Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Vallana

Vallana
Dichter: Vallana, India, geboren tussen 900 en 1100
Gedicht: naamloos
Locatie: Haagweg 14/Potgieterlaan, Leiden
Sinds: Juni 1997 (nummer 48)


Nederlands

Gezegend is de wijze die kent
de wegen van heel het heelal
En evenzo gelukkig is de dwaas
die aan zijn wijsheid niet twijfelt.
Maar moge een mens er niet tussen vallen,
gekweld door twijfels over goed en kwaad,
ontstaan door de werkingen van een brein behept, 
met maar een beetje kennis.

(Vert. drs. A.A.E. van der Geer)

Engels

Blessed is the wise man who clearly knows
the ways of all the universe
and happy likewise is the fool
who never doubts his wisdom.
But let a man not fall between
to suffer doubts of right and wrong
that rise from the workings of a mind that's sown
with just a bit of knowledge.

(Vert. Daniel H.H. Ingalls)


Op

Gekozen door:

De dichter Vallana, of Ballana, was dichter onder de Pala-koningen.

De dichter Vallana, of Ballana, was dichter onder de Pala-koningen.

Dr Alexandra van der Geer, indoloog (klassiek Sanskrit), en momenteel als research fellow verbonden aan het International Institute for Asian Studies, Universiteit Leiden, werkend aan een project over de afbeelding van dieren in de Indiase beeldhouwkunst. Zij gaf de volgende toelichting op haar keuze:

"Het gekozen vers komt uit de Subhâsitaratnakosa (letterlijk: juwelenschat aan mooie spreuken). De Subhâsitaratnakosa is een bloemlezing uit de klassieke Sanskrit poŽzie, samengesteld door Vidyâkara tussen 1100 AD en 1130 AD. Hij was monnik in Jagaddala Mahâvihâra. Dit Buddhistische klooster lag in het land VarendrÓ (nu een gedeelte van Bangladesh), en genoot koninklijke bescherming onder koning Râmapâla. Tegenwoordig is daar niets meer van over, en alleen de naam van het dorpje Jagdala herinnert aan dit eens zo machtige kloostercomplex."

"De dichter Vallana, of Ballana, was dichter onder de Pala-koningen; helaas is er vrijwel niets over hem bekend. Hij was een Buddhist-Saiva, maar aanbad vooral Manjusri. In de bloemlezing zijn 45 verzen of spreuken van zijn hand, waaronder het door mij gekozen vers als subhâsita nummer 1506, ofwel nummer 46 van het hoofdstuk over Nirvedavrajyâ (= ontmoediging)."

"Ik heb dit vers gekozen omdat het zo prachtig een universele waarheid verwoordt. Het staat los van welke cultuur dan ook, welke tijdsperiode dan ook en welke regio dan ook. Het verband tussen intellectuele en emotionele kennis is van alle tijden en volkeren. Het vers toont ons de overeenkomst tussen twee schijnbare uitersten: de domme en de wijze. Beiden bezitten immers het vermogen om gelukkig en evenwichtig te zijn, de een van nature, ongestoord en niet gekweld door kennis van goed en kwaad, de ander door bezinning en verlichting. Maar de middenmoot, daarin schuilt het gevaar. Hun brein is te verward door flarden kennis om onvoorwaardelijk gelukkig te zijn. Zij missen het verlichte denken, en schaduwen blijven zo bestaan, en worden geleidelijk steeds langer. Niet alleen brengen zij zo ongeluk en onrust bij zichzelf, maar ook bij de anderen. Menig, zo niet ieder, intermenselijk conflict wordt immers hierdoor gevoed. Ook de universiteit gaat hieronder gebukt. Al die strijd om beter te lijken dan de anderen, het individualisme is funest en kost veel energie en geld. Met wat meer inzicht en berustende wijsheid zou zoveel meer bereikt kunnen worden."
Een stapel boeken en een rijzende ster.

Een stapel boeken en een rijzende ster.

"Mijn signatuur onder het gedicht bestaat uit een combinatie van twee dingen. Enerzijds een stapel boeken, als symbool voor kennis, encyclopedische kennis wel te verstaan. Anderzijds een rijzende ster, als symbool voor verlichting, een soort meta-kennis. Zoals het gedicht van Vallana ook al zegt, beide staan los van elkaar, de boekenstapel is niet persé nodig voor de verlichte kennis. Met de boekenstapel ben ik al jaren bezig, de rijzende ster hoop ik te zijner tijd op mijn pad te vinden."

(E-mail 6 mei 2003)


Op

Commentaar:

De op de muur geschreven tekst in het Indisch Nagari schrift wordt ontsierd door twee kleine foutjes: in de eerste regel moet de laatste `letter' worden afgesloten met een virama , d.w.z. men moet lezen prajnaavaan en niet prajnavaana (onmetrisch en ongrammaticaal). In de derde regel moet men lezen sukhii i.p.v. sakhii

Een poging om dezelfde intentie in een iets letterlijke vertaling te doen uitkomen:

Ere zij de wijze, hij die de loop van het heelal volledig begrijpt;
Gelukzalig is ook de dwaas: zijn innerlijke grootsheid bant iedere twijfel uit zijn hart.
Was er maar niet deze wanhopige onzekerheid of iets zus is of zo, wanneer men zich inspant om te doorgronden,
met een geest verbrokkeld door nietige gedachten.


(E-mail 12 juli 2009 van Hans Bakker)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht