icon-close

Naamloos (1974)

Jan Arends

Niemand schrijft zo mager als Jan Arends.

Lees dit gedicht in het Nederlands
icon-close

Ik
schrijf gedichten
als dunne bomen.

Wie
kan zo mager
praten
met de taal
als ik?

Misschien
is mijn vader
gierig geweest
met het zaad.

Ik heb
hem nooit
gekend
die man.

Ik heb
nooit
een echt woord gehoord
of het deed pijn.

Om pijn
te schrijven
heb je
weinig woorden
nodig.

icon-close

Beluister dit gedicht in het Nederlands.
Stem: Lex van Itterson

Ontdek dit gedicht in een minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

De schrijfstijl van Jan Arends weerspiegelde hoe hij zich voelde: mager, leeg. In dit gedicht vraagt hij zich af waarom zijn taal zo uitgebeend is. Het antwoord ligt wellicht in zijn jeugd. Had erkenning misschien een rijker leven, en dus een rijkere taal met zich meegebracht? De taal die hij nu heeft, is in ieder geval bij uitstek geschikt om verdriet, pijn en leegte te beschrijven.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.
 

icon-close
Jan Arends

Jan Arends

Den Haag 1925 - Amsterdam 1974

Jan Arends is meermaals in psychiatrische inrichtingen en afkickcentra opgenomen geweest. Veel kennissen van Arends zeiden dat het wel meeviel met hoe gek hij eigenlijk was en dat hij zich anders voordeed zodat hij opgenomen kón worden. Hij had behoefte aan de liefdadigheid en sociale voorzieningen in klinieken. Mogelijk kwam die behoefte voort uit zijn jeugd: hij was een buitenechtelijk kind, werd op school gepest en groeide op in een internaat.

Schrijver

Tussen al die opnames door verdiende hij zijn geld met het schrijven van reclameteksten. Hij wisselde zijn baan vaak af met zijn carrière als huisknecht. Over zijn werk in de reclamewereld schreef hij, terwijl hij als huisknecht werkte op een kasteel in België, een toneelstuk: Smeer of de weldoener des vaderlands. Arends werd op slag beroemd toen in 1972 zijn verhalenbundel Keefman uitkwam. Keefman, een boek met overduidelijk autobiografische verwijzingen, gaat over een man die constant in botsing raakt met zijn behandelend psychiaters en de rest van de buitenwereld.

Nalatenschap

In 1974 pleegde Arends zelfmoord. Hij liet een groot aantal ongepubliceerde gedichten na, die sindsdien zijn uitgegeven. Ook de verhalenbundel Ik had een strohoed en een wandelstok verscheen postuum. De belangstelling is sindsdien gebleven, in 2014 is zijn volledige werk opnieuw uitgebracht. Literair gezien is hij een behoorlijke cultfiguur geworden. Tevens is Arends een held voor aanhangers van de antipsychiatrie, een stroming die ervan uitgaat dat psychiatrische hulp eerder schadelijk is dan nuttig.

Waar gaat dit gedicht over?
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

‘Ik / schrijf gedichten / als dunne bomen,’ opent dit gedicht. In de bundel Lunchpauzegedichten komen meerdere bomen voor. Ze staan symbool voor de taal en de poëzie. Die zijn mager en uitgebeend, zoals ook Arends zich voelde.

Honger

Het magere van zijn taal staat symbool voor de honger die hij als schrijver in het leven ervaart - niet alleen letterlijke honger waarbij je geen eten hebt, maar ook een gevoel dat te omschrijven is als een constante leegte, een eenzaamheid die zich niet laat temmen. Tegelijkertijd definieert hij met de magerte wat taal en dichterschap betekent: ‘om pijn te schrijven heb je weinig woorden nodig.’ Juist door zijn minimalistische stijl en heldere verwoordingen wordt de pijn gesymboliseerd. Taal is iets wat alleen maar leed aanricht, maar wel datgene dat het brood op de plank moet brengen. Brood dat Arends niet wilde eten.

