|
| |
|
| |
Albert Verwey , Stoa | |
![]() | |
|
Dichter Gedicht Locatie Sinds |
|
Stoa Wie de slag van 't zwemmen en de kunst Zich door golven te doen dragen leerde Kreunt zich langer om ongunst noch gunst Van 't getijde. 't Onvermijdbre zinken Beangst hem niet. Het bitterste te drinken Is aan 't eind misschien het dan begeerde. | |
Uitgezocht door:
Het gedicht werd aangebracht op de achterzijde van "de Oude U.B." toen die na een renovatie in gebruik werd genomen als huisvesting voor het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit te Leiden. De speer als signatuur lijkt een dichterlijke vrijheid, aangezien de naam Otterspeer naar alle waarschijnlijk berust op een foutieve spelling van Otterspoor. | |
Contemplatie op historische grondVredevoogdtuin van Universiteit Leiden een oase van stilte en rustDe Vredevoogdtuin achter 'de Oude UB' aan het Rapenburg 70 is een goed bewaard geheim. Een smal, lang steegje met het opschrift 'Begijnhof' leidt ernaar toe, maar slechts weinigen nemen op een doordeweekse dag de moeite om eens te kijken wat er aan het einde ligt. Jammer, vindt universitair ambtenaar Kees Dwarshuis dat. ,,De Vredevoogdtuin is echt een oase van stilte en rust in de drukke stad'', zegt hij. ,,Hier kunnen mensen tot zichzelf komen. Het is een tuin die uitnodigt tot contemplatie.'' Alleen het personeel van het bestuursbureau van de universiteit is er op zonnige dagen te vinden: er staan banken en tafels waar zij in lunchtijd hun boterhammetjes opeten en een enkele keer komt er een verdwaalde toerist. De openbaar toegankelijke Vredevoogdtuin is genoemd naar Loek Vredevoogd, die tot eind vorig jaar voorzitter was van het College van Bestuur. Hij leidde de universiteit door de moeilijke jaren '90. Er moest bezuinigd worden, het aantal studenten nam af en ook inhoudelijk zocht zij naar een nieuwe koers. Vredevoogd bracht nieuw elan en werd daarvoor beloond met een bronzen beeld, dat nu tegen een muur van het bestuursbureau staat. Ook onderging dat deel van de tuin een herinrichting. Er staan nu zes haagbeuken en vijf sokkels. Wie weet komen daar nog eens beeldjes op te staan van andere, toekomstige universiteitsbestuurders. De Vredevoogdtuin staat op historische grond. Vanaf het midden van de vijftiende eeuw stond hier een klooster dat 'Faliede Bagijnhof' heette. Het bleef tot aan de Reformatie in gebruik. In 1586 kreeg de universiteit er de beschikking over: studenten en docenten gingen in de huizen van de begijnen wonen en de kapel werd verbouwd tot universiteitsbibliotheek, een anatomisch theater en een schermschool. In de loop der eeuwen is er aan het complex heel wat afgebroken en bijgebouwd, maar steeds bleef het complex bij de universiteit in gebruik. Ook de kapel, waarin nu universitaire ambtenaren werken, is nog altijd als zodanig te herkennen. In 1997 was de laatste verbouwing: toen vestigden het College van Bestuur en de universitaire ambtenaren zich er. Achter de Oude UB, zoals het complex ook wel heet, lag voor de verbouwing al een (kleine) hof. Midden jaren '90 verkocht de universiteit een overtollig pand aan de Kloksteeg, maar de daarachter gelegen tuin hield zij zelf: die voegde zij samen met wat zij al had. Het verschil is nog altijd te zien: de voormalige 'Kloksteegtuin' ligt hoger in het landschap. Omdat 'Het Prentenkabinet' ooit eigendom was van hoogleraar neerlandistiek Albert Verweij, besloot de universiteit om een blinde muur van het bestuursbureau te reserveren voor zijn gedicht 'Stoa'. De inrichting van de Vredevoogdtuin is simpel gehouden: een grasperk, maagdenpalm, buxus en een paar forse bomen domineren. Pronkstuk is een grote paardekastanje in het 'Albert Verweij'-deel. Ruimte, rust en het gevoel van continuïteit, daar gaat het om, meent Dwarshuis. ,,In de vijftiende eeuw was er hier al een gemeenschap die in contemplatie naar kennis zocht en nu nog altijd. Dat vind ik altijd weer heel boeiend.'' (Wilfred Simons in het Leidsch Dagblad van vrijdag 2 mei 2003) | |
| Links : | |
|
| |