbonden zijn geweest.

De Leidse burgervader Jan Postma bijt om zeven uur het spits af met het gedicht 'Leiden' van Jan van Hout, stadssecretaris van de sleutelstad tijdens het beleg in 1574. "Een toepasselijk begin van de avond", vindt Ben Walenkamp, een van de mensen achter Stichting Tegen-Beeld. "In de voorgaande twee jaren stond het werk van ťťn dichter centraal. In het eerste jaar de 'Mei' van Herman Gorter en vorig jaar de sonnetten van Shakespeare. Voor het jaar 2000 hebben we bewust gekozen voor dichters die op de een of andere manier een band met Leiden hebben. Ze zijn hier geboren, groeiden er op of woonden voor kortere of langere tijd in de stad. Daar zit ook een groot aantal buitenlandse dichters tussen, zoals Apollinaire en Borges. Sommigen zijn hier weliswaar maar ťťn dag geweest, maar ook die mochten meedoen. We vonden het leuk om de avond een internationaal tintje te geven."

(In het Leidsch Dagblad van zaterdag 13 mei 2000)


Op

Galopperen door eeuwen poŽzie

Het is inmiddels een Leidse traditie: poŽzie op een lenteavond voorgedragen op de Nieuwe Rijn. Waar kun je na de Mei van Gorter en de sonnetten van Shakespeare nog een avondlange voordracht mee vullen? Geen idee, moeten de organisatoren van de Leidse variant van de Nacht van de PoŽzie gedacht hebben. Laat iedereen zelf maar wat uitkiezen. Het resultaat was een avond waarin bekende en minder bekende Leidenaren hun eigen poŽtische stokpaardjes berijden ('als het maar iets met Leiden te maken heeft'), zodat er driftig door vijf eeuwen poŽzie wordt gegaloppeerd.

Het blijven merkwaardige avonden, die waarop letterkundig Leiden bijeenkomt. Tegen-Beeld-, Attitude-2000- en universiteitsmensen dragen werk voor aan een publiek met een hoog Volkshuisgehalte. Het zijn altijd dezelfde gezichten. Ben Walenkamp en consorten draven met een dichterlijke air heen en weer en meisjes van boekhandel Kooyker proberen de bundel waarin alle voorgedragen gedichten afgedrukt staan te slijten aan het publiek op de terrassen. Opvallend is ook dat veel van de mensen die eigen werk voordragen in het programmaoverzicht vermeld staan als: 'Dichter, en werkzaam bij een Leidse boekhandel'. Het is duidelijk uit welk vaatje men tapt: dicht bij huis.

Het is geen terrasweer, deze dinsdag, en de eerste voordrachten worden dan ook gehouden voor een bedroevend klein publiek. 'U hoorde Piet Schrijvers die een gedicht van Janus Dauwsa voordroeg', debiteert presentator Fredie Beckmans. Dat belooft al veel, een presentator die de naam van een van de eerste Leidse dichters en medeoprichter van de universiteit niet goed kan uitspreken.

Toch is er geen reden het hoofd te laten zakken. Literair Leiden mag dan een trutterig klein wereldje zijn, er zijn enkele voordrachten die dit niveau overstijgen, zoals die van Frans Blom, die een weerbarstige Constantijn Huygens over de Nieuwe Rijn laat galmen, of die van Joop Visser, die met zijn luisterliedjes zijn bijna-naamgenoot nabij komt. Of die van Ilja Pfeiffer, die ons met fel enthousiasme en theatraliteit laat genieten van zijn verrukkelijke gedicht 'Klinkt lolola'. Ook nieuw dichttalent ontpopt zich - sporadisch zoals dat hoort - op de Koornbrug. Een van hen is Edwin Fagel, die juist op het moment dat de stortregen is losgebarsten, een doordacht gedicht voordraagt dat begint met de regel: 'Je mag geen water op je vleugels hebben.'

(Christiaan Weijts in Mare nummer 32 van juni 2000)


Op

Initiatief Stichting Tegenbeeld

Lyriek en poŽzie aan, op en in het water

PoŽzie onder de aandacht brengen. Dat is de bedoeling van de Stichting Tegenbeeld. En hoe kan dat sneller en directer dan in de openlucht. Vorig jaar droeg een keur aan meer of minder bekende Leidenaars 154 sonnetten van Shakespeare voor en het jaar daarvoor kreeg Mei van Gorter langs de gracht zijn luchtdoop. Ditmaal was er een selectie gemaakt van dichters die de afgelopen vijf eeuwen een speciale band met Leiden hadden of nog altijd hebben. Dat gebeurde allemaal onder de noemer: Lyriek in Leiden.

Dat de belangstelling gisteravond in vergelijking met de vorige edities stukken minder was, had ongetwijfeld met het weer te doen. Vanaf het begin zorgden donkere wolken voor een onheilspellend dťcor, wat daar dicht onder de Koornburg overigens tot een soort van verbroedering leidde. De plekjes onder de parasols waren snel bezet en onder de liefhebbers hing er een sfeer van 'door een paar spetters laten wij ons niet afschrikken'. Daar zouden de pakweg 400 poŽzie-liefhebbers nog van terugkomen toen rond half tien de hemel bijkans op ze neerviel.

Het ter gelegenheid van <I>Lyriek in Leiden</I> uitgegeven boekje.

Het ter gelegenheid van Lyriek in Leiden uitgegeven boekje.

De lijst van mensen die een gedicht voordroeg, bestond opnieuw uit een bont gezelschap van studenten, schrijvers, dichters, docenten, dominees en directeuren. Ook de politiek roerde zich. Burgemeester Postma opende het festijn met een gedicht van Jan van Hout en wethouder van economische zaken Melanie Schultz las een gedicht van J.H. Leopold voor. Cultuurwethouder Alexander Pechtold koos voor Gerrit Achterberg. Allen vielen overigens wat in het niet op de enorme schuit die als podium diende. Waarom niet simpelweg gebruik gemaakt van de aanlegsteiger naast de Koornburg.

De Stichting Tegenbeeld had ook nog een verrassing in petto: een kort optreden van de zanger/cabaretier Joop Visser. Die dreef, gezeten op een stoel die weer op een tafel stond, flink de spot met de stad waarin hij optrad. Zo beschreef hij onomwonden het liefdesspel achter Leidse gordijnen en deelde hij in het nummer Professor Diefstal plaagstootjes uit naar een bekende Leidse wetenschapper.

Tijdens Lyriek in Leiden werd ook de Gerrit Komrij PoŽzieprijs voor jong talent uitgereikt. Uit de 180 inzendingen van VWO-leerlingen kwam het gedicht van Tjiske Mussche uit Blaricum als beste naar voren. Ze won een jaar gratis studeren aan de Leidse universiteit. Net als Komrij zelf verbleef ze in het buitenland en kon derhalve niet op de uitreiking aanwezig zijn. Tegen het einde van de avond gebeurde dan toch waar iedereen al bang voor was. Een fikse wolkbreuk joeg de liefhebbers linea recta richting overkapping van de Koornburg dan wel het cafť in. Regendruppels overstemden de dichtregels. Een dramatisch maar toch ook wel weer mooi slot voor een avond vol lyriek in Leiden.

(Lesley Grieten in het Leidsch Dagblad van woensdag 7 juni 2000)


Op Terug Home Opvolgend onderwerp