Vader

Er wordt ook een vaderfiguur genoemd in het gedicht. Er is bekend van Arends dat hij geboren werd als een “onecht” kind. Zijn moeder is later wel getrouwd, vermoedelijk met zijn biologische vader. Hij verwijt in dit gedicht zijn vader gierig te zijn geweest met zijn zaad - het zaad dat de boom voller had kunnen maken of zelfs in bloei had kunnen zetten. Zo kunnen we ook lezen dat het de schuld van de vaderfiguur is dat dit gedicht mager is. De schuldvraag wordt in verder werk van Arends ook constant gesteld.

Ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van dit gedicht

Jan Arends schreef dit gedicht waarschijnlijk tussen 1965, het jaar waarin zijn eerste bundel Gedichten verscheen, en 1974. Dat jaar verscheen namelijk zijn bundel Lunchpauzegedichten, waarin dit gedicht is opgenomen. Op de dag dat Lunchpauzegedichten uitkwam, sprong Arends uit het raam van zijn flat in Amsterdam.

Ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.

Dit gedicht in Leiden
icon-close

Jan Arends in Leiden

Foto Anoesjka Minnaard

Toen boekhandel De Kler in 1997 een wedstrijd organiseerde voor favoriete gedichten van Leidenaren op Leidse muren, werd Arends’ stuk tekst ingestuurd door T. Olijerhoek. Het was zijn favoriete gedicht uit de bundel Lunchpauzegedichten. In maart 1998 is het aangebracht in de hoek Chloorlammersteeg, op de hoek met de Botermarkt. Het was het 57e muurgedicht dat Stichting TEGEN-BEELD in Leiden realiseerde. Destijds zat de Italiaanse broodjeszaak Michelangelo nog op het hoekje; de voorkeur van de eigenaar ging uit naar een Italiaans gedicht over koffie. Met dit gedicht was hij ook tevreden.

Restauratie

In 2005 werd het gedicht verwijderd, maar vier jaar later is het opnieuw aangebracht, in de huidige vormgeving. Het gedicht valt in eerste instantie niet heel erg op, omdat de steeg bijna net zo smal is als het gedicht zelf.

Citaten
icon-close

Citaten

Arends schrijft pijn, wat iets anders is dan over pijn schrijven, zoals verdriet schreeuwen iets anders is dan over verdriet schrijven.

Recensent Anton Korteweg over Lunchpauzegedichten

De taal van Arends is zo onopgesmukt alledaags en direct dat het naar de inhoud pure werkelijkheid is. Pure ellende. Precies wat Arends wilde.

Biograaf en schrijver Nico Keuning
 

Wist je dat?
icon-close

Wist je dat?

  • Arends hoorde niet bij een literaire stroming of een dichtersgroep. Zo alleen als hij in het leven stond, stond hij ook in de literatuur.
     
  • Het boek waarmee hij doorbrak, Keefman, scheen oorspronkelijk Leefman te hebben geheten. Arends maakte een typefout op zijn typemachine en heeft het zo gehouden.
     
  • ’s Nachts wilde Arends nog wel eens uitgevers uit bed bellen met de vraag waarom zijn werk niet uitgegeven werd. Hij droeg dan meteen wat nieuwe gedichten voor. Uitgever Geert Lubberhuizen liet zijn telefoonnummer daarom veranderen.
     
  • Diezelfde Geert Lubberhuizen nodigde hem een keer uit op een vergadering van de Bezige Bij, maar elke keer dat iemand Arends aansprak, riep hij: ‘Ik krijg nog geld van je!’
     
  • Jan Arends werd vaak aangezien voor een zwerver. Het schijnt dat zijn odeur niet te verdragen was: meermaals werd hem bij reclamebureaus verzocht of hij zich alsjeblieft wilde douchen voordat een belangrijke klant over de vloer zou komen.
Meer weten?
icon-close

Meer weten?

Dit lemma is geschreven door Yavne van der Raaf in samenwerking met het Taalmuseum. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